Hogeschool Leiden

Leerklimaat VSO: SECCI

Onderzoek in het speciaal- en passend onderwijs

De doelgroep van het lectoraat houdt niet op bij een instelling. Kinderen en jong-volwassenen met problemen (het zieke kind, kind in gevaar of het gevaarlijke kind, cluster 3 en 4) gaan gelukkig ook naar onderwijs. Want daar is veel winst te behalen, zo laat veel onderzoek zien. Vaker is dat speciaal of passend onderwijs. Dat is een stevige opgave want het tijdperk van de ‘blije ADHD’ers’ is voorbij en veel kinderen hebben multipele problematiek en soms forse emotionele- of agressieproblemen.

Klimaat in de klas

Toch blijkt uit ons onderzoek dat het klimaat in de klas, dat de leerkracht neerzet, voor een belangrijke mate bepalend is voor ontwikkeling, motivatie en gedrag van leerlingen. Door middel van de SECCI (meetinstrument voor het klimaat in de klas) kunnen we het klimaat in de klas betrouwbaar en valide meten. We meten ook het werkklimaat van leerkrachten in de overtuiging dat we naar het hele systeem moeten kijken om te verbeteren. Gerichte feedback helpt. Met het NWO-Sia project ‘Meester in de klas’ hebben we laten zien dat het mogelijk is door middel van meten, feedback geven en training on the job het klimaat in de klas  daardoor de leeropbrengsten in termen van cognitieve, sociaal-emotionele en persoonsvorming bij kinderen aanzienlijk te verbeteren. Met als gevolg meer motivatie,  minder disruptief gedrag en minder incidenten in school en een beter werkklimaat voor de leerkrachten. We verzamelen ook goede voorbeelden, waaruit blijkt dat er in veel scholen ‘parels’ zijn die op bijna onnavolgbare wijze er in slagen hun kinderen te motiveren en verder te helpen. We zoeken naar de ‘mees (of juf) kees’ in het speciaal en passend onderwijs, want dat is helpend voor kinderen die vaak niet bijster veel uitzicht hebben op verbondenheid, groei en autonomie, belangrijke basisbehoeften voor ieder kind.

Samenwerkingspartners

We werken bij dit onderzoek nauw samen met bijvoorbeeld ‘De Onderwijsspecialisten’ en Horizon Onderwijs en verschillende ROC’s, maar ook so en reguliere basisscholen om onze expertise te delen en verder uit te breiden. Observatie-instrumenten in de klas voor heel jonge kinderen en kinderen met een laag niveau (cluster 3) zijn onderdeel van ons onderzoek. Nieuw is een meetsysteem voor sociaal-emotionele en persoonsontwikkeling in het onderwijs voor kinderen en jong-volwassenen dat dit jaar operationeel wordt. Dit alles in de volle overtuiging dat ieder kind floreert bij groei.

SECCI: Vragenlijst met 5 sub schalen

Hoewel de leerklimaatvragenlijst oorspronkelijk is ontwikkeld voor VSO-scholen die verbonden zijn aan residentiële jeugdzorginstellingen, wordt de vragenlijst sinds 2014 ook veelvuldig gebruikt op  VSO-scholen waarvan de leerlingen (of het grootste deel) thuis woont. De eerste schaal - Ondersteuning van de docent – geeft inzicht in de perceptie van de leerlingen op de mate van ondersteuning en stimulatie van de docenten . De tweede en derde schaal bestaan uit percepties van gedrag in de klas tussen leerlingen onderling: verstorend/disruptief gedrag (agressie, vernielen, pesten) en positieve groepsdynamiek. De vierde schaal Leeratmosfeer gaat over de voorwaarden om te kunnen leren en concentreren op taken in de klas. Tot slot gaat de vijfde schaal Groei over de mate waarin de leerlingen ervaren dat ze vooruit gaan op school en dat het volgens hen nut heeft dat ze naar school gaan. De antwoorden worden op een Likert-schaal met vijf antwoordmogelijkheden aangeboden (1 = helemaal niet van toepassing, 5 = helemaal wel van toepassing).

Gebruik in de praktijk

Promovenda Marjorie Beld werkt aan een valideringsartikel. De SECCI wordt door het lectoraat Residentiële Jeugdzorg veelvuldig gebruikt in de praktijk. Het lectoraat heeft 17 vragen over Regels en Veiligheid toegevoegd en op verzoek van de praktijk recentelijk ook 4 vragen over Ouderbetrokkenheid.

Vragenlijsten voor docenten

Om docenten van feedback te kunnen voorzien, gebaseerd op de visie van leerlingen op het leerklimaat in hun klas, is het voor sommige scholen nodig om expliciet aan een leerling mee te geven over welke docent / les de vragenlijst gaat. Er zijn daarom twee versies.

Voor Word versies en meer informatie over het gebruik van de vragenlijsten kunt u contact opnemen met Anna Dekker.

Achtergrond leerklimaatonderzoek

Circa 20.000 kinderen binnen de residentiële jeugdzorg in Nederland krijgen 24-uurs behandeling, vaak vanwege ernstige gedragsproblemen, crimineel gedrag, psychische problematiek of een licht verstandelijke beperking (LVB). Ze gaan doorgaans naar het speciaal voortgezet onderwijs. Omdat ze vaak ernstige leerachterstanden hebben is dit onderwijs juist voor hun van groot belang om terugval en recidive te voorkomen alsmede een kans te maken op aansluiting met de maatschappij en werk. Uit diverse onderzoeken van onder meer de inspecties Jeugdzorg en Onderwijs blijkt echter dat goed onderwijs geven aan deze gemêleerde doelgroep bijzonder lastig is en dikwijls gepaard gaat met uitsluitend onderwijs en agressie. Bovendien is het huidige voortgezet onderwijs met haar sterke nadruk op cognitieve vaardigheden niet altijd ingericht voor deze doelgroep, een gegeven dat leerlingen demotiveert. Stage lopen is vaak al helemaal niet mogelijk en dit staat het behalen van een startkwalificatie in de weg. Docenten vragen daarom dringend om concrete handvatten, teneinde het leerklimaat in de klas te kunnen verbeteren en jongeren voor onderwijs te motiveren. Er is binnen het speciaal onderwijs veel impliciete kennis van ervaren docenten.

Concrete handvatten voor de praktijk

In 2013 is er in samenwerking met de Hogeschool Windesheim (Zwolle) een eerste stap gemaakt met systematisch onderzoek naar het leerklimaat binnen het speciaal (voortgezet) onderwijs. Daarnaast beoogt het project concrete handvatten te geven voor de praktijk om het onderwijs en de motivatie van jongeren voor onderwijs te verbeteren en daarmee ook met de hbo-opleidingen (Sociaal Werk en de Pabo) kennis te delen als het gaat om professioneel handelen ten aanzien van deze groep jongeren. Het leerklimaatonderzoek wordt vaak gecombineerd met onderzoek naar het werkklimaat van de docenten. Gekeken wordt hoe didactische ondersteuning en pedagogische ondersteuning vormgegeven moet worden om aan te kunnen sluiten bij de didactische en pedagogische behoeften van de leerlingen.

'Meester in de Klas' - gericht werken aan het leerklimaat

In 2013-2015 het leerklimaatonderzoek opgezet in het kader van een Raak-publiek subsidie (titel:  Ik ga (toch) weer naar school!). Het betrof een intensieve samenwerking tussen lectoraat Residentiële jeugdzorg van Hogeschool Leiden, het lectoraat Sturing in de jeugdzorg van Hogeschool Windesheim en verschillende praktijkinstellingen (consortiumpartners).

Verschil in leerklimaat 

Uit leerklimaatonderzoek bij tientallen VSO-scholen in het hele land (al dan niet verbonden aan een gesloten instelling) bleek al snel dat er niet zo zeer verschillen in het leerklimaat bestaan tussen de scholen, maar vooral tussen de verschillende klassen. Desondanks zijn er ook scholen die het in het geheel moeilijk hebben, zoals blijkt uit resultaten van periodiek leerklimaatonderzoek, negatieve beoordelingen van de inspectie, veel incidenten in de klassen, een hoog ziekteverzuim onder docenten en een groot verloop in het docententeam. Aan de hand van de resultaten van het leerklimaatonderzoek en in afstemming met de praktijk heeft een projectgroep (Hogeschool Leiden, Hogeschool Windesheim en Bureau HTM) de werkwijze ‘Meester in de Klas’ ontwikkeld. Deze werkwijze maakt het mogelijk docenten te ondersteunen en geeft handvatten voor het gericht kan inzetten op verbetering van het leerklimaat.

Resultaten 'Meester in de Klas'

In 2014-2015 hebben vijf VSO-scholen meegewerkt aan een pilot, die duidde op veelbelovende resultaten van ‘Meester in de Klas’. Docenten stellen samen met een trainer van de school op basis van resultaten van leerklimaatonderzoek, observaties in de klas en zelfreflectie een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) op. Daarnaast zijn er intervisiebijeenkomsten waarin docenten casussen inbrengen die passen bij hun POP. Het hele traject staat onder supervisie van een trainer van Hogeschool Leiden, Hogeschool Windesheim of Bureau HTM.

Heeft u interesse in ‘Meester in de Klas’ op uw school? Neemt u contact op met Peer van der Helm voor meer informatie of een verkennend gesprek.

In  Beschrijving 'Meester in de Klas' ( pdf, 648 KB ) wordt besproken waar de werkwijze ‘Meester in de Klas’ op is gestoeld, wat de werkwijze inhoudt en hoe deze bij kan dragen aan het ondersteunen van docenten in VSO en de doorontwikkeling van docentcompetenties.