Thema 5: Inclusief leerklimaat
De kern van een inclusief leerklimaat is het opbouwen van psychologische veiligheid, waarin eerlijkheid over fouten en meningsverschillen wordt aangemoedigd. Dit thema biedt handvatten om expliciete afspraken te maken over de omgang met verschillen en diversiteit. Het streeft naar een omgeving waarin studenten zich vrij voelen om zichzelf te zijn en waar stagnatie in de samenwerking vroegtijdig wordt gesignaleerd en aangepakt.
Alle tools zijn ontwikkeld door onderzoeksgroep Verpleegkundig Leiderschap van Hogeschool Leiden en zijn bedoeld voor zorgprofessionals en docenten die studenten verpleegkunde begeleiden tijdens hun stage. Samen zorgen we voor een succesvolle stage.
Veiligheidsafspraken
De manier waarop we reageren op fouten, stiltes en meningsverschillen bepaalt of mensen zich veilig genoeg voelen om eerlijk te zijn. Dat geldt voor iedereen op de afdeling, van ervaren collega tot eerstejaars student.
Deze 12 zinnen (bron) zijn geen script dat je uit je hoofd leert, maar een oefening in bewustwording.
Voor de werkbegeleider en het team zijn het spiegels. Welke zinnen herken je van jezelf? Welke gebruik je nog niet, maar zou je willen oefenen? Je hoeft ze niet allemaal tegelijk toe te passen. Kies er één uit die je de komende week bewust wilt uitproberen.
Samen kun je na een teamoverleg of begeleidingsgesprek kort terugkijken: welke zin heeft vandaag iets veranderd in het gesprek? Dat kleine moment van reflectie is precies waar psychologische veiligheid van groeit.
Belangrijk om te onthouden: Psychologische veiligheid ontstaat niet door de juiste zinnen alleen. Het ontstaat vooral wanneer woorden, gedrag en besluiten consequent met elkaar overeenkomen. Mensen vertrouwen uiteindelijk minder op wat leiders zeggen dan op wat leiders doen.
Klik op de 12 voorbeelden voor zinnen die psychologische veiligheid versterken.
1. Wanneer iemand een fout maakt
- Zeg niet: "Hoe heb je dit kunnen laten gebeuren?"
- Zeg liever: "Wat kunnen we hiervan leren?"
Waarom? Het verlegt de aandacht van verdedigen naar leren en verbeteren.
2. Wanneer je het oneens bent
- Zeg niet: "Dat gaat niet werken."
- Zeg liever: "Ik kijk er anders naar. Mag ik uitleggen waarom?"
Waarom? Door eerst toestemming te vragen, staat de ander meer open voor jouw perspectief.
3. Wanneer iemand vastloopt
- Zeg niet: "Je had eerder om hulp moeten vragen."
- Zeg liever: "Wat heb je op dit moment van mij nodig?"
Waarom? Het voorkomt schaamte en maakt het makkelijker om de volgende keer eerder hulp te vragen.
4. Wanneer je feedback geeft
- Zeg niet: "Jij doet dit altijd."
- Zeg liever: "Ik heb iets opgemerkt. Kunnen we daar samen naar kijken?"
Waarom? "Altijd" roept weerstand op. Een observatie nodigt uit tot een gesprek.
5. Wanneer iemand tegengas geeft
- Zeg niet: "Doe gewoon wat ik gevraagd heb."
- Zeg liever: "Help me jouw zorgen of bezwaren te begrijpen."
Waarom? Zo ontdek je het werkelijke probleem voordat het groter wordt.
6. Wanneer een idee niet aanslaat
- Zeg niet: "Dat gaat niet werken."
- Zeg liever: "Welk probleem probeer je hiermee op te lossen?"
Waarom? Het gesprek gaat terug naar de kern van de vraag. Van daaruit ontstaan vaak betere oplossingen.
7. Wanneer het stil wordt in de groep
- Zeg niet: "Heeft iemand nog iets toe te voegen?"
- Zeg liever: "Ik hoor graag iemand die nog niet aan het woord is geweest."
Waarom? Algemene uitnodigingen leveren vaak stilte op. Gerichte uitnodigingen zorgen vaker voor inbreng.
8. Wanneer iemand een fout toegeeft
- Zeg niet: "Hoe heb je dat kunnen missen?"
- Zeg liever: "Dank dat je dit hebt aangegeven. Wat is de volgende stap?"
Waarom? Je beloont openheid en eerlijkheid, waardoor mensen problemen eerder bespreekbaar maken.
9. Wanneer je zelf fout zit
- Zeg niet: Niets. (In de hoop dat niemand het merkt.)
- Zeg liever: "Ik zat hier fout. Dit is wat ik anders ga doen."
Waarom? Door zelf verantwoordelijkheid te nemen, geef je anderen toestemming hetzelfde te doen.
10. Wanneer je delegeert
- Zeg niet: "Zoek het maar uit."
- Zeg liever: "Dit is het resultaat dat ik voor ogen heb. Laten we samen bespreken hoe we daar komen."
Waarom? Duidelijkheid over het doel geeft richting én ruimte voor eigenaarschap.
11. Wanneer een deadline niet wordt gehaald
- Zeg niet: "Dit is onacceptabel."
- Zeg liever: "Wat stond in de weg? En hoe lossen we dat op?"
Waarom? De focus verschuift van schuld naar het wegnemen van obstakels
12. Wanneer je een lastig gesprek afsluit
- Zeg niet: "Laten we dit achter ons laten."
- Zeg liever: "Dank voor je openheid. Wat heb je nodig om hier goed mee verder te kunnen?"
Waarom? De manier waarop je een gesprek afsluit bepaalt vaak hoe veilig mensen zich voelen in toekomstige gesprekken.
Stagecontract leerklimaat
Een kort, gezamenlijk ingevuld document waarin student, werkbegeleider en (indien gewenst) docent afspraken vastleggen over begeleiding, feedback en de invulling van een veilig leerklimaat. Dit voorkomt onduidelijkheid en geeft een gedeeld referentiepunt bij eventuele knelpunten.
Laat dit contract ondertekenen of paraferen door student en werkbegeleider, en bewaar het op een plek die voor beiden toegankelijk is.
Bekijk het stagecontract leerklimaatChecklist begeleiding & teamcultuur
Deze checklist kan gebruikt worden om openlijk met elkaar te bespreken hoe het gaat op het gebied van begeleiding en teamcultuur. De student en begeleider vullen deze checklist samen in.
Bekijk de checklist begeleiding & teamcultuurInclusie en diversiteit
Deze werkvormen kunnen gebruikt worden door alle partijen samen (student, werkbegeleider, docent) om concreet te maken hoe het op de afdeling gaat rondom inclusie en diversiteit. Er kan ook voor gekozen worden om één onderdeel hiervan te gebruiken zoals de gesprekskaarten. De betrokkenen kunnen dit zelf invullen waarbij vervolgens het gesprek gevoerd kan worden.
Reflectievragen
Gebruik deze vragen individueel of in groepsverband als startpunt voor het bespreekbaar maken van thema's rondom inclusie en diversiteit. Alle vragen mogen door iedereen besproken worden.
Bekijk de reflectievragen
- Zien we de student als geheel persoon, inclusief unieke achtergrond en waarden?
- Heeft de student ruimte om afwijkende perspectieven in te brengen?
- Hoe gaan we om met culturele misverstanden open of laten we het sudderen?
- Als student: kan ik mezelf zijn op de werkvloer, of pas ik me voortdurend aan?
- Zijn er momenten waarop verwachtingen over een student gekleurd worden door achtergrond of uiterlijk?
- Zijn onze teamgewoontes en omgangsvormen toegankelijk voor iedereen?
- Hanteren we dezelfde beoordelingsmaatstaven voor alle studenten, ongeacht achtergrond?
- De student wordt actief betrokken bij teamgesprekken en beslissingen?
- Worden cultuurverschillen worden bespreekbaar gemaakt, niet genegeerd?
- Is feedback is gericht op gedrag, niet op persoonlijkheid of achtergrond?
- Is er ruimte voor verschillende communicatiestijlen?
- Diversiteit wordt gezien als meerwaarde voor het team?
Gesprekskaarten
Kies een of meerdere kaarten als gespreksstarter in een begeleidingsgesprek, teamevaluatie of tussentijdse reflectie.
Bekijk hier de gesprekskaartenFeedback in twee richtingen
Studenten verzamelen gedurende de stages feedback. Belangrijk om tijdens deze feedbackmomenten te bespreken wat goed ging. En maak concreet welk gedrag wenselijk is.
Feedbackkaart
Wat ging goed: ...
Wat kan beter: ...
Wat helpt mij: ...
Student vult ook in!
Oefenen met feedback geven
Feedback óntvangen op stage vinden de meeste studenten al spannend. Feedback géven, zeker aan iemand die ouder is, meer ervaring heeft en je straks beoordeelt, voelt voor veel studenten als brutaal of riskant. Het gevolg: studenten slikken irritaties in, lopen vast zonder dat iemand het weet, of klagen thuis en op school in plaats van het bespreekbaar te maken in de praktijk.
Toch is feedback geven een kerncompetentie van een beginnend beroepsbeoefenaar. Een student die op een respectvolle manier kan zeggen "ik zou graag wat vaker uitleg vooraf krijgen" voorkomt problemen, laat professionaliteit zien en haalt méér uit zijn stage. Deze werkvorm laat studenten oefenen in een veilige setting met een concreet model, en ontdekken dat goede feedback geen kritiek is, maar een verzoek.
Het 4G model kan hiervoor gebruikt worden. Studenten leren feedback opbouwen in vier stappen:
- Gedrag: benoem concreet en feitelijk wat je waarneemt, zonder oordeel. "De afgelopen week kreeg ik drie keer een taak zonder uitleg vooraf."
- Gevoel: benoem wat het met jou doet (ik-boodschap). "Daardoor voel ik me onzeker of ik het goed doe."
- Gevolg: benoem het effect op je werk of samenwerking. "Het gevolg is dat ik dingen twee keer moet overdoen."
- Gewenst: spreek een wens of verzoek uit. "Zou je bij een nieuwe taak twee minuten kunnen nemen om het voor te doen?"
Waarom dit model werkt richting een begeleider: het blijft bij feiten en je blijft bij je eigen ervaring ("ik voel", "ik merk"), er zit geen verwijt in ("jij legt nooit iets uit") en het eindigt met een haalbaar verzoek. Daarmee is het veilig voor de relatie, precies wat een student in een afhankelijke positie nodig heeft.
Stap 1: Openingszin
Studenten nemen een eigen casus waar ze mee willen oefenen in de les. Ze schrijven de 4 G's uit plus een openingszin om het gesprek te beginnen.
Veel gemaakte valkuilen zijn:
- Oordelen vermomd als gedrag ("Gedrag: je bent chagrijnig" → moet zijn: "je reageerde kortaf toen ik een vraag stelde")
- Gevoel overslaan of vervangen door een mening ("ik vind dat onprofessioneel" is geen gevoel)
- Gewenst geformuleerd als eis ("dat moet anders") in plaats van verzoek
Stap 2: rollenspel
Maak groepen van 3 à 4 studenten. Iedereen speelt een keer de student en er wordt gerouleerd.
- Student: geeft de zelf voorbereide feedback volgens het 4G-model.
- Werkbegeleider/ collega: reageert volgens een reactiekaartje (zie hieronder). Belangrijk: de begeleider is niet onredelijk vijandig, maar reageert realistisch.
- Observator: noteert de volgende onderdelen feedback: Werden alle vier de G's gebruikt? Was het een ik-boodschap? Hoe was de toon? Wat deed de student toen de begeleider reageerde?
Reactiekaartjes voor de 'werkbegeleider' (per ronde een andere uitdelen):
- De welwillende: je schrikt even, maar reageert open. "Goed dat je het zegt. Vertel eens?"
- De bagatelliseerder: "Ach joh, zo gaat dat nou eenmaal op een echte werkvloer. Bij ons moet je gewoon een beetje zelfstandig zijn."
- De terugkaatser: "Interessant dat jij dat zegt ik vind juist dat jíj wel wat vaker zelf initiatief mag nemen."
Nabespreking per ronde in het drietal: wat werkte, waar schoot de student in de verdediging of trok hij zijn feedback in? Hoe blijf je rustig bij je punt zonder de relatie te beschadigen? (Techniek: erken de reactie, herhaal je verzoek. "Dat snap ik, en tegelijk zou het mij echt helpen als...")
Afronding
Klassikale afronding over wat was het moeilijkst? Welke reactie van de 'begeleider' bracht je van je stuk? Vul aan met de tegenhanger die vaak vergeten wordt: positieve feedback geven. Laat elke student ter plekke één zin formuleren die hij op stage tegen zijn begeleider zou kunnen zeggen, bijvoorbeeld: "Ik wilde even zeggen dat het me echt helpt dat je gisteren de tijd nam om het voor te doen." Bespreek kort: ook dít is feedback, en het maakt het kritische gesprek later makkelijker.
Signaleren stagnatie in samenwerking
Studenten worden gekoppeld aan een begeleider en andersom. Het kan zijn dat (onbewust) de samenwerking niet lekker verloopt. Het is dan belangrijk voor de ontwikkeling van de student om de samenwerking te gaan bespreken. Hieronder worden een aantal signalen genoemd die de praktijkopleider kan tonen. Het kan helpen om deze lijst eens langs te lopen en met elkaar te bespreken op welke onderdelen het beter kan.
Signalen vanuit de student
- Trekt zich terug, zoekt minder contact dan eerst
- Stelt weinig of geen vragen meer
- Zichtbare spanning (lichaamstaal, stilte, vermijden van bepaalde collega's)
- Vermijdt de werkbegeleider, zoekt steun bij andere collega's
- Twijfelt aan zichzelf, geeft aan "het toch niet goed te doen"
- Onverklaarde toename in ziekmeldingen of te-laat-komen
- Geeft tegenstrijdige signalen aan school/SLB'er en op de werkvloer
Signalen vanuit de werkbegeleider/het team
- Begeleider mijdt het geven van taken of feedback aan de student
- Toon richting de student verhardt (geïrriteerd, kortaf, zuchten)
- Begeleider praat negatief over de student met collega's (roddel)
- Begeleider geeft aan "geen klik" te hebben of de student "moeilijk te begeleiden" te vinden
- Feedback wordt eenrichting (alleen naar de student, nooit terug)
- Begeleider neemt taken stelselmatig over in plaats van te begeleiden
Signalen in de samenwerking
- Wederzijdse verwachtingen blijken niet uitgesproken of niet nageleefd
- Beoordelingen worden steeds kritischer zonder concrete onderbouwing
- Gesprekken gaan vooral over wat niet goed gaat, zelden over groei
- Student en begeleider geven, los van elkaar bevraagd, een heel ander beeld van de situatie
Actielijst binnen 48 uur
- Praktijkopleider/teamleider voert apart een kort gesprek met student én met begeleider (afzonderlijk), om beide perspectieven te horen zonder direct te confronteren
- Check: is er een acuut veiligheidsrisico (bv. student overweegt te stoppen)? Zo ja, betrek direct de docent/SLB'er.
Actielijst binnen 1 week
- Organiseer een driegesprek (student, begeleider, praktijkopleider of docent) gericht op: wat loopt er niet, wat heeft elk nodig om verder te kunnen
- Herhaal of vervang het startgesprek over verwachtingen– check of afspraken nog kloppen
- Onderzoek of een tijdelijke buddy/tweede aanspreekpunt naast de werkbegeleider kan helpen, zonder dit als "afwijzing" van de begeleider te framen
Actielijst bij aanhoudende mismatch (na 1-2 weken geen verbetering)
- Overweeg een wisseling van werkbegeleider of buddy; benoem dit niet als falen van student of begeleider, maar als zoeken naar de beste leeromgeving
- Docent/praktijkopleider voert de matchevaluatie uit en legt concrete vervolgafspraken vast
- Plan een vervolgmoment over 2 weken om te checken of de aanpassing werkt
Actielijst borging achteraf
- Bespreek het patroon (zonder namen) in het volgende teamoverleg of de intervisie: wat kunnen we hiervan leren voor toekomstige begeleidingsrelaties?
Matchevaluatie
Een korte evaluatie, bijvoorbeeld na twee tot vier weken, om te bespreken of de samenwerking tussen student en werkbegeleider goed verloopt. Dit voorkomt dat een niet fijne match te lang onbesproken blijft en de student onbedoeld als 'last' wordt ervaren.
Vragen voor de student
- Voel ik mij voldoende uitgenodigd om vragen te stellen?
- Wordt er rekening gehouden met mijn tempo en niveau?
- Krijg ik op een prettige manier feedback, ook als ik iets fout doe?
- Kan ik feedback geven of vragen om toelichting zonder dat dit als tegenspreken wordt gezien?
- Voel ik mij onderdeel van het team?
Vragen voor de werkbegeleider
- Sluit mijn manier van begeleiden aan bij wat deze student nodig heeft?
- Geef ik de student voldoende ruimte om eigen verantwoordelijkheid te nemen, met begeleiding waar nodig?
- Beoordeel ik de student op zijn/haar prestaties, los van of ik de student persoonlijk goed kan vinden?
- Krijg ik zelf ook voldoende ondersteuning om deze student goed te begeleiden?
Vervolgstappen
- Bespreek de antwoorden samen, ook bij een positieve uitkomst.
- Bij twijfels over de match: betrek de praktijkopleider of docent om mee te denken, vóórdat het een probleem wordt.
- Herhaal de evaluatie op een vast moment, bijvoorbeeld halverwege en aan het einde van de stage.
De overige thema's
Het Dunning-Kruger effect
Tijdens de stage groeit niet alleen de vakkennis en -ervaring van een verpleegkundestudent, maar ook het zelfinzicht. Toch klopt hun zelfbeeld niet altijd...
Meer over het Dunning-Kruger effect