Kunstzinnige therapie opleiding

Hoofdfase

De major is opgebouwd uit een binnenschools curriculum en een buitenschools deel. In het binnenschoolse programma volg je onderwijs en bereid je je voor op de stage. De eerste twee studiejaren bestaan elk uit vier perioden, waarin je een aantal onderwijseenheden volgt die thematisch bij elkaar horen. Aan het einde van de perioden worden deze getoetst. Heb je een toets niet gehaald, dan mag je deze in de daaropvolgende periode één keer herkansen. Het buitenschoolse curriculum bestaat uit individuele en groepsactiviteiten in voor de kunstzinnige therapie relevante werkvelden, uitgebreidere stages en praktijkgericht onderzoek.

Studiebelasting

De gemiddelde studielast per jaar is 1680 studiebelastinguren, dit zijn 60 studiepunten (EC). De studielast bestaat voor een deel uit lesstof, opdrachten en oefeningen die zelfstandig worden bestudeerd en uitgevoerd. Bij muziektherapie wordt van je gevraagd dat je je door zelfstudie ontwikkelt in het bespelen van je hoofdinstrument en hierbij indien nodig op eigen kosten privélessen volgt.

Tweede studiejaar: therapeutische methodiek

Na de propedeuse begint de hoofdfase. Je gaat dieper in op de aandachtsgebieden en je werkt met casussen uit de beroepspraktijk. Vooral de therapeutische methodiek krijgt veel aandacht, omdat hierin alle benodigde kennis, vaardigheden en beroepshouding geïntegreerd aan bod komen.

Derde jaar: stage en supervisie

In het derde jaar ga je drie dagen per week op stage. Je oefent je hierbij in het begeleidend en therapeutisch uitvoeren van kunstzinnige activiteiten. Verder is er aandacht voor cliëntbesprekingen en krijg je twee dagen per week aanvullend onderwijs. Je wisselt ook ervaringen uit met collega-studenten en docenten. Dit gebeurt onder andere in kleine groepjes onder begeleiding van een supervisor.

Vierde jaar: minorprogramma en praktijkgericht onderzoek

In het vierde jaar volg je eerst naar eigen keuze een minorprogramma van totaal 30 studiepunten (EC). Wil je meer weten over een bepaald aspect van je toekomstige beroep, dan kun je kiezen voor een specialisatieminor. Heb je juist behoefte aan een bredere blik en wil je over de grenzen van je beroep heen kijken? Ook dat kan. Er is daarnaast nog een zogenoemde vrije variant die je zelf samenstelt, bijvoorbeeld als je in het buitenland wilt studeren. Er zijn meerdere mogelijkheden, zolang het bijdraagt aan je beroepsontwikkeling. Na het minorprogramma rond je in het tweede semester je studie af met een combinatie van kunstzinnig therapeutisch werken en praktijkgericht onderzoek.