Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de navigatie gaan
Zoeken

Portaal Werkveld Fysiotherapie

Welkom op het Portaal Werkveld Fysiotherapie van Hogeschool Leiden. Op deze pagina tref je alle informatie die je als partner uit het werkveld nodig hebt: van stagebegeleiding en het aanbieden van afstudeeropdrachten tot nieuws, accreditatiepunten en professionaliseringsmogelijkheden.

studenten oefenen in een praktijksituatie op elkaar

Stage

Praktijkbegeleiding

Ben jij betrokken bij het begeleiden en beoordelen van de stage van een student Fysiotherapie of wil je studenten gaan begeleiden? Vind hier informatie over het aanmeldproces, handleidingen, aanvullende stage-informatie én alles over het starten van studenten in de praktijk (Onboarden).

Alle informatie voor de praktijkbegeleiding

Praktijkonderzoek

Opdrachtgever

In het derde of vierde studiejaar voeren studenten onderzoek uit in opdracht van organisaties. Als opdrachtgever ontvangt u een onderzoek dat resulteert in een artikel én een concrete praktijkbijdrage voor uw organisatie. Lees op de volgende pagina meer over het Praktijkonderzoek Fysiotherapie. 

Alle informatie over opdrachtgever worden

Minoren

Stages bij de

In het derde en vierde jaar kunnen studenten een minor kiezen. Op deze pagina vind je alle relevante informatie over de minoren waarin een stage onderdeel is. Je leest hier wat de minor inhoudt en welke rol je vervult als stageorganisatie of stagebegeleider.

Alle informatie over de minoren met een stage
Aankomende activiteiten
7 juli: Online werkveldbijeenkomst

Vanuit de opleiding Fysiotherapie van Hogeschool Leiden organiseren wij komende maand 2 werkveldbijeenkomsten waar wij u graag voor uitnodigen. 

Dinsdag 7 juli online van 20.00u-21.00u 

  • Mededelingen en Q&A 
  • Uitleg wijzigingen curriculum in relatie tot stages 
  • Presentaties Minor sportrevalidatie Ruben ‘t Hart en minor ziekenhuisfysiotherapie (Jelmer Jager) 
  • POF : praktijk onderzoek fysiotherapie à resultaten feedbackformulier seniorstage 
     

U komt toch zeker ook? 
Aanmelden voor de werkveldbijeenkomsten kan tot uiterlijk 20 juni via dit formulier.

10 juli: Live werkveldbijeenkomst

Vanuit de opleiding Fysiotherapie van Hogeschool Leiden organiseren wij komende maand 2 werkveldbijeenkomsten waar wij u graag voor uitnodigen. 

Vrijdag 10 juli 2026 live om 13.30u inloop, start om 14.00u -16.00 uur in E0056 Hogeschool Leiden 

  • Mededelingen en Q&A 
  • Uitleg wijzigingen curriculum in relatie tot stages 
  • Presentaties Minor sportrevalidatie Ruben 't Hart en minor ziekenhuisfysiotherapie Jelmer Jager 
  • Presentatie resultaten: Praktijk Onderzoek Fysiotherapie (POF) over gebruik feedbackformulier in de seniorstage  

U komt toch zeker ook? 
Aanmelden voor de werkveldbijeenkomsten kan tot uiterlijk 20 juni via dit formulier.

31 augustus: Start seniorstage semester 1

Van 29 augustus tot en met 8 februari lopen de derde- en vierdejaars studenten hun gevorderde of vakbekwame stage. 

25 september: Cursus stagebegeleiding

Voor meer informatie, zie deze pagina

9 oktober: Cursus stagebegeleiding

Voor meer informatie, zie deze pagina

Uitgelicht

Samengevoegde notulen werkveldbijeenkomst juli 2026

Tijdens de bijeenkomsten werden werkveldpartners, praktijkbegeleiders en stageadressen geïnformeerd over actuele ontwikkelingen binnen de opleiding, waaronder stages, minoren, praktijkbegeleiding, feedback en samenwerking tussen opleiding en werkveld.

Datum:  7 juli (online) en 10 juli (fysiek)                                   

1. Werkveldportaal en contact

Het werkveldportaal is inmiddels live en vormt de centrale informatieplek voor het werkveld. Hier staan onder andere informatie over stages en stagebegeleiding, links naar het curriculum, veelgestelde vragen, informatie over cursussen en geplande bijeenkomsten. Ook de notulen en gedeelde informatie van deze bijeenkomst worden op het portaal geplaatst.
 

2. Stageadressen en stagebegeleiding

De opleiding ontvangt steeds meer aanvragen van praktijken die stageadres willen worden. Omdat er momenteel voldoende stageadressen zijn, wordt terughoudend omgegaan met nieuwe toelatingen. De opleiding wil de samenwerking met de bestaande adressen beschermen.
Nieuwe stageadressen melden zich aan via het werkveldportaal en doorlopen de kwaliteitsprocedure. Daarbij wordt onder andere verwacht dat zij:
•    bij voorkeur eerst studenten uit jaar 1 of 2 begeleiden; 
•    deelnemen aan werkveldbijeenkomsten; 
•    de stagebegeleidingscursus periodiek volgen; 
•    minimaal twee mogelijke hoofdbegeleiders hebben. 
 

Een uitzondering kan worden gemaakt voor een praktijk met specifieke deskundigheid of wanneer een student een bijzondere leerwens heeft.
De opleiding heeft vooral behoefte aan stageplaatsen voor studenten uit jaar 1 en 2. Het werkveld geeft aan dat aanvragen voor deze studenten vaak later binnenkomen dan aanvragen voor seniorstages, waardoor de beschikbare capaciteit al is ingevuld. Stageadressen wordt gevraagd bij iedere aanvraag opnieuw te bekijken wat mogelijk is.
 

Vanuit het werkveld wordt voorgesteld korte praktijkperiodes weer in enkele losse dagen te organiseren. De opleiding licht toe dat bewust is gekozen voor contact over een langere periode, zodat de student meer gelegenheid heeft om zich te ontwikkelen. Er wordt geen wijziging afgesproken.
Contact tussen praktijkbegeleider en opleiding: De ervaringen met het contact verschilden. Bij eerstejaarsstages blijkt het contact vanuit de opleiding soms beperkt of afwezig. Dit is benoemd als aandachtspunt.
 

3. Stagebegeleidingscursus

De opleiding adviseert deze cursus periodiek, bij voorkeur ongeveer eens per vijf jaar, opnieuw te volgen. Binnen een grotere organisatie is het voldoende wanneer één of twee medewerkers deelnemen, mits de kennis intern wordt gedeeld en bij een wisseling van begeleider een goede overdracht plaatsvindt. Zie https://www.hsleiden.nl/cursus/stagebegeleiding-fysiotherapie

Er werd gevraagd of er veel verschil is tussen de cursus praktijkbegeleiding van drie jaar geleden en de huidige cursus. Hierop werd aangegeven dat de huidige cursus veel aandacht besteedt aan de manier van feedback geven. Daarbij kwamen de begrippen feed-up, feedback en feedforward naar voren. Deze manier van feedback geven sluit aan bij het ontwikkelingsgerichte curriculum van de opleiding Fysiotherapie.

4. Wijzigingen in het curriculum in relatie tot stages

Programmaleider Volcmar Visser licht de curriculumwijzigingen toe. De inhoud van de opleiding blijft grotendeels gelijk, maar de didactiek en toetsing veranderen.

Studenten worden niet langer hoofdzakelijk op één toetsmoment beoordeeld. Gedurende een semester verzamelen zij meerdere bewijzen van hun ontwikkeling, zoals feedback, reflecties en voorbeelden van hun handelen. Deze worden opgenomen in een portfolio.

Het onderwijs blijft casusgericht. Studenten krijgen een actievere rol en moeten zelf kennis ophalen, keuzes onderbouwen, feedback verwerken en laten zien hoe zij zich ontwikkelen.

De bestaande theorietoets blijft voorlopig bestaan. Daarnaast maken studenten de landelijke voortgangstoets. De opleiding wil deze landelijke toets mogelijk op termijn een grotere rol geven, maar de toets dekt op dit moment nog niet aantoonbaar alle benodigde kennis.

Vanuit het werkveld wordt zorg uitgesproken over de basiskennis van studenten, met name op het gebied van anatomie, fysiologie en de toepassing daarvan. De opleiding herkent het belang hiervan en wil in het vernieuwde onderwijs sterker sturen op het toepassen van theoretische kennis in patiëntsituaties.
De opleiding gaat werken met drie docententeams die studenten gedurende meerdere studiejaren volgen. De leeruitkomsten, inhoud en het vereiste niveau zijn voor alle teams gelijk. De onderwijsinhoud wordt teamoverstijgend ontwikkeld en afgestemd.
 

5. Minor Ziekenhuisfysiotherapie

Vanuit het werkveld was expliciet gevraagd welke kennis en vaardigheden studenten tijdens de eerste onderwijsweken opdoen. In deze periode staat iedere week een ander onderdeel van de ziekenhuisfysiotherapie centraal. Aan bod komen onder andere:
•    neurologie; 
•    cardiologie; 
•    intensive care; 
•    transfers en mobiliseren; 
•    het gebruik van hulpmiddelen; 
•    werken met patiëntinformatie en systemen binnen het ziekenhuis; 
•    klinisch redeneren; 
•    het herkennen van urgentie en prioriteiten. 
 

Theorie wordt gecombineerd met praktisch onderwijs. De complexiteit wordt geleidelijk opgebouwd, tot en met zorg voor invasief beademde patiënten op de intensive care. Hierdoor weten stagebegeleiders beter met welke basis studenten aan het praktijkgedeelte beginnen. Een uitgebreidere onderwijsplanning is beschikbaar.

De stageperiode is korter dan binnen de minor Sportrevalidatie. Dit komt doordat meer tijd wordt besteed aan het opbouwen van specifieke ziekenhuiskennis en -vaardigheden en doordat het aantal beschikbare ziekenhuisstageplaatsen beperkt is.

Een student kan op één afdeling of op meerdere afdelingen stage lopen. Dit is afhankelijk van de mogelijkheden van het ziekenhuis en van wat bij de student past; rotatie over alle specialismen kan niet worden gegarandeerd.

De minor trekt studenten uit heel Nederland. Het vinden van passende stageplaatsen in hun eigen regio is daardoor een grote puzzel. Het werkveld wordt gevraagd mogelijke contacten binnen ziekenhuizen door te geven. Een eerste introductie is al behulpzaam. Stageplaatsen voor de minor mogen niet ten koste gaan van reguliere bachelor- en seniorstageplaatsen.
Contactgegevens voor de minor Ziekenhuisfysiotherapie: [email protected].

5.1 Uitwisseling opleiding en ziekenhuispraktijk

Er is een uitwisseling gestart tussen de opleiding en het LUMC. Een ziekenhuisfysiotherapeut draait gedurende een periode mee in het onderwijs om het curriculum beter te leren kennen. Andersom krijgen docenten de gelegenheid actuele praktijkervaring in het ziekenhuis op te doen.

Voor vragen of aanmelding rondom de minor Ziekenhuisfysiotherapie werd verwezen naar [email protected].
 

6. Minor Sportrevalidatie

Minorleider Ruben ’t Hart licht de doorontwikkeling van de minor toe. De minor wordt beter aangesloten op de leeruitkomsten van de bacheloropleiding en op de praktijk van de sportrevalidatie.

De minor duurt twintig weken en omvat dertig EC. In de eerste vijf weken krijgen studenten onderwijs over sportfysiotherapeutisch handelen en sportgerelateerde hulpvragen. Vanaf week 6 lopen zij vijftien weken stage, gedurende 24 uur per week. De stage omvat vijftien EC.

De beoordeling bestaat onder andere uit:
•    een individueel portfolio met feedback en reflecties; 
•    een case report dat in tweetallen wordt uitgewerkt; 
•    een video en presentatie over de professionele ontwikkeling; 
•    beoordeling van het handelen tijdens de stage. 

Een praktijkbegeleider hoeft geen master Sportfysiotherapie te hebben. De praktijk moet wel voldoende patiënten behandelen met een sport- of hoog-activiteitsgerelateerde hulpvraag. Dit kunnen ook oudere patiënten zijn die willen blijven sporten of actief functioneren. Een substantieel deel van de patiënten die de student ziet, moet bij het domein van de minor passen.

Studenten kunnen de minor in het derde of vierde studiejaar volgen. Hun eerdere stage-ervaring kan daardoor verschillen.

Vanuit het werkveld wordt benadrukt dat studenten al bij de start van de stage moeten nadenken over een passende patiënt en vraagstelling voor het case report. Wanneer dit pas enkele weken later gebeurt, blijft onvoldoende tijd over om de patiënt te volgen en het verslag uit te werken.

Een praktijk heeft aangegeven dat sportfysiotherapie vaak plaatsvindt tijdens trainingsavonden en wedstrijden. De vraag was of studenten vanuit de opleiding voldoende meekrijgen dat aanwezigheid in de avonduren en weekenden binnen deze context verwacht kan worden.

Praktijken kunnen zich aanmelden voor de minor Sportrevalidatie via Ruben 't Hart ([email protected]).
Afspraak: de minor coördinator bekijkt of de opdracht en voorbereidende informatie eerder met de studenten kunnen worden gedeeld.
 

7. Beroepsproducten gen gebruik van AI

Vanuit het werkveld wordt zorg uitgesproken over beroepsproducten die mogelijk grotendeels met generatieve AI zijn gemaakt.
De opleiding heeft een richtlijn opgesteld waarin staat welk gebruik van AI wel en niet is toegestaan. Ondersteunend gebruik is mogelijk, maar studenten mogen geen volledig beroepsproduct laten genereren. Zij blijven verantwoordelijk voor de inhoud en moeten kritisch kunnen beoordelen of de informatie klopt.

Bij de vernieuwde beroepsproducten ligt meer nadruk op het leer- en redeneerproces. De student:
•    kiest rond week 4 samen met de praktijkbegeleider een passende casus; 
•    volgt deze patiënt gedurende minimaal vijf behandelafspraken; 
•    maakt gemaakte keuzes, gebruikte informatie en ontvangen feedback inzichtelijk; 
•    laat zien hoe feedback in het verdere handelen is verwerkt. 

Meerdere producten worden rond dezelfde patiënt opgebouwd. Het case report, het preventieplan en het interdisciplinaire plan blijven onderdeel van de opdrachten.
Praktijkbegeleiders wordt gevraagd vooraf met de student af te spreken welke casus en producten worden gebruikt en wanneer feedback kan worden gegeven. Bij de tussen- en eindevaluatie controleert de opleiding of de praktijkbegeleider de patiënt en de beschreven situatie herkent. Hiervoor is een handleiding voor praktijkbegeleiders opgesteld.

Vanuit het werkveld wordt voorgesteld de praktijkbegeleider het product te laten ondertekenen. De opleiding geeft aan dat een handtekening alleen bevestigt dat de casus bestaat en niets zegt over de kwaliteit van het product. De voorkeur blijft daarom uitgaan naar controle tijdens het contact met de praktijkbegeleider.
 

8. Mogelijke verplichte stagevergoeding

Vanuit het werkveld wordt gevraagd naar de berichtgeving over een mogelijke verplichte stagevergoeding.
De opleiding geeft aan dat hierover nog geen definitief besluit is genomen en dat de Tweede Kamer er nog niet over heeft gestemd. Ook de hoogte en financiering van een eventuele vergoeding zijn nog niet vastgesteld. De voorstellen kunnen nog wijzigen.
De opleiding heeft geadviseerd een verplichte vergoeding niet in de huidige vorm in te voeren. Wanneer er toch een regeling komt, wordt gepleit voor een gefaseerde invoering en het delen of compenseren van de kosten.
Vanuit het werkveld worden verschillende perspectieven ingebracht. Goede begeleiding vraagt tijd en investering, maar studenten kunnen in sommige situaties ook waarde toevoegen aan een organisatie. De opleiding benadrukt dat studenten boventallig moeten blijven en niet als goedkope arbeidskracht mogen worden ingezet.
Afspraak: de opleiding volgt de landelijke ontwikkelingen en informeert het werkveld zodra concrete en betrouwbare informatie beschikbaar is.
 

9. Actiepunten

  • De notulen en informatie van de bijeenkomst worden op het werkveldportaal geplaatst.  
  • De opleiding stelt de handleiding bij de vernieuwde beroepsproducten beschikbaar. 
  • Studenten en praktijkbegeleiders spreken tijdig af welke casus en producten worden gebruikt en wanneer feedback wordt gegeven. 
  • Stageadressen bekijken waar mogelijk ook de plaatsing van studenten uit jaar 1 en 2. 
  • De minorleiding Sportrevalidatie bekijkt of de informatie over het case report eerder kan worden gedeeld. 
  • Werkveldpartners geven mogelijke contacten voor ziekenhuisstageplaatsen door. 
  • De opleiding volgt de ontwikkelingen rond de mogelijke stagevergoeding en informeert het werkveld. 
  • Informatie over stagesubsidie en relevante websites beschikbaar stellen.
  • Evaluatie van de FBH-lijst meenemen, inclusief toegankelijkheid na verzenden en gebruik in evaluatiegesprekken.
  • Verduidelijken hoe het contact tussen praktijkbegeleider, student en stagedocent gedurende de stage is ingericht.
  • Verduidelijken welke eisen gelden voor stageadressen binnen de minor Sportrevalidatie.
  • Verduidelijken welke eisen gelden voor eerste- en tweedelijns instellingen.
  • Herkansingsregeling van de minor Ziekenhuisfysiotherapie explicieter toelichten.
  • Verwachtingen rondom aanwezigheid bij sportstages in avonden en weekenden duidelijk communiceren richting studenten.
  • Signaal over hoge opdrachtendruk bij stagiaires meenemen in curriculum- en stage-evaluatie.
  • Vraag rondom het verhogen van het niveau van klinisch redeneren meenemen in de curriculumontwikkeling.
  • Verkennen of student en praktijkbegeleider de FBH-lijst apart kunnen invullen en naast elkaar kunnen leggen tijdens evaluatiemomenten.

Professionalisering

Blijf jezelf ontwikkelen

Ontdek ons nascholingsaanbod en groei verder in je vak. Kies bijvoorbeeld voor onze master of volg kosteloos de cursus stagebegeleiding.

Bekijk het nascholingsaanbod

Stagebegeleiding Fysiotherapie

Cursus
Lees meerover Stagebegeleiding Fysiotherapie
foto van fysiotherapie

Master Integrale Gezondheidsbevordering

Deeltijd
Lees meerover Master Integrale Gezondheidsbevordering
Oudere student legt wat uit master fysiotherapie en wijkgerichte zorg hogeschool leiden

Praktische informatie

Wat je verder nog wil weten
Accreditatiepunten voor begeleiding stage

Bent u aangesloten bij het KRF en/of Keurmerk en heeft u in 2025 studenten van Hogeschool Leiden begeleidt? Dan levert uw rol als stagebegeleider accreditatiepunten op. De registratie verloopt via PE-online. 

Wij geven door welke fysiotherapeuten vanuit onze opleiding als stagebegeleider hebben gefungeerd. Certificaten worden niet meer verstrekt en u hoeft zelf geen actie richting KRF of Keurmerk te ondernemen. Om dit correct te kunnen doorgeven, hebben wij u in november gevraagd het formulier in te vullen. 

Op dinsdag 16 december hebben wij de gegevens aan het KRF/Keurmerk doorgegeven. Zij zullen dit zo snel mogelijk verwerken in PE-Online. 

Heeft u het formulier niet ingevuld? Stuur dan een bericht naar [email protected]
 

Accreditatiepunten voor begeleiding bij onderzoek

Wist u dat de begeleiding van studenten bij een onderzoek ook kan worden ingediend bij het kwaliteitsregister voor accreditatiepunten? Dit gebeurt nog niet vaak, maar het is zeker mogelijk. Als fysiotherapeut (of andere paramedicus) kunt u dit zelf toevoegen aan uw dossier in het kwaliteitsregister.

Wij verzorgen hiervoor graag een bewijs van begeleiding, zodat u dit kunt indienen. Het indienen in het kwaliteitsregister regelt u zelf, maar wij helpen u met de benodigde documentatie. U kunt hiervoor een bericht sturen naar Roy Elbers ([email protected]). 

Nieuws

Belangrijke informatie over KISS-onderwijs en stagedagen

Vanaf het komende studiejaar (2026-2027) worden de KISS-onderwijsgroepen (Kwaliteit in Senior Stage) van praktijken en instellingen zowel op woensdag als donderdag ingepland. Deze wijziging is dit semester al ingegaan.

Dit betekent dat KISS bijeenkomst kan plaatsvinden op woensdag óf donderdag.Vanaf komend semester spreken we niet langer van KISS-I of KISS-P, maar van KISS woensdag en KISS donderdag.

Op basis van een inventarisatie van de door stageadressen aangeleverde voorkeuren is een indeling gemaakt. Deze indeling zal de komende periode leidend zijn bij het plannen van de KISS-groepen.

Hierbij kan geen rekening worden gehouden met individuele voorkeuren.Mocht een stagebegeleider uitsluitend beschikbaar zijn op een KISS-dag, dan vragen wij zowel het stageadres als de stagiair om hierin flexibiliteit te tonen en, indien nodig, gezamenlijk tot een passende oplossing te komen.

Stagevergoeding

De discussie over stagevergoedingen in het mbo en hbo heeft het afgelopen jaar veel aandacht gekregen. Studentorganisaties vroegen nadrukkelijk aandacht voor onbetaalde stages. De demissionaire minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft aangegeven te willen onderzoeken of een verplichte stagevergoeding, ook in het hoger onderwijs, mogelijk is. 

Momenteel loopt een verkenning met als doel om in de zomer van 2026 een wetsvoorstel in te dienen. In de Tweede Kamer is hiervoor brede steun.

Huidige stand van zaken  

Binnen het onderwijs en de zorg worden het minst vaak stagevergoedingen gegeven. In de zorg krijgt 45% geen stagevergoeding (Rijksoverheid, Stagetekorten in het HBO). Bij hbo-studenten krijgt gemiddeld 75 procent wel een stagevergoeding.  Stagevergoedingen worden doorgaans benoemd in de CAO en daar is de afgelopen tijd veel voor gepleit om deze in de CAO te krijgen.  

Voorbeelden uit cao’s 

In de CAO ziekenhuizen staat het volgende gemeld over de stagevergoeding: De hoogte van de stagevergoeding bedraagt bij een voltijdstage € 500,- per maand en met ingang van 1 januari 2026 € 550,- per maand. Voor een deeltijdstagiair wordt het naar rato-beginsel toegepast. De stagevergoeding wordt vanaf 1 januari 2027 jaarlijks geïndexeerd met de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP).  

In de CAO gehandicaptenzorg staat het volgende: De hoogte van de stagevergoeding bedraagt € 400,- bruto per maand voor een stage van gemiddeld 36 uur per week, inclusief onkostenvergoeding (waaronder mede de reiskosten woon-werkverkeer en telefoonkosten worden verstaan). De in de vorige volzin bedoelde stagevergoeding wordt per 1 september 2025 verhoogd naar € 500,- bruto per maand. Voor stages van minder dan 36 uur per week geldt de vergoeding naar rato.  

Richtlijnen en praktijk 

Stichting ELBHO, een onafhankelijke stichting die de kwaliteit bewaakt van stages en afstudeerplaatsen in het hoger onderwijs, geeft als richtlijn van een HBO stage: 330-440 euro per maand, waarbij het laatste geldt voor een stage tijdens de afstudeerperiode.  

De website stage.nl is nagegaan wat op dit moment gebruikelijk is: Bij een meewerkstage als hbo’er is de gemiddelde vergoeding tussen de € 136,- en € 227,- bruto per maand. Bij een afstudeerstage is het gemiddelde tussen de € 227,- en € 454,-  

Binnen de eerste lijn is geen geldige CAO en dus niks geregeld over een stagevergoeding. Mogelijk wordt dat dit jaar nog een wettelijk plicht.  

Binnen de opleiding merken we dat werken naast de studie erbij hoort om rond te komen. Dit geeft bij een groep studenten mentale en financiële stress. Een stagevergoeding kan helpen om meer te kunnen focussen op de stage. 

Onze oproep 

Wij zien dat veel studenten naast hun studie moeten werken om rond te komen, wat kan leiden tot mentale en financiële druk. Een stagevergoeding kan bijdragen aan meer focus en leerruimte tijdens de stage. 

Daarom vragen wij onze stageadressen om hierover na te denken: 

Bent u bereid een stagevergoeding te bieden, en zo ja, wat vindt u een redelijke vergoeding? 

Tijdens de werkveldoverleggen in het voorjaar gaan wij hierover graag met u in gesprek. 

Master Fysiotherapie - nieuwe naam

De Master Fysiotherapie en wijkgerichte beweegzorg heet voortaan Master Integrale Gezondheidsbevordering. Daarnaast is de opleiding nu toegankelijk voor alle hbo zorg- en welzijnsprofessionals.

Gezondheidsverschillen in Nederland moeten we samen aanpakken. De huidige manier van zorg verlenen is niet langer houdbaar door vergrijzing en personeelstekorten. Het is noodzakelijk om sterker in te zetten op preventie en gezondheidsbevordering, waarbij we verder kijken dan de muren van de praktijk of instelling.

Met deze vernieuwde master aan Hogeschool Leiden ontwikkel je je tot een sleutelfiguur in de wijk. Je levert een actieve bijdrage aan preventieve gezondheidszorg en leefstijlinterventies. Centraal staat het verbinden van de domeinen zorg, welzijn, sport en wonen.

De opleiding richt zich op een brede groep professionals, zoals sociaal werkers, fysiotherapeuten, verpleegkundigen en toegepaste psychologie. Alle professionals werkzaam in het domein zorg of welzijn met minimaal een hbo-diploma, zijn van harte welkom.

Wil jij je impact vergroten en bijdragen aan een gezonde samenleving? Inschrijven is mogelijk tot en met 15 augustus.

Het is ook mogelijk om losse modules van de masteropleiding te volgen:

Ervaringen minor Ziekenhuisfysiotherapie

In 2025 is de minor Ziekenhuisfysiotherapie voor het eerst aangeboden. De belangstelling was groot, met studenten uit heel Nederland. Dit onderstreept de landelijke behoefte aan verdieping in dit vakgebied. Meer lezen portaal.

Evaluaties 

Studenten geven aan: 

  • zich inhoudelijk te hebben verdiept in de tweedelijnszorg;
  • waardevolle praktijkervaring te hebben opgedaan in de ziekenhuissetting;
  • beter voorbereid te zijn op complexe zorgvragen en multidisciplinaire samenwerking. 

De minor biedt daarmee een duidelijke meerwaarde binnen het minorenaanbod. Op basis van feedback van studenten en het werkveld is de minor verder doorontwikkeld. 

In februari zijn we gestart met een nieuwe, volledig gevulde groep studenten. 

BiBoZ groeit door met twee nieuwe subsidies

De onderzoeksgroep BERG – Beweegzorg, Eigen Regie & Gedragsverandering van Hogeschool Leiden richt zich op het versterken van eigen regie, gezond beweeggedrag en gedragsverandering bij diverse doelgroepen. We werken intensief samen met de bacheloropleiding fysiotherapie aan professionalisering van de (toekomstige) fysiotherapeuten. 

Eén van onze projecten is het BiBoZ project (Blijf in Beweging ondersteuning Zorgprofessionals). Dit project is ontwikkeld omdat veel mensen, vooral in kwetsbare posities, moeite hebben om voldoende te bewegen. Zorgprofessionals geven daarnaast aan dat zij handvatten missen om hen hierbij goed te ondersteunen.

Binnen BiBoZ ontwikkelden we een praktische methode met zes beweegverhalen en een beslistool, die cliënten helpt bij eigen regie en professionals ondersteunt in persoonsgerichte beweegzorg. In de afgelopen jaren is deze methode samen met de praktijk toegepast en onderzocht. De resultaten laten zien dat BiBoZ effect heeft op cliënten én professionals, dat opschaling wenselijk is en dat de verhalen mogelijk ook inzetbaar zijn voor collectieve preventie in de wijk. Tegelijk blijkt dat persoonsgerichte ondersteuning op maat wenselijk is zodat deze goed aansluit op de vaardigheden, eigen overtuigingen en omgaan met praktijkuitdagingen.

De waarde van BiBoZ wordt nu verder bevestigd: we hebben twee nieuwe subsidies ontvangen om de methode door te ontwikkelen en breder te implementeren:

  • ZonMw financiert BiBoZ+, waarin we de komende vier jaar opschalen naar nieuwe regio’s en samenwerken met fysiotherapeuten, POH’s, leefstijl- en buurtsportcoaches en oefentherapeuten.
  • RAAK Publiek financiert BiBoZ Bewegen in de Wijk, waarin we de inzet van beweegverhalen in Leiden, Katwijk en Delft, samen met inwoners en professionals gaan gebruiken om gezond beweeggedrag aan te jagen.

Met deze stappen zetten we verder in op duurzame beweegstimulering in de zorg én de wijk, op het terugdringen van gezondheidsverschillen en op het versterken van eigen regie bij inwoners. 

Voor materialen en meer informatie over BiBoZ, zie onze website.

Logo BiBoZ
Oproep: Investeer in de fysiotherapeut van morgen door het begeleiden van juniorstudenten

Onze studenten zoeken zelf een stageplek voor de juniorstage en dat lukt ze dikwijls niet of moeizaam. Studenten die het niet gelukt is om een stageplek te vinden, worden door de opleiding ingedeeld. De reden voor deze werkwijze is het feit dat we onvoldoende stageadressen hebben om alle studenten in te delen. Van zo'n 160 tweedejaars studenten vindt iets meer dan de helft zelf een stageplek en de anderen willen ingedeeld worden door de opleiding, maar gemiddeld hebben we daarvoor 30-40 stageplekken en dat zijn er te weinig. 

Daarom nodigen wij praktijken, instellingen en professionals van harte uit om zich open te stellen voor het begeleiden van juniorstagestudenten in het tweede jaar van een opleiding. Zeker instellingen willen we expliciet vragen om na te gaan of er naast seniorstage studenten ook ruimte is voor het begeleiden van junioren door andere begeleiders, want stageplekken in de instellingen hebben we het minst.

We merken dat terughoudendheid bestaat rondom het begeleiden van juniorstagiaires. Er wordt bijvoorbeeld gedacht dat studenten in een vroege opleidingsfase nog te weinig kennis of praktische vaardigheden hebben of dat begeleiding veel tijd en energie vraagt. Deze zorgen zijn begrijpelijk en toch blijkt dat juniorstudenten juist veel kunnen betekenen binnen een organisatie. Juniorstagestudenten brengen nieuwsgierigheid, enthousiasme voor het vak en een frisse blik mee. Bovendien helpt u actief mee aan het opleiden van toekomstige collega’s, waarvoor voor het kwaliteitsregister begeleidingspunten verkregen kunnen worden. Verder helpt bij het uitbreiden van elkaars netwerk voor toekomstige werkplekken resp. nieuwe werknemers.

Binnen de juniorstage werken wij met het ZELCOM-model. Dit model ondersteunt studenten in hun professionele groei door te focussen op leren, observeren, participeren en reflecteren onder passende begeleiding. Daarbij is de complexiteit van de stageplek niet bepalend. Zowel eerstelijnspraktijken, verpleeghuizen, revalidatie-instellingen, ziekenhuizen als andere werkvelden binnen de fysiotherapie kunnen een waardevolle leeromgeving bieden. Het gaat er vooral om dat studenten in een veilige en stimulerende setting praktijkervaring kunnen opdoen.

Wilt u bijdragen aan de ontwikkeling van de fysiotherapeut van morgen en ontdekken wat juniorstagestudenten voor uw organisatie kunnen betekenen? Wij gaan hierover graag met u in gesprek. Mail hiervoor het stagebureau ([email protected]) of geef u op in de aanmeldingsformulieren voor de seniorstage bij het kopje 'als er geen seniorstage student is, mag er een junior komen'. In dit geval is een positief kennismakingsgesprek vaak een voorwaarde voordat de student definitief ingedeeld wordt op die stageplek.

Wij zien uw aanmelding graag tegemoet!

Neem contact op met onze werkveldcoördinatoren

Vragen?

Marjolijn van Adrichem-van Ladesteijn en Marjon Brinkman