Thema 4: Onboarding
Onboarding gaat over het creëren van een warme start voor studenten. Dit verlaagt hun opstartstress en vergroot direct hun gevoel van erbij horen. Tijdens de onboarding wordt de basis gelegd voor een vertrouwensband. De focus ligt op het bieden van duidelijkheid over wederzijdse verwachtingen en het creëren van een veilige basis voor de transitie van student naar beginnend professional. Onboarding is de eerste fase van de stage, kijk voor meer info in de grafiek van Dunning-Kruger.
Alle tools zijn ontwikkeld door onderzoeksgroep Verpleegkundig Leiderschap van Hogeschool Leiden en zijn bedoeld voor zorgprofessionals en docenten die studenten verpleegkunde begeleiden tijdens hun stage. Samen zorgen we voor een succesvolle stage.
Warm welkom
In het warme welkom vang je de student op, bied je duidelijkheid en creëer je vertrouwen. Studenten interpreteren kleine signalen (wel/geen voorbereiding) als betekenisvol. Met deze start-checklist kan gekeken worden of alles geregeld is voor de komst van de student. Het script geeft tips wat gezegd en gedaan kan worden voor een warm welkom.
Download de start-checklistEerste dag script begeleider
- “Welkom, we zijn blij dat je er bent”
- “Vandaag ga je vooral meekijken en landen”
- “Je hoeft nog niet alles te kunnen”
Tips
- Eerste indruk = emotioneel anker
- Benoem expliciet dat opstarten tijd kost
- Student krijgt veel indrukken en informatie te verwerken dat is oké.
Ontdek je communicatiestijl
Op stage communiceren studenten met mensen die ze niet zelf gekozen hebben: een praktijkopleider die kort en zakelijk is, een collega die vooral relatiegericht werkt, etc. Misverstanden op stage komen zelden door onwil, maar vaak door botsende communicatiestijlen. Wie zijn eigen stijl kent en de stijl van de ander herkent, kan schakelen en dat is precies wat je van een beginnend beroepsbeoefenaar vraagt.
Kort samengevat: de vier stijlen
De test onderscheidt vier communicatiestijlen. Elke student is een combinatie, met meestal één of twee dominante voorkeuren:
- Actiegericht: gericht op doen, resultaat, tempo. "Wat gaan we doen en wanneer is het klaar?"
- Tactiekgericht (procesgericht): gericht op structuur, planning, feiten en stappen. "Hoe pakken we dit stap voor stap aan?"
- Mensgericht: gericht op relaties, gevoelens, samenwerking. "Hoe voelt iedereen zich hierbij?"
- Ideeëngericht: gericht op concepten, vernieuwing, de grote lijn. "Waarom doen we het eigenlijk zo, kan het anders?"
Belangrijk om te benadrukken naar studenten: er is geen goede of foute stijl. Elke stijl heeft kracht en valkuilen, zeker in een stagecontext.
De vier stijlen uitgewerkt (pdf)Stap 1: Warming-up: stijlen herkennen
Start zonder theorie. Leg vier situaties voor (mondeling of op het bord) en laat studenten met handopsteken reageren (± 10 min):
"Je stagebegeleider geeft je een nieuwe taak. Wat denk je als eerste?"
- A. "Oké, ik ga meteen aan de slag." (actiegericht)
- B. "Eerst even op een rij: wat moet er precies gebeuren, in welke volgorde?" (tactiekgericht)
- C. "Bij wie kan ik terecht als ik er niet uitkom?" (mensgericht)
- D. "Waarom doen ze dit eigenlijk zo? Ik zou het anders aanpakken." (ideeëngericht)
Vertel daarna kort dat deze vier reacties vier communicatiestijlen weerspiegelen en dat ze vandaag ontdekken welke bij hen past en hoe anderen hen zien.
Stap 2: Test invullen
Laat studenten in de les (of als voorbereiding op deze les) de test invullen.
Doe de test '360 graden feedback op communicatiestijlen binnen een team'
Voor de test moet je je registreren.
Stap 3: Rapport lezen
Studenten bekijken hun eigen rapportage en beantwoorden individueel de vragen:
- Wat is jouw dominante stijl volgens jezelf?
- Herken je deze stijl?
- Wat vind je daar prettig aan en wat is hierin een uitdaging?
- Welke sleutelwoorden uit het rapport passen echt bij jou?
Stap 4: Uitwisselen
In een drietal bespreken studenten hun uitkomsten. Structuur per persoon (± 5 min):
- Student deelt zijn uitslag en wat daarin opvalt.
- De anderen studenten bevragen de student op hoe dit zich zal uiten op een stageplek?
- Afsluitende vraag: "Wat betekent dit straks op je stagewerkplek?" Wat gaat je daarin helpen? Wat zou je kunnen doen in situaties die je lastig vindt?
De stagebegeleider-simulatie (rollenspel in drietallen)
Eén student speelt zichzelf op de eerste stagedag, één speelt een stagebegeleider met een toegewezen stijl (deel kaartjes uit: actiegericht, tactiekgericht, mensgericht of ideeëngericht). Kies bewust een stijl die anders is dan die van de student. De ander observeert.
Situatie: de student moet uitleggen dat een opdracht niet gelukt is. Na 3 minuten wisselen. Observator noteert: waar botste het, waar paste de student zich aan?
Klassikale oogst
Inventariseer op flip-over of bord per stijl: "Hoe herken je deze stijl bij je praktijkopleider en wat werkt dan wel?"
Bijvoorbeeld: actiegerichte begeleider → to-the-point, begin niet met een lang verhaal; mensgerichte begeleider → neem even tijd voor contact voordat je je vraag stelt.
Afronding
Elke student formuleert op het werkblad één concreet communicatiedoel voor de stage:
"Mijn stijl is vooral... Mijn valkuil op stage is daardoor... De eerste twee weken van mijn stage ga ik daarom…"
Voorbeeld: "Mijn stijl is vooral actiegericht. Mijn valkuil is dat ik begin voordat ik goed doorvraag. De eerste twee weken vat ik elke opdracht eerst in mijn eigen woorden samen voordat ik start."
Borging: laat studenten dit doel opnemen in hun plan van aanpak of stageplan, en laat dit terugkomen in een kennismakingsgesprek o.i.d..
Kennismakings- en startgesprek
Het kennismakingsgesprek is een belangrijk startmoment van de stage. Voor studenten is de overgang naar de praktijk intensief: veel nieuwe indrukken, onduidelijke verwachtingen en een groeiende verantwoordelijkheid. Het kost tijd om het beroep, de werkwijze en hun eigen rol daarin te begrijpen. In deze fase maken studenten een ontwikkeling door van student naar beginnend professional. Dit gaat vaak gepaard met onzekerheid en de behoefte aan houvast. Begeleiders kunnen hierin een groot verschil maken. Begeleiders kunnen dit gesprek gebruiken om samen te verkennen wat de student nodig heeft om zich veilig te voelen en tot leren te komen. Dit vormt de basis voor een goede samenwerking en het gevoel van erbij horen.
Studenten vinden een vertrouwensband met hun begeleider en praktijkopleider belangrijk. Ze willen horen dat ze altijd bij diegene terecht kunnen, hun ervaringen in vertrouwen kunnen vertellen en niet beoordeeld worden op wat ze delen.
Tool: Gespreksformulier
Begeleider begint het gesprek met uitspreken dat student met alles terecht kan bij begeleider, dat gesprekken vertrouwelijk zijn en ze hier niet op beoordeeld worden.
Deel 1: Jij als persoon
- Motivatie en spanning: Wat motiveert jou in dit vak? Wat vind je specifiek spannend aan deze stage of afdeling?
- Veilig leerklimaat: Wat is voor jou een veilig leerklimaat? Kun je een voorbeeld geven van een situatie waarin jij je (on)veilig voelde?
- Identiteitsverschuiving: Bespreek kort dat de overgang van 'zorgeloze student' naar verantwoordelijke professional tijd kost en dat fouten maken een essentieel onderdeel is van dit leerproces.
Deel 2: Leren
- Leerdoelen: Wat wil je deze periode specifiek leren? Welk tempo past bij jouw huidige ervaring en achtergrond (maatwerk)?
- Begeleidingsbehoefte: Wat heb jij van mij of het team nodig om je goed begeleid te voelen (bijv. een vaste contactpersoon, dagelijks een kort moment)?
- Leerstijl: Hoe leer jij het liefst (kijken, doen, praten)? Hoe geef je het aan als het even niet goed gaat?
Deel 3: Begeleiding
- Feedbackvoorkeur: Hoe wil je feedback ontvangen (direct op de vloer, aan het einde van de dienst, of schriftelijk)?
- Wederkerigheid: Spreek af dat de begeleider ook feedback vraagt aan de student over de kwaliteit van de begeleiding.
- Reactie bij drukte: Spreek een concreet script af voor drukke momenten. Bijvoorbeeld: de begeleider zegt "Ik heb het nu druk, maar ik kom over 10 minuten bij je terug" in plaats van enkel de vraag af te wijzen
Deel 4: Verwachtingen
- Rol van de student: Wat verwacht het team van de student qua zelfstandigheid, initiatief op de vloer en communicatie?
- Aanspreekpunt: Wie is het eerste aanspreekpunt bij afwezigheid van de vaste begeleider?
- Verschillen in werkwijze: Hoe gaan we om met verschillen in aanpak (bijv. wel/niet volgens protocol werken met onderbouwing) zonder dat dit als 'tegenspreken' wordt ervaren?
Deel 5: Tot slot
- Gezamenlijk doel: Wanneer is deze stage voor jou geslaagd? Wat is er nodig om je hier echt thuis te voelen?
- Vast contactmoment: Plan direct een vast wekelijks moment in om kort terug te blikken op de week.
- Vastleggen: Leg de uitkomsten van dit gesprek kort schriftelijk vast (bijv. in het Stagecontract Leerklimaat), zodat er bij een wisseling van begeleider altijd op teruggegrepen kan worden.
Verwachtingen uitspreken
Veel energie van studenten gaat zitten in het voldoen aan de verwachtingen van collega’s, begeleiders, van de afdeling. Die verwachtingen zijn vaak onuitgesproken. Studenten voelen ze aan, maar weten niet altijd precies wat er van ze verwacht wordt. Begeleiders merken soms pas achteraf dat ze iets als vanzelfsprekend hadden aangenomen. Deze tool biedt ruimte om dat aan het begin bespreekbaar te maken. De begeleider en de student spreken hun verwachtingen uit, om hier samen het gesprek over aan te gaan. Docenten kunnen verwachtingen die studenten voelen bespreekbaar maken in de les. Dat kan ze handvatten bieden voor een constructief gesprek op stage.
Stap 1. Herkenning
Dit zeiden studenten en werkbegeleiders na afloop van een stageperiode. Lees ze samen door en kruis aan wat je herkent.
Bekijk de uitspraken van studenten en werkbegeleiders
Student: "Ik wist niet dat ik mocht aangeven wat ik nodig had. Ik dacht dat ik gewoon moest meelopen."
Werkbegeleider: "Ik zag haar op haar telefoon zitten en dacht: ze heeft geen interesse. Achteraf bleek ze gewoon niet wist wat ze moest doen."
Student: "Ik stelde me niet voor omdat ik zenuwachtig was, niet omdat ik geen interesse had."
Werkbegeleider: "Ik wist niet dat ze naast stage ook nog een bijbaan had. Dan had ik meer begrip gehad."
Student: "Ik wist niet goed wanneer ik moest inspringen. Ik wilde niet opdringerig zijn, dus wachtte ik af."
Werkbegeleider: "We hadden het idee dat ze niet betrokken was, ze liep niet mee als er iets te doen was. Maar we hadden haar dat nooit expliciet gevraagd."
Student: "Ik voelde me een blok aan het been. Eén keer had iemand gezegd dat ik nuttig was. Dat is me altijd bijgebleven."
Werkbegeleider: "Als studenten plezier hebben, blijven ze. Dat had ik me sterker kunnen realiseren. Dan had ik daar meer op ingezet."
Stap 2: Verwachtingen
Wat verwacht jij? Geef per thema aan in hoeverre dit voor jou van toepassing is. Vergelijk daarna met elkaar.
Student
- Contact maken: Ik stel mezelf voor en zoek actief contact: score 1-5
- Initiatief op de vloer: ik spring bij als er iets te doen is en wacht niet af: score 1-5
- Inzet tonen: Ik ben collegiaal en pak dingen op zonder dat het gevraagd wordt: score 1-5
- Open communicatie: Ik geef aan als iets niet gaat: score 1-5
- Werkplezier: Ik geef aan wat ik leuk vind en nodig heb: score 1-5
Werkbegeleider
- Contact maken: Ik help de student op weg als ze zenuwachtig zijn: score 1-5
- Initiatief op de vloer: Ik maak duidelijk wanneer en hoe de student kan inspringen: score 1-5
- Inzet tonen: Ik waardeer inzet en zeg dat ook: score 1-5
- Open communicatie: Ik ben mild en stel geen te hoge verwachtingen: score 1-5
- Werkplezier: Ik zorg dat de student het naar z'n zin heeft: score 1-5
Onze afspraken
Schrijf op wat jullie van elkaar afspreken voor deze stageperiode.
- De student zorgt voor...
- De werkbegeleider zorgt voor...
- We spreken halverwege de stage opnieuw af op [datum]
Opstartcoaching
Docenten kunnen de weg wijzen om overzicht te bewaren in de driehoek school-stage-privé. De docent kan de lessen gebruiken om de studenten te helpen plannen en waar ze aan het einde van de stageperiode moeten staan. Het is helpend als zowel de docent als SLB-er in de eerste periode de praktijk bezoekt om de student in de werkomgeving te zien en eventuele knelpunten direct bespreekbaar te maken.
In de les is een krachtig hulpmiddel om de ontwikkeldoelen van studenten te helpen ontdekken en deze centraal te stellen. Dus niet: wat moet, maar wel: wat wil de student bereiken. Dat geeft focus.
Dit werkblad kunnen studenten in de les invullen om op te starten en hun ontwikkeldoelen te formuleren. Ook kunnen ze een weekoverzicht maken waarin school, stage en privéleven op elkaar worden afgestemd.
Bekijk het werkbladDe overige thema's
Het Dunning-Kruger effect
Tijdens de stage groeit niet alleen de vakkennis en -ervaring van een verpleegkundestudent, maar ook het zelfinzicht. Toch klopt hun zelfbeeld niet altijd...
Meer over het Dunning-Kruger effect