Integrale zorg voor risicojongere vereist meer dan samenwerking op papier
Goede zorg voor risicojeugd ontstaat niet vanzelf door verschillende organisaties te betrekken bij een jongere. Integrale zorg is een expertise op zichzelf en vereist omarming van complexiteit en investeringen in relaties tussen professionals. Dat concludeert docent-onderzoeker Laura Veerman van Hogeschool Leiden in haar promotieonderzoek.
“Ook al stond er op papier een heel team om mij heen, in de praktijk voelde ik me vaak alleen.” Deze uitspraak van een jongere benadrukt de conclusie van het onderzoek waarop Laura Veerman recent promoveerde. Laura zocht uit hoe de zorg voor jongeren die een gevaar zijn voor zichzelf of de omgeving in de praktijk vorm krijgt. En welke belemmeringen er zijn in de samenwerking tussen de verschillende professionals die bij een jongere met meervoudige problematiek betrokken zijn.
Die samenwerking kan een zoektocht zijn, specifiek bij de zorg voor jongeren met problemen op meerdere vlakken zoals schooluitval, psychische problemen of een onveilige thuissituatie, legt Laura uit. “Hoe werken professionals van bijvoorbeeld gemeente, een ggz-instelling en het wijkteam samen in zo'n situatie die onder druk staat? Hoe neem je verantwoordelijkheid met elkaar? Dat onderwerp was nog onderbelicht en met dit onderzoek schijnen we daar licht op.”
Aangesproken als het misgaat
Als een jongere een gevaar vormt voor zichzelf of anderen, bijvoorbeeld vanwege agressief gedrag of een risico op zelfdoding, beïnvloedt dat de manier waarop professionals zorg leveren. Dat kan ten koste gaan van de kwaliteit van zorg, stelt Laura. “Professionals zijn bang om erop aangesproken te worden als het misgaat. Dat is menselijk gedrag, maar het draagt niet bij aan herstel van de jongere.”
Laura werkte in haar onderzoek samen met de praktijk om tot aanbevelingen te komen om de samenwerking te verbeteren. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is de organisatie van samenwerkingsstructuren, is één van haar conclusies. “Zorg bijvoorbeeld voor een vast overleg met steeds dezelfde partijen. Zo leer je elkaar kennen, buiten tijden van drukte en spanning en weet je elkaar beter te vinden als het nodig is.” Zo'n structuur kan volgens Laura helpen om de werkrelaties tussen professionals te versterken en vertrouwen te bouwen in de ander.
We moeten professionals steunen en helpen, want het moet uiteindelijk beter zodat jongeren de zorg krijgen die nodig is.
Een net zo'n belangrijke voorwaarde is dat professionals bereid moeten zijn om te investeren in onderlinge relaties en elkaars perspectieven en expertise moeten erkennen en gebruiken, stelt Laura. Ze onderkent dat dit lastig is in tijden van personeelstekort en personeelswisseling. De onderzoeker wijst dan ook op het belang van het omarmen van de complexiteit. “Dit onderzoek heeft laten zien hoe lastig het is. Ik heb nog meer compassie gekregen voor de professionals. Ga er maar aanstaan, in deze tijden van personeelstekort, personeelswisselingen en tijdsdruk. We moeten professionals daarin steunen en helpen, want het moet uiteindelijk beter zodat jongeren de zorg krijgen die nodig is.”
Praktijkgericht onderzoek kan daar volgens haar goed bij helpen. “Door onderzoek te doen samen met professionals worden ze gedwongen om te reflecteren. Iets wat soms lastig kan zijn in het dagelijkse werk in een organisatie. Met onderzoek maak je ruimte voor reflectie en leren organisaties de waarde ervan inzien. Zo breng je beweging in de praktijk, daar ben ik nu nog heiliger van overtuigd.”
Laura promoveerde op 19 juni 2026 aan de Universiteit Leiden, onder leiding van hoogleraar Robert Vermeiren (LUMC Curium), bijzonder hoogleraar Eva Mulder (Universiteit van Amsterdam en Academische Werkplaats Risicojeugd) en universitair hoofddocent Laura Nooteboom (LUMC Curium).
Het promotieonderzoek was onderdeel van het project Van papier naar praktijk: integraal werken met risicojeugd van de Academische Werkplaats Risicojeugd. Bij Hogeschool Leiden is Laura betrokken bij de onderzoeksgroep Geestelijke Gezondsheidzorg (GGZ) van lector Simona Karbouniaris.
Meer weten?
Neem contact op met Laura Veerman of lees het proefschrift From paper to practice: a journey towards integrated care for youth at-risk and their families.