Bio- Informatica studenten in de klas.

Opbouw studie Bio-informatica

De opleiding Bio-informatica van Hogeschool Leiden is verdeeld over vier jaar. Ieder jaar is opgedeeld in vier periodes van ongeveer tien weken. Tijdens elke periode heb je hoorcolleges, werkcolleges en een project. Meestal ben je vier dagen (deels) op school, de rest van de week besteed je aan zelfstudie en het project. De projectopdrachten van bio-informatica hebben altijd een praktisch nut voor je toekomstige beroep. De onderwerpen van de projecten sluiten aan bij de andere vakken in die periode. Op die manier kun je wat je leert meteen in de praktijk brengen. Na zeven lesweken ronden we het project af met een verslag een presentatie, daarna heb je een paar dagen zonder lessen om te leren voor je toetsen aan het einde van de periode. 

Propedeuse

Tijdens het eerste jaar, je propedeuse, leggen we de basis. Je leert programmeren, scheikunde en biologie. Je werkt aan projecten en leert omgaan met bestaande Bio-informatica- programma's. Zelf programmeren is voor de meesten nieuw, dus daar besteden we veel aandacht aan. Daarnaast loop je een mini-stage.

Je werkt in het eerste jaar aan vier verschillende thema’s:

  • Discovering Bio Informatics: je ontdekt wat bio-informatica inhoudt.
  • Klassieke biotechnologie: je gaat aan de slag in het laboratorium. De uitkomsten uit het lab koppel je aan de computer, zo leer je spelenderwijs programmeren.
  • Annotation: met een zelf geschreven computer programma ga je het DNA van een bacterie analyseren.
  • Browsing the genome: aan de hand van een erfelijke ziekte maak je een overzicht van de betrokken genen en eiwitten en de wijze waarop ze elkaar beïnvloeden. Deze informatie verwerk je in een zelf ontworpen database.

"Omdat ik veel met computers heb, ben ik eerst Technische Informatica gaan studeren in Den Haag. Uiteindelijk wilde ik toch iets anders. En het liefst in Leiden. Dat bleek een goede keuze, want daar 'ontdekte' ik dat je ook Bio-informatica kan studeren. Een relatief onbekende studie, maar wel helemaal mijn ding. Naast computers, heeft biologie namelijk mijn grote belangstelling. Ik heb het prima naar mijn zin. En in het laatste blok kregen we al een voorproefje van de praktijk. We moesten de volgorde van de genen van een organisme bepalen. Dat was erg interessant."

Ivar Lugtenburg, student

Hoofdfase

Biologie en informatica gaan nu echt samen tot Bio-informatica. In jaar twee en jaar drie gaan we dieper in op het werkveld. We gaan op zoek naar mutaties in menselijk DNA, je zult zelf de 3D structuur van eiwitmoleculen gaan bekijken, en ook leer je omgaan met gigantisch grote hoeveelheden data. Verder krijg je les van gastsprekers uit het onderzoeksveld en bedrijfsleven. Tijdens het project gaan jullie voor opdrachtgevers uit het werkveld aan de slag: tijd voor het echte werk.

Major en minors

De major is het hoofdprogramma in het tweede, derde en vierde jaar. Daarin leer je alles dat je moet kunnen om een echte bio-informaticus te worden. In het derde jaar is er een half jaar de ruimte voor een ‘minor’. Dan kun je bij een hele andere opleiding lessen volgen, om je blik op de toekomst te verbreden. Maar als je liever verdieping zoekt, bieden wij ook een Bio-informatica minor aan.

Afstudeerfase

Tijdens het laatste jaar van je studie loop je stage bij een bedrijf of instelling met een Bio-informatica afdeling. Je werkt voltijd op je afstudeerplek en helpt je begeleider ter plekke met zijn of haar werk. Zo kun je ervaren hoe het is om als bio-informaticus aan het werk te zijn. Dit kan natuurlijk zowel in Nederland als in het buitenland. Vanuit de opleiding Bio-informatica word je begeleid door een docent.