Hogeschool Leiden

Werkklimaatonderzoek

Het lectoraat Residentiële Jeugdzorg doet onderzoek naar het werkklimaat binnen het (voortgezet) speciaal onderwijs, justitiële jeugdinrichtingen, residentiele jeugdzorginstellingen en GGZ-instellingen. Een positief werkklimaat is belangrijk, omdat dit van invloed is op hoe medewerkers een gezond, open leef- en leerklimaat kunnen neerzetten. Er is een positief werkklimaat als medewerkers tevreden zijn over het leiderschap van hun leidinggevenden, als team goed functioneren, tevreden zijn, betrokken op hun cliënten, ontwikkelingsperspectief zien en geen last hebben van een te hoge werkdruk. 

Wat wordt er onderzocht?

Het lectoraat heeft twee vragenlijsten ontwikkeld om het werkklimaat in beeld te brengen:

  1. vragenlijst voor medewerkers van een leefgroep (de Living Group Work Climate Inventory, LGWCI)
  2. vragenlijst voor leerkrachten binnen het onderwijs (de School Work Climate Inventory, SCWI).

Binnen deze vragenlijsten worden verschillende factoren onderscheiden:

  • Leiderschap van de leidinggevende: in hoeverre het leiderschap passief, controlerend en inspirerend is
  • Teamfunctioneren: in hoeverre medewerkers het teamfunctioneren als positief of negatief ervaren
  • Werkmotivatie: waaronder o.a. tevredenheid, betrokkenheid, werkdruk, veranderbereidheid
  • Werkgeversverplichtingen: mogelijkheden tot ontwikkeling, het salaris, sociaal-emotionele steun
  • Werknemersverplichtingen: bereidheid tot overwerken, inzet voor de organisatie

Waarom is het onderzoek belangrijk?

Medewerkers op leefgroepen werken in teamverband en zijn verantwoordelijk voor het zorgdragen en behouden van een open, positief leefklimaat op de leefgroep. Om hierin te slagen is het belangrijk dat medewerkers als team goed functioneren, zich veilig voelen, met elkaar en hun leidinggevende kunnen communiceren en plezier hebben in hun werk. Kortom, een gunstig werkklimaat is een voorwaarde voor medewerkers om zich in te zetten voor een positief leefklimaat. 

Op wie richt het onderzoek zich?

Werkklimaatonderzoek vindt plaats onder medewerkers binnen het (voorgezet) speciaal onderwijs, justitiële jeugdinrichtingen, residentiele jeugdzorginstellingen en GGZ-instellingen.  

Hoe ziet het onderzoek eruit?

De medewerkers vullen digitaal of op papier de vragenlijst in waarin zij aangeven hoe zij het werkklimaat ervaren. De resultaten en eventuele aandachtspunten worden vastgelegd in een rapport, dat wordt besproken met de leidinggevende en medewerkers. De medewerkers kunnen vervolgens met elkaar aan de slag om verbeteracties uit te zetten. Een vervolgmeting (meestal na 6 maanden) biedt de mogelijkheid tot reflectie: wat valt op, welke verbeterpunten zijn ingezet en welke effecten hebben die gehad? 

Met wie werken we samen?

Het onderzoek vindt plaats binnen het (voorgezet) speciaal onderwijs, justitiële jeugdinrichtingen, residentiele jeugdzorginstellingen en GGZ-instellingen. Momenteel zijn dat de Onderwijsspecialisten, Fivoor (forensische en intensieve psychiatrie), Ipse de Bruggen (zorg voor licht verstandelijk beperkten), Transferium (Jeugdzorg Plus) en Human Concern (GGZ-instelling voor eetstoornissen).

Lees meer over het leef-, leer en werkklimaatonderzoek per instelling 
Bekijk het overzicht van instellingen waarmee het lectoraat eerder heeft samengewerkt

Wat zijn de resultaten?

De resultaten van het werkklimaatonderzoek worden gebruikt om het werkklimaat bij de deelnemende scholen en instellingen te verbeteren. Ook gebruikt het lectoraat de gegevens voor wetenschappelijk onderzoek. Beide werkklimaatvragenlijsten zijn nog in ontwikkeling.

Meer weten?

Voor meer informatie over werkklimaatonderzoek binnen een residentiële instelling kunt u contact opnemen met Anna Dekker. Voor meer informatie over werkklimaatonderzoek binnen scholen kunt u contact opnemen met Geke Klapwijk
Of lees meer over de theoretische achtergrond van het onderzoek ( pdf, 121 KB ).

Handleidingen en vragenlijsten Werkklimaatonderzoek

In 2018 is de vragenlijst doorontwikkeld en zijn de referentiewaarden aangepast. De bijbehorende handleiding is nog in ontwikkeling, maar is op te vragen bij Anna Dekker. In deze handleiding staan de meest recente referentiewaarden en wordt er toegelicht hoe de huidige versie verschilt van de versie uit 2014.