In dit onderzoek wordt onderzocht hoe direct leidinggevenden, middenmanagers en topmanagers maatwerk vormgeven, afhankelijk van verschillen in hun professionele identiteit en managementidentiteit. Voor deze analyse wordt gebruik gemaakt van de identiteitstheorie. Uit dit kwalitatieve onderzoek blijkt dat topmanagers het belang van maatwerk erkennen en proberen een balans te vinden tussen beide identiteiten. Naarmate hun visie op maatwerk door de hiƫrarchie naar beneden wordt overgedragen, wordt het steeds moeilijker om de focus op maatwerk vast te houden. Middenmanagers vertalen strategische doelen naar de praktijk en richten zich daarbij vooral op resultaat- en organisatiegerichte waarden, terwijl direct leidinggevenden juist professionele waarden centraal stellen in hun sturing op maatwerk. Doordat deze resultaat- en organisatiegerichte waarden de overhand krijgen, verdwijnt het gedachtegoed van maatwerk gaandeweg naar de achtergrond. Deze studie laat daarmee zien dat maatwerk verloren gaat in de vertaling wanneer het verder afdaalt in de hiƫrarchie.