VOED-onderzoekers pakken vraagstukken uit onderwijs op
Binnen VOED doen onze docenten onderzoek naar een vraagstuk uit het eigen onderwijs. Zo ontwikkelen we kennis die we hogeschoolbreed kunnen delen én kunnen inzetten.
Het onderwijs staat niet stil. Van ontwikkelingen op het vlak van AI, serious gamen tot flexibel onderwijs. Ook het onderwijs op Hogeschool Leiden is volop in ontwikkeling. Elke opleiding investeert erin, zodat onze studenten actief en succesvol kunnen studeren. Maar hoe leren we van elkaar? Hoe brengen we iets waarvan we weten dat het werkt verder? Vragen als deze vormen de aanleiding om onderzoek te doen naar ons eigen onderwijs. En dat gebeurt in het onderwijs-onderzoeksnetwerk van het Center for Teaching and Learning: VOED.
VOED staat voor Versterken, Onderbouwen, Experimenteren en Delen. Hier krijgen docenten de ruimte om onderzoek te doen naar vraagstukken in hun eigen onderwijspraktijk. Ze bouwen kennis op, experimenteren met innovaties en delen inzichten met elkaar en met de hele hogeschool. Een VOED-onderzoek is praktijkgericht en sluit aan op onze ontwerpprincipes. Er worden vraagstukken onderzocht die bij een opleiding spelen én die ook voor andere opleidingen interessant kunnen zijn. Om aan te sluiten bij de ontwikkeling van het Center for Teaching and Learning ligt de focus op vraagstukken die zich richten op de innovatiethema’s: flexibilisering, activerende blend en AI.
Maar wie zijn nu die VOED-onderzoekers en waar doen ze precies onderzoek naar? Hieronder stellen we deze collega's en hun onderzoeken aan je voor.
Slecht lezen? Ga toch gamen!
Engels wordt wereldwijd steeds vaker gebruikt als taal voor wetenschappelijk onderzoek. Voor Hbo-studenten is het daarom belangrijk om een goede leesvaardigheid in academisch Engels te ontwikkelen. Dit is niet alleen nuttig voor hun studie, maar ook voor hun professionele en persoonlijke groei. Deze toenemende behoefte stelt hogere eisen aan de leesvaardigheid van studenten. Niet voor niets noemt leesvaardigheidsexpert Vernooy lezen “de belangrijkste vaardigheid van de 21e eeuw.”
Toch blijkt dat studenten die bijvoorbeeld vanuit het mbo doorstromen naar het hbo vaak onvoldoende zijn blootgesteld aan academisch Engels. Hierdoor schieten traditionele interventies die bedoeld zijn om hun leesvaardigheid te verbeteren, soms te kort. Een digitale game-based learning-aanpak kan hier echter een oplossing bieden. Onderzoek toont namelijk aan dat studenten die regelmatig gamen een significant betere leesvaardigheid hebben dan niet-gamende studenten. Bovendien wordt serious gaming steeds meer gezien als een activerende werkvorm die het leerproces zowel speelser als effectiever maakt.
Onderzoeker Deborah Yapp onderzoekt bij VOED hoe een game-based learning-interventie kan bijdragen aan het verbeteren van de Engelse leesvaardigheid van HBO-Rechtenstudenten. Tot nu toe zijn 330 eerstejaarsstudenten getest op hun leesvaardigheid in het Engels. De resultaten laten zien dat gamers significant hoger scoren op leesvaardigheid dan niet-gamers. Daarnaast gaf 66% van de gamers correct aan dat ze sterke lezers zijn, terwijl 30% zichzelf als minder sterke lezer identificeerde. Bij de niet-gamers lag dit anders: slechts 18% gaf correct aan dat ze sterke lezers zijn, terwijl 71% zichzelf juist als minder sterke lezer identificeerde. Beide groepen hadden vergelijkbare onderwijservaringen voordat ze aan het hbo begonnen.
Samen met The Game Research Lab werkt Deborah aan de ontwikkeling van een serious game om de Engelse leesvaardigheid van eerstejaarsstudenten bij HBO-Rechten te verbeteren. Het plan is om de game in september van dit jaar beschikbaar te maken voor HBO-Rechtenstudenten. Met deze innovatieve aanpak hoopt Deborah de leesvaardigheid van rechtenstudenten te versterken.
Betrokken studenten
Volgens wetenschappelijke literatuur zijn motivatie en een gevoel van verbinding met de opleiding belangrijke pijlers voor studiesucces. Toch geven docenten van de opleiding Verpleegkunde soms aan dat zij het idee hebben dat studenten onvoldoende gemotiveerd zijn. Ook de studenten zelf geven geregeld aan moeite te hebben met hun motivatie. Bianca Delpeut en Pauline Ooms doen hier onderzoek naar.
Het nieuwe curriculum Bachelor of Nursing 2030 (BN2030) staat voor de deur. In BN2030 spelen studentenwelzijn en een het creëren van een veilige leeromgeving voor studenten een centrale rol. Een sterke verbinding met de opleiding en de motivatie van studenten zijn immers belangrijke pijlers voor studiesucces. Het is belangrijk dat studenten zich betrokken voelen en gemotiveerd zijn om optimaal te kunnen presteren. Daarnaast zien beide onderzoekers dat een aantal studenten studievertraging oploopt of zelfs stopt met de opleiding. Dit is niet alleen vervelend voor studenten zelf, maar brengt ook extra kosten met zich mee en heeft impact op docenten. Maar ondanks dat we weten dat motivatie en het gevoel van verbondenheid belangrijke pijlers zijn voor studiesucces, zijn deze aspecten nog niet systematisch in kaart gebracht. Daarom is het essentieel om dit te onderzoeken.
De onderzoekers hebben daarom eerst de motivatie van eerste- en tweedejaarsstudenten onderzocht, aangezien zij veel op school aanwezig zijn. Dit hebben ze gedaan met behulp van de Motivated Strategies for Learning Questionnaire (MSLQ), een gevalideerde vragenlijst die onder andere academische motivatie bij studenten meet. Vervolgens hebben Bianca en Pauline de verbinding die studenten ervaren met de opleiding gemeten door middel van een andere gevalideerde vragenlijst, namelijk Measurement of School Connectedness (MOSC) die zij hebben uitgezet onder alle studenten van de opleiding.
Uit de meetresultaten van de MSLQ blijkt dat studenten van de opleiding Verpleegkunde gemiddeld gezien hoog scoren op motivatie. De onderzoekers constateerden echter wel een lichte afname van de motivatie tussen leerjaar 1 en leerjaar 2. Daarnaast blijkt dat de motivatie gemiddeld gezien bij jongens lager is dan bij meisjes. De resultaten van de MOSC worden momenteel geanalyseerd.
Een exclusieve toolbox over diversiteit en inclusie
Voelen alle studenten op Hogeschool Leiden zich op passende wijze aangesproken, zijn de voorbeelden en casussen die we gebruiken een goede weerspiegeling van de diversiteit in de maatschappij, en is al onze inhoud wel toegankelijk genoeg voor iedereen?
In De Leidse Canon; hoe leren studenten in het hoger onderwijs uit 2021 staat het al beschreven: inclusief onderwijs draait om het creëren van onderwijs waarin elke student goed tot diens recht komt. Als hogeschool omarmen we de meerwaarde van diversiteit, waarbij iedereen zich welkom zou moeten voelen. De termen diversiteit en inclusiviteit hoor je veel, maar wat houdt dat nu eigenlijk in? En hoe kunnen we daar bij het lesgeven rekening mee houden? Hoe zorg je ervoor dat onze digitale inhoud inclusief is? Dat is vooral belangrijk nu de hogeschool een nieuwe elektronische leeromgeving gaat krijgen: Brightspace.
Hogescholen en universiteiten zijn hier al langer mee bezig en hebben allerlei materiaal gemaakt dat ook door Hogeschool Leiden gebruikt kan worden. Nathalie van Hulzen, docent en onderzoeker bij Toegepaste Psychologie, wil een plek creëren om al dit verzamelde materiaal beschikbaar te maken voor iedereen. Ben je bijvoorbeeld op zoek naar een checklist om te zien of het curriculum inclusief is? Of zou je een spel met collega's willen doen over het belang van Universal Design Learning?
In haar onderzoek probeert zij het materiaal uit met docenten en studenten om uiteindelijk een toolbox beschikbaar te stellen via een Sharepointsite die voor iedereen toegankelijk is.
Leren regisseren: hoe ontwikkelingsgerichte feedback studenten helpt groeien
Studenten beschikken niet automatisch over zogeheten zelfregulerende vaardigheden, zoals je eigen voortgang bijhouden en bijstellen als dat nodig is. Terwijl onderzoek laat zien dat deze vaardigheden er wél voor zorgen dat studenten hun leerprestaties verbeteren. Daarnaast heeft het een positief effect op hun motivatie.
Een van de kanshebbers voor het hoger onderwijs om de zelfregulerende vaardigheden bij studenten te ontwikkelen, is ontwikkelingsgerichte feedback op datapunten. Een datapunt kan een document zijn, een presentatie, notulen, en ook de feedback zelf. Datapunten samen laten zien of studenten een leeruitkomst beheersen. De feedback op de individuele datapunten is geen beoordeling, maar input voor studenten over waar ze staan.
De vraag is hoe dit werkt in de praktijk. En hier doet Maartje Kouwenberg, docent Onderzoekend vermogen bij de opleiding Informatica, onderzoek naar. In hoeverre draagt het feedbackproces op de datapunten bij aan het monitoren en bijstellen van het eigen leerproces door studenten Informatica? Geven wij als docenten ontwikkelingsgerichte feedback en ervaren studenten dat zij op basis daarvan hun leerproces evalueren en bijstellen? Laten zij dit ook zien? In het huidige onderzoek gaan deze vragen onderzocht worden bij tweedejaarsstudenten Informatica en hun docenten binnen een grote module van 30 EC. Hierbinnen gaan studenten werken voor opdrachtgevers van buiten de hogeschool en zullen zij zelfregulerende vaardigheden zeker nodig hebben.
Hoe kunnen we studenten leren kritischer naar eigen (onderzoeks)resultaten te kijken?
Bij de opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek leiden we studenten op tot onderzoeksanalist. Een onderzoeksanalist voert labanalyses uit en bepaalt daarna, op basis van de resultaten, welke conclusies er getrokken kunnen worden. Daarbij moet allereerst worden beoordeeld of de analyse nauwkeurig is uitgevoerd en of de resultaten betrouwbaar zijn. Studenten vinden het moeilijk om deze beoordeling van de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid (NB) correct te doen. En de opleiding zou daar graag beter in ondersteunen.
Voor zijn VOED-project wil Bart Baan testen of de NB-beoordeling van de eigen resultaten verbetert als je studenten materiaal geeft waarmee ze zelf, in hun eigen tijd, die beoordeling kunnen doen. Dit materiaal bestaat uit een online NB-checklist mét ondersteunende kennisclips (1. gebruiksinstructie en 2. uitleg van de NB-sleutelbegrippen).
Dit onderzoek loopt in periode 3 in een module waarbij eerstejaarsstudenten een eigen onderzoek uitvoeren naar microbiologische veiligheid van mosselen. Om te bepalen of het gebruik van de NB-checklist de kwaliteit van de beoordeling beïnvloedt, bekijkt Bart of de bespreking van die betrouwbaarheid in de verslagen van dit jaar beter beoordeeld wordt dan vorig jaar.
Als dit materiaal tot verbeterde NB-beoordeling leidt, zal dit breder binnen de opleiding worden ingezet en is dit mogelijk ook bruikbaar voor andere opleidingen binnen de faculteit Science & Technology of die van andere hogescholen.
Verbetering van praktijkbeoordeling voor verpleegkundestudenten
Het tekort aan zorgprofessionals in Nederland is aanzienlijk en de vraag naar gekwalificeerde verpleegkundigen blijft groeien. Jaarlijks studeren honderden verpleegkundestudenten af aan Hogeschool Leiden, die zich inzetten voor de toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg. Tijdens hun afstudeerfase lopen deze studenten 20 weken stage, waarin ze werken aan het ontwikkelen van hun competenties.
Gedurende deze periode worden ze begeleid door begeleiders die hen ondersteunen en hun voortgang monitoren. Aan het eind van de stage ontvangen de studenten een adviesbeoordeling die als basis dient voor de definitieve beoordeling door de examinatoren van de opleiding. In de praktijk blijkt het voor begeleiders echter nog een uitdaging te zijn om een duidelijk, onderbouwd advies te geven. Ondanks hun inzet is de adviesbeoordeling voor examinatoren soms moeilijk navolgbaar, wat het proces van beoordeling bemoeilijkt. Deze situatie heeft gevolgen voor de transparantie en de betrouwbaarheid van de beoordeling en vraagt om verbetering.
Sinds dit studiejaar is de opleiding gestart met een onderzoek naar het verbeteren van de navolgbaarheid van beoordelingen. De onderzoekers, Lu Wang en Luciënne Baks, zullen samen met stakeholders, waaronder praktijkbegeleiders, examinatoren, studenten en commissies, onderzoek doen naar de uitdagingen en mogelijke oplossingen. Daarbij wordt gekeken naar succesvolle voorbeelden van andere opleidingen en hogescholen om uiteindelijk een praktische toolbox te ontwikkelen. De uitkomsten van dit onderzoek zijn niet alleen relevant voor de afstudeerstages van verpleegkundestudenten, maar kunnen breder toegepast worden om ook andere stageperiodes en andere opleidingen te ondersteunen bij het verbeteren van hun beoordelingsprocessen.
Flexibele deeltijdpabo: werken met leeruitkomsten, een vak apart
Hogeschool leiden zet in op het werken met leeruitkomsten en op flexibiliseren. Bij de faculteit Educatie wordt er bij de flexibele deeltijdpabo al 7jaar op deze manier gewerkt. De ervaring van studenten is nog niet altijd positief over de leeruitkomsten en ook de mate van flexibiliteit lijkt beperkt te worden door externe factoren.
Sinds de wet Wet leeruitkomsten hoger onderwijs op 12 maart 2024 is aangenomen zullen steeds meer opleidingen op deze manier gaan werken. Ook Hogeschool Leiden heeft als ambitie gesteld om waar mogelijk te gaan werken met leeruitkomsten en in blokken van 5 EC of een veelvoud daarvan. Bij de faculteit Educatie is het de bedoeling om de komende jaren te gaan harmoniseren tussen de verschillende varianten die opleiden tot leerkracht basisonderwijs. Voor deze harmonisatie zullen nieuwe leeruitkomsten geschreven worden. De 7 jaar aan ervaring die er al is zal helpen om het werken met leeruitkomsten naar een hoger niveau te krijgen.
Voor dit onderzoek is door Emiel Vlug een literatuurstudie gedaan naar de meest actuele inzichten rond het werken met leeruitkomsten. Daarnaast is er door middel van deskresearch gekeken naar de huidige uitvoering bij de flexibele deeltijdpabo. Daarbij is onder andere gekeken naar de mate van flexibiliteit en de kwaliteit van de leeruitkomsten. Tot slot is er een vragenlijst afgenomen bij studenten om te toetsen in hoeverre de resultaten van het literatuuronderzoek en de deskresearch overeenkomen met de ervaringen van studenten.
Er zijn een aantal punten naar voren gekomen waarmee rekening gehouden moet worden bij het overstappen naar leeruitkomsten. Hieronder zullen deze puntsgewijs opgesomd worden:
- Bij de flexibele deeltijdpabo zijn er erg veel verschillende, kleine leeruitkomsten. Het is aan te bevelen om met grotere eenheden te gaan werken. Dit zorgt ervoor dat studenten meer betrokken zijn en de leeruitkomsten minder zien als een afvinklijst.
- Het is belangrijk om vooraf te bedenken of er concentrisch, modulair of in een mix hiervan gewerkt gaat worden. Er is voor studenten nu weinig ruimte om eerder opgedane kennis en ervaringen in te zetten. Dit kan vergroot worden door concentrisch te werken.
- Leeruitkomsten zijn niet duidelijk geformuleerd, studenten weten niet wat er van hen verwacht wordt. Er is een AI-hulpmiddel om een modulehandleiding om te zetten naar een leeruitkomst. Daarnaast is er naar aanleiding van dit onderzoek een CustomGPT geschreven om leeruitkomsten te beoordelen, van feedback te voorzien en te herschrijven.
- Werken met beoordelingscriteria werkt belemmerend, succescriteria daarentegen zijn helpend.
- Kies een passende toetsvorm. Een portfolio of assessment in combinatie met een criteriumgericht interview is aanbevolen.
- Het werken met een propedeutische fase zit flexibilisering in de weg, de nieuwe wet maakt het voor duale en deeltijdopleidingen mogelijk om zonder propedeutische fase te werken.
Flexibilisering: motivatie in verbondenheid
De faculteit Educatie heeft al een aantal jaren ervaring met het opzetten van flexibele deeltijdopleidingen, waarbij leeruitkomsten het toetsingsinstrument zijn. In studiejaar 2017-2018 startte de flexibele deeltijdpabo en daarna zijn nog vier andere lerarenopleidingen geflexibiliseerd. Daar flexibilisering een trend is die zich, mede aangestuurd door de overheid, de komende jaren verder zal ontwikkelen, is het zinvol om op gedegen wijze terug te blikken op de ervaringen die inmiddels zijn opgedaan bij de faculteit Educatie.
Met dit onderzoek hopen Robert Voogdgeert en Wybren Scheepsma een beter beeld te krijgen van zowel de succesfactoren als ook van elementen die minder goed lijken uit te pakken. Dit doen ze tegen de achtergrond van de, nog relatief jonge, historische ontwikkeling van onderwijskundige conceptualisering én praktische realisatie van flexibilisering van beroepsopleidingen.
Het is de bedoeling om, op basis van de uitkomsten van het onderzoek, beleidsadviezen te geven die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de instroom, de doorstroom en de uitstroom van de lerarenopleidingen. Door kritisch terug te blikken op de ervaringen van de voorbije jaren denken de onderzoekers dat het mogelijk is betere beslissingen voor de toekomst te kunnen nemen.
Het onderzoek is op twee hoofdpijlers gebouwd met elk zijn eigen doel en daarbij passende onderzoeksmethodes:
- Bronnenonderzoek: in dit deel wordt een beschrijving geleverd van de wijze waarop onder impuls van het ministerie van OC&W pilots voor flexibele beroepsopleidingen zijn opgezet, zijn geëvalueerd en in nieuw onderwijsbeleid zijn omgezet. Vervolgens is in beeld gebracht hoe de vijf flexibele opleidingen van Educatie zijn ontstaan en ingericht. Hiervoor is gebruikgemaakt van interviews met betrokkenen en het analyseren van interne rapportages en beleidsdocumenten. In dit onderdeel is er bijzondere aandacht voor de omgang met leeruitkomsten, omdat alle flexibele lerarenopleidingen hun onderwijs inrichten rondom leeruitkomsten.
- Empirisch onderzoek: in dit deel wordt vooral met kwantitatieve methodes gewerkt. Hierbij worden de uitkomsten van gevalideerde vragenlijsten over motivatie en over verbondenheid gecombineerd met studieresultaten en een set achtergrondvariabelen van studenten. Het doel is het ontdekken en visualiseren van patronen in bestaande onderwijspraktijken, zowel flexibel als regulier van opzet. Deze patronen kunnen als positieve dan wel negatieve factoren worden geïnterpreteerd en kunnen inzicht bieden en ondersteunen bij te nemen beleidsinitiatieven met betrekking tot de verdere flexibilisering van het onderwijs.
Het is de bedoeling dat conclusies van het onderzoek op twee pijlers worden gefundeerd: de conceptuele ontwikkelingen, toekomstperspectieven en de wensen van flexibilisering zoals het ministerie en Hogeschool Leiden deze voor ogen hebben enerzijds, en de concrete realisatie van het reeds geflexibiliseerde onderwijs van de faculteit Educatie anderzijds. De onderzoekers hopen adviezen en leerpunten te formuleren die helpen bij de verbetering van lopend en nieuw te ontwikkelen flexibel onderwijs.
Betekenis van dit onderzoek voor het onderwijs:
- Het onderzoek moet inzichten opleveren voor de verdere flexibilisering van het onderwijs geformuleerd als kansen en als te vermijden aspecten. Zo hopen de onderzoekers voor de faculteit en Hogeschool Leiden bij te kunnen dragen aan een optimalere vorm van flexibilisering.
- Voor de studenten heeft onderzoek naar het onderwijs, niet alleen het onze, het potentiële voordeel van een grotere mate van adaptieve vormen waarin beter recht wordt gedaan aan wat studenten nodig hebben.
- Voor de faculteit Educatie en voor Hogeschool Leiden leidt meer adaptief ingericht onderwijs, volgens de onderzoekers, altijd tot betere resultaten voor ons als onderwijsinstelling.
- Vanuit dat perspectief is dit onderzoek een vorm van onderwijsdemocratisering: door studenten vragen te stellen en door hun antwoorden met oprechte aandacht te analyseren, komen de onderzoekers tot inzichten die de basis kunnen vormen tot verbetering van ons onderwijs.
Hoe kunnen we studenten helpen thuis beter te studeren?
Het uitvoeren van zelfstudie door studenten lijkt een steeds groter probleem te worden. Studenten worden thuis snel afgeleid en kunnen zich lastig focussen, terwijl het onderwijs steeds meer verwacht dat studenten zelf aan de slag gaan. Er wordt steeds meer nadruk op de zelfstudie gelegd, omdat studenten door zelf uit te voeren het beste stof tot zich kunnen nemen en er geminderd moet worden op het aantal contacturen. Bij de opleiding Chemie merken docenten dat studenten moeite hebben bij het uitvoeren van zelfstudie, en dat dit leidt tot slechtere slagingspercentages en langstudeerders.
Om studenten in hun leerproces te ondersteunen onderzoekt Margo van der Pijl, docent bij opleiding Chemie, hoe studenten gestimuleerd kunnen worden een actievere en efficiëntere zelfstudie uit te voeren, en hoe het (online) onderwijs daarop kan aansluiten. Het doel is om hiermee zowel aan studenten als docenten handvaten aan te kunnen reiken om de leerervaring te verbeteren.
Investeren in uitvallers: wat is de impact van inveSTigate?
Elke docent kent ze: studenten die gedurende het eerste jaar stoppen met hun studie. De achterliggende redenen kunnen heel divers zijn maar vaak zien we twijfel (zit ik wel op de juiste plek), tegenvallende resultaten (goede inzet vertaalt zich niet naar de benodigde studiepunten) of gebrek aan motivatie (waar doe ik het voor).
Het besluit om te stoppen is voor veel studenten niet makkelijk. Het gevoel gefaald te hebben, de twijfel over hoe nu verder en de onzekerheid over de financiële kant kunnen veel druk op studenten leggen. Switchen van opleiding is lang niet altijd garantie voor succes. Wat kunnen wij als Hogeschool Leiden deze studenten bieden? Hoe kunnen we ook aan deze studenten een vliegende start en een juiste plek bieden?
Dit studiejaar (24/25) start de faculteit Science & Technology met inveSTigate! Een heroriënteringsprogramma waarbinnen studenten door praktische en uitdagende challenges gaan ontdekken waar ze energie van krijgen, wat hun kwaliteiten zijn, hoe hun ideale werkplek eruitziet en wat er nog nodig is om binnen het hbo aan de slag te kunnen.
Binnen VOED richt Saskia Stahlecker-Vosslamber, docent Bio-informatica, zich op het meten van de impact van inveSTigate. Een waardevolle interventie aanbieden die geschikt zou zijn voor alle uitvallers is onmogelijk. Het onderzoek richt zich daarom allereerst op studenten van de faculteit Science & Technology die twijfelen over hun gemaakte studiekeuze, maar die wel hbo-denkniveau aan kunnen. Sluit het programma aan bij wat zij nodig hebben? Wat is de impact van dit programma op de student, de nieuwe studiekeuze en het studiesucces? En, is het programma wellicht ook voor studenten vanuit andere faculteiten waardevol?
Binnen VOED probeert Saskia inzicht te krijgen op wat werkt, voor wie en in welke mate.
Slimme AI of slimme studenten?
In hoeverre heeft de introductie van generatieve AI binnen de faculteit Management & Bedrijf van Hogeschool Leiden geleid tot een meetbare verandering in de toetsresultaten van studenten? Dit onderzoek, dat wordt uitgevoerd door Bastiaan Groot, beoogt te achterhalen of AI-technologieën een significante invloed hebben op de cijfers en prestaties van studenten, specifiek op schriftelijke producten zoals essays, rapportages, reflecties en onderzoeken.
De opkomst van generatieve AI biedt veel kansen, maar roept ook vragen op over de impact op onderwijs en toetsing. Dit onderzoek is belangrijk omdat het inzicht geeft in de manier waarop AI de leerresultaten van studenten beïnvloedt. Door toetsresultaten te vergelijken van voor en na de introductie van AI, krijgen we meer inzicht in de vraag of deze technologieën een positieve of negatieve invloed hebben gehad.
Dit onderzoek richt zich op het analyseren van de effecten van generatieve AI-technologieën op de toetsresultaten van studenten van de faculteit Management & Bedrijf. Het doel is om te evalueren of de integratie van generatieve AI, zoals ChatGPT, een significante invloed heeft gehad op de prestaties van studenten. Het onderzoek vergelijkt cijfers van vóór en na de introductie van AI-technologieën in het onderwijsproces om de impact op kennisverwerving en leerresultaten te bepalen.
Dit onderzoek maakt gebruik van een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden:
- Dataverzameling: vergelijking van cijfers uit Osiris van de jaren 2020-2024.
- Analyse: er worden schriftelijke producten (zoals essays en verslagen) geanalyseerd en beoordeeld op basis van toetscriteria van voor en na de introductie van generatieve AI.
- Vergelijking: door de toetsresultaten van verschillende jaren naast elkaar te leggen, wordt inzicht verkregen in de mogelijke effecten van AI op de toetsresultaten.
- Daarnaast wordt er gekeken naar ervaringen van docenten en studenten met AI in het leer- en toetsproces.
De resultaten van dit onderzoek zullen inzicht bieden in de mate waarin AI-technologieën de toetsresultaten van studenten beïnvloeden. Deze bevindingen kunnen leiden tot aanbevelingen voor de verdere integratie van AI in het onderwijs en helpen bij het waarborgen van de kwaliteit van toetsing en leeruitkomsten in een tijd van technologische innovatie, zoals het verfijnen van onderwijsmethoden en toetspraktijken, zodat deze beter aansluiten op de huidige en toekomstige technologieën. Door inzicht te bieden in de effecten van AI op leeruitkomsten, kunnen docenten en onderwijsinstellingen gerichter inspelen op de behoeften van studenten en tegelijkertijd de kwaliteit van het onderwijs behouden.
Écht ruimte geven aan de student: 18 EC vrije ruimte in het curriculum
Hoeveel vrije ruimte is er in jouw curriculum voor de student? Binnen de hogeschool zijn veel opleidingen bezig om vrije ruimte te creëren voor studenten, waarin studenten eigen keuzes kunnen maken. Maar hoe vrij is die ruimte nu eigenlijk? Deze vraag stelde men zich in de tweedegraadslerarenopleiding Gezondheidszorg & Welzijn en Omgangskunde. Ook zij hadden in het oude curriculum specialisaties waaruit studenten konden kiezen en natuurlijk de minor. Bij het ontwikkelen van een nieuw curriculum kwam daarom de vraag aan de orde: kan het nóg vrijer?
We gaan ervan uit dat wij als opleiding weten wat onze studenten moeten leren om een goede beroepsbeoefenaar te worden. Voor een groot deel weten we dat inderdaad, maar deze kennis ligt ook bij de studenten zelf. Bovendien is elke student anders en heeft elke student iets anders te leren. Daarom heeft de opleiding Gezondheidszorg & Welzijn en Omgangskunde ervoor gekozen om 18 EC aan vrije ruimte voor hun studenten te creëren, waarin niets vaststaat. De enige opdracht die studenten krijgen is: ga jezelf ontwikkelen!
Omdat dit voor de opleiding een compleet nieuwe manier van onderwijs geven is, is Esther van der Zwet vanuit VOED begonnen aan een onderzoek naar deze vrije ruimte. Samen met een collega bereidt zij bijeenkomsten voor, waarin ze studenten aanmoedigen optimaal gebruik te maken van de vrijheid die de opleiding hen geeft. Wat zit daar zoal in? Veel oefeningen, waarin studenten ontdekken wat hen drijft, brainstormen én het concreet maken van hun eigen plannen. Studenten koppelen hun persoonlijke drijfveren aan hun beroepsontwikkeling. Door literatuuronderzoek naar 'gebonden vrijheid' en het bevragen van studenten hoopt de onderzoeker de optimale vrijheid voor hun ontwikkeling te creëren!
Meer weten?
Wil je meer weten over VOED, de onderzoekers en hun VOED-onderzoeken? Neem dan contact op met Frowine den Oudendammer.