Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de navigatie gaan
Zoeken

Thema 1: Sociale ontwikkeling

Binnen dit thema staat de integratie van de student in het team en de verbondenheid met medestudenten en de opleiding centraal. Door kleine verbindende acties en structurele check-ins wordt voorkomen dat studenten zich in hun afhankelijke positie als een 'buitenstaander' voelen. Het doel is dat de student zich een volwaardig collega voelt die ondersteund wordt door zowel de praktijk als de opleiding.

Sociale ontwikkeling - illustratie met personen die elkaar een high-five geven
Snel naar de tools van dit thema

Alle tools zijn ontwikkeld door onderzoeksgroep Verpleegkundig Leiderschap van Hogeschool Leiden en zijn bedoeld voor zorgprofessionals en docenten die studenten verpleegkunde begeleiden tijdens hun stage. Samen zorgen we voor een succesvolle stage.

Rol: stagebegeleider en docent

Structurele check-ins tijdens de stage

Studenten op stage bevinden zich in een afhankelijke positie. Ze zijn nieuw, kennen de context nog niet goed en voelen zich vaak ‘buitenstaander’. Hierdoor kan het lastig zijn om zelf hulp te vragen of aan te geven dat iets niet goed gaat. Ook op school in een volle les raakt dit snel op de achtergrond.

Zonder actieve aandacht van begeleiders en docenten bestaat het risico dat signalen gemist worden en studenten zich terugtrekken. Regelmatig en laagdrempelig inchecken helpt om verbinding te creëren, vertrouwen op te bouwen en vroegtijdig te zien wat een student nodig heeft. Begeleiders en docenten kunnen korte, informele check-in momenten creëren, bijvoorbeeld aan het begin, tijdens of einde van een dienst of les. Onderstaande tips en tricks kunnen ingezet worden om van de check-in een krachtig middel te maken.

Check-in kaartje
  1. Hoe gaat het met je?
  2. Hoe heb je de afgelopen dagen/weken ervaren?
  3. Wat ging goed, waar ben je trots op?
  4. Waar heb je hulp bij nodig?

Vijf minuten, staand mogelijk

Observatiesignalen

Let als begeleider op signalen die een check-in extra belangrijk maken:

  • student trekt zich terug
  • weinig vragen stellen
  • stil of afwachtend gedrag
  • vermoeidheid of spanning

Dit zijn momenten om actief contact te zoeken.

Tips
  • Wacht niet tot de student zelf komt, neem initiatief
  • Combineer check-in met natuurlijke momenten (koffie, overdracht)
  • Benoem ook wat goed gaat, dit versterkt zelfvertrouwen
  • Kom later terug op wat besproken is (“je gaf gisteren aan dat… hoe gaat het nu?”)
Valkuilen
  • Alleen focussen op taken/prestaties
  • Check-ins overslaan bij drukte (juist dan nodig)
  • Gesprek te groot of formeel maken
  • Verwachten dat student alles zelf aangeeft
Rol: stagebegeleider

Teamintegratie (stage)

Voor studenten is het gevoel om erbij te horen in het team cruciaal voor hun leerproces. Zonder verbinding met collega’s kan er een drempel ontstaan om contact te maken, vragen te stellen of initiatief te nemen. Studenten trekken zich dan sneller terug, bijvoorbeeld door tijdens pauzes op hun telefoon te kijken.

Actieve teamintegratie helpt studenten om zich niet alleen stagiair, maar een (beginnend) collega te voelen. Dit vraagt om bewuste en kleine handelingen vanuit het team. Begeleiders hebben een cruciale rolmodel-functie; stimuleer verbinding door bijvoorbeeld telefoonvrije lunches te houden. Gun de student expliciet 'landingstijd' om te wennen aan de teamdynamiek. Zorg voor visuele signalen van inclusie, zoals een eigen badge of een officiële foto op het teambord, in plaats van een met viltstift gekrabbelde naam. Deze lijst met micro-acties geeft handvatten om studenten actief in het team te betrekken.

Micro-acties lijst

  • student uitnodigen voor lunchmoment en koffiepauzes
  • student uitnodigen bij teamuitjes
  • naam van de student gebruiken
  • student betrekken in overleg
  • student ontvangt dezelfde behandeling als de rest van het team: kleding, naamkaartje/badge, medewerkersfoto, kleedruimte, pauzeruimte etc.
Rol: stagebegeleider

Buddysysteem (stage)

Samen leren en optrekken met medestudenten draagt bij aan het gevoel van verbondenheid en welzijn tijdens de stage. Door studenten actief met elkaar in contact te brengen, ervaren ze dat ze er niet alleen voor staan en kunnen ze elkaar ondersteunen in het leerproces.

Dit kan door studenten samen in te roosteren en bewust momenten te organiseren waarop zij elkaar ontmoeten, zoals gezamenlijke onderwijsactiviteiten, intervisie of informeel overleg. Ook eenvoudige vormen van samenwerking, zoals elkaar helpen met opdrachten of ervaringen uitwisselen, versterken dit gevoel van samen leren.

Het buddysysteem helpt studenten om sneller hun plek te vinden binnen de stage en draagt bij aan een veilig leerklimaat waarin zij zich durven ontwikkelen. Een buddy kan ook een collega uit de praktijk zijn, die niet de werkbegeleider (en dus beoordelaar) is.

Tips voor een buddysysteem

  • Koppel studenten in tweetallen aan elkaar
  • Faciliteer een wekelijkse buddy-check: 
    • wat ging goed?
    • waar liep je tegenaan?
Eerstejaarsstudenten van de opleiding Verpleegkunde van Hogeschool Leiden
Rol: docent

Klasbinding versterken

Tijdens de stageperiode verandert de dynamiek binnen de klas. Studenten zijn minder fysiek aanwezig en de onderlinge verbondenheid kan afnemen. Tegelijkertijd hebben studenten juist in deze fase behoefte aan uitwisseling bij wat zij in de praktijk meemaken.

De band tussen studenten is geen gegeven, behoeften per groep en per student verschillen. Hierin dragen zowel studenten als docent verantwoordelijkheid. Docenten hebben een belangrijke rol om deze verbinding te smeden en te versterken. Dit kan door: regelmatig check-ins organiseren zodat studenten zich gehoord voelen. De docent kan ook gesprekken te voeren over samenwerking voor schoolopdrachten, studenten activeren om elkaar op te zoeken (bijvoorbeeld samen leren of informele momenten organiseren) en door groepen te mixen zodat er niet steeds vaste groepjes ontstaan.

Docenten hebben de taak om individuele studenten in de gaten te houden, bijvoorbeeld door contact te zoeken wanneer iemand minder zichtbaar is. Door deze gerichte aandacht dragen ze eraan bij dat studenten zich verbonden blijven voelen met elkaar en met de opleiding.

Hieronder staan twee tools die docenten kunnen inzetten om de binding met studenten te vergroten: een ideeënlijst voor in de klas en een intervisiesessie voor docenten om onderling ervaringen uit te wisselen.

Ideeën om klasbinding te versterken

Dit document biedt concrete ideeën om de verbinding binnen een klas te versterken. Studenten die zich thuis voelen in een groep zijn meer betrokken, leren beter samen en haken minder snel af. De suggesties hieronder zijn geen verplichte lijst, maar uitnodigingen om mee te experimenteren.

Verbinding en zichtbaarheid

Laat studenten merken dat je ze ziet, ook buiten de lesstof om.

  • Begin de les met een korte check-in: vraag hoe het met studenten gaat, ook wat betreft ervaringen in de stage.
  • Geef ruimte aan persoonlijke verhalen die studenten meebrengen uit de praktijk.
  • Wees bewust aanwezig: gebruik namen, stel vervolgvragen, onthoud wat iemand de vorige keer vertelde.
Aandacht voor groepsdynamiek

Een groep functioneert beter als er duidelijkheid is over hoe men met elkaar omgaat.

  • Bespreek aan het begin van een periode met de klas hoe jullie willen samenwerken en omgaan met verschillen.
  • Benoem verwachtingen rondom aanwezigheid en samenwerking expliciet, zodat studenten weten wat er speelt.
  • Herken dat groepen van elkaar verschillen: sommige klassen hebben meer behoefte aan structuur of contact dan andere.
Onderlinge verbinding stimuleren

Studenten leren ook van en met elkaar, niet alleen van de docent.

  • Moedig studenten aan om samen te studeren, bijvoorbeeld voor toetsen of bij het voorbereiden van opdrachten.
  • Maak ruimte voor informele ontmoetingen, zoals een gezamenlijke lunch of een activiteit buiten de les.
  • Wissel groepssamenstelling regelmatig af, zodat studenten verschillende klasgenoten leren kennen.
Samen leren organiseren

Werkvormen waarbij studenten van elkaar afhankelijk zijn, versterken de groepscohesie.

  • Kies werkvormen waarbij studenten elkaar echt nodig hebben om een opdracht te voltooien.
  • Bespreek niet alleen de inhoud van een samenwerkopdracht, maar ook het samenwerkproces zelf.
  • Plan momenten waarop studenten ervaringen en inzichten met elkaar kunnen delen, bijvoorbeeld via presentaties of reflectiegesprekken. 
Individuele aandacht

Studenten die minder zichtbaar zijn, verdienen extra aandacht, juist omdat ze die zelden vragen.

  • Neem proactief contact op met studenten die regelmatig absent zijn, zonder direct te oordelen.
  • Let op studenten die zich terugtrekken of weinig bijdragen aan groepswerk; een kort gesprek kan al het verschil maken.

Intervisiesesssie voor SLB'ers

Als SLB'er ben jij voor studenten meer dan een studiebegeleider. Je bent het vaste gezicht in een periode die voor veel studenten allesbehalve vanzelfsprekend is: stage, groepsdruk, twijfels over de opleiding, het leven daarbuiten. Studenten die voelen dat jij hen kent als mens, durven meer te vragen en haken minder snel af.

Maar wat betekent dat in de praktijk? Hoe maak je ruimte voor het niet-schoolse in een gesprek dat maar twintig minuten duurt? Hoe laat je een student merken dat je er bent zonder dat het voelt als controle? En hoe blijf je laagdrempelig bereikbaar zonder dat je grenzen vervagen?

In deze intervisiesesssie wisselen SLB'ers concrete ervaringen uit. Wat doe jij, wat werkt, en waar loop jij tegenaan? Dee sessie is bedoeld voor een groep van 4-6 personen en duurt ongeveer 60 minuten.

Wat staat centraal?

De sessie draait om drie thema's die in de SLB-praktijk regelmatig terugkomen:

  1. Ruimte maken voor het niet-schoolse: hoe geef je als SLB-er bewust aandacht aan wat een student bezighoudt buiten de opleiding, en wat levert dat op?
  2. Nabijheid en laagdrempeligheid: hoe laat je studenten weten dat ze altijd bij je terechtkunnen, ook als het goed gaat?
  3. Begeleiden rondom stage: hoe geef je een student vertrouwen als de stage tegenvalt, en hoe denk je samen naar oplossingen?
Hoe werkt de sessie?

De bijeenkomst volgt een vaste maar lichte structuur. Iedereen brengt een concrete situatie mee: een moment waarop de begeleiding goed voelde, of juist een moment waarop je niet wist hoe je verder moest. Vanuit die situaties verkennen jullie samen wat werkt en wat vragen oproept.

0-10 min.Inchecken: hoe staat iedereen erbij? Kort rondje zonder oordeel.
10-35 min.Casuïstiek inbrengen: twee of drie deelnemers delen een concrete situatie. De groep luistert, stelt verhelderingsvragen en deelt herkenning.
35-50 min.Uitwisseling: wat doe jij in vergelijkbare situaties? Welke kleine gewoontes of keuzes maken het verschil?
50-60 min.Afsluiting: iedereen formuleert één ding dat ze wil proberen of vasthouden.
Mogelijke gespreksvragen
  • Hoe zorg jij dat een student weet dat je er bent, ook als hij of zij nooit zelf om hulp vraagt?
  • Wat doe je als een student aangeeft dat de stage tegenvalt? Hoe open je dat gesprek?
  • Wanneer besluit jij om buiten het SLB-gesprek even contact op te nemen? Wat geeft je daartoe de aanleiding?
  • Hoe reageer je als een student iets vertelt dat niets met school te maken heeft? Wat doe je daarmee?
  • Hoe blijf je benaderbaar voor studenten die je juist het minst opzoeken?

De overige thema's

Het Dunning-Kruger effect

Tijdens de stage groeit niet alleen de vakkennis en -ervaring van een verpleegkundestudent, maar ook het zelfinzicht. Toch klopt hun zelfbeeld niet altijd...

Meer over het Dunning-Kruger effect