Amber: student en topsporter
“Als één iemand het kan, dan ben jij het.” Het is een zin die haar zus tegen haar zei tijdens de eerste weken van haar opleiding. Het is een zin die Amber altijd is bijgebleven. En die ze soms nog steeds even nodig heeft. Want Amber combineert haar derde jaar Fysiotherapie aan Hogeschool Leiden met topsport in het Nederlands zaalvoetbalteam voor doven en slechthorenden.
Ze is 22, loopt stage in de neurologische revalidatie bij Basalt en vertrekt binnenkort voor twee weken naar Kroatië voor het EK. “Het is hard werken,” zegt ze nuchter. “Maar ik zou het niet anders willen.”
Geïnspireerd door één verhaal
Amber wist al vroeg dat ze met mensen wilde werken. Na het CIOS, waar ze uitstroomde in bewegingsagogie, groeide haar interesse in revalidatie. Een gastles maakte diepe indruk. “Een meneer met een dwarslaesie vertelde hoe een team hem weer heeft leren lopen. Hoe dankbaar hij was. Toen dacht ik: dit is het. Dit is een mooi beroep.”
Fysiotherapie voelde als een logische volgende stap. “Bij bewegingsagogie werk je ook aan welzijn, maar als fysiotherapeut help je mensen echt om opnieuw te leren bewegen. Leren lopen. Een arm weer gebruiken. Ik wil graag de revalidatie in.”
Die wens komt nu samen in haar stage bij Basalt. Ze ziet patiënten bijna dagelijks en volgt hun vooruitgang van dichtbij. “Soms ligt iemand de ene week nog vooral in bed, en twee weken later zetten ze met een hulpmiddel alweer stappen. Dat is bijzonder om mee te maken.”
Wat haar raakt, is niet alleen de fysieke vooruitgang. “Je bouwt een band op. Iemands leven staat opeens op zijn kop. Dan is het mooi dat je er ook emotioneel voor iemand kunt zijn.”
Wat mij raakt, is niet alleen de fysieke vooruitgang. Je bouwt ook een band op. Iemands leven staat opeens op zijn kop. Dan is het mooi dat je er ook emotioneel voor iemand kunt zijn.
Leven met gehoorverlies
Toen Amber acht jaar was, werd slechthorendheid ontdekt. Haar gehoor ging daarna verder achteruit. “Als je zo geboren wordt, is het je leven. Bij mij veranderde het. Dat had impact.”
Op de middelbare school werd haar gehoor zo slecht dat ze lessen nauwelijks kon volgen. Ze deed veel zelfstudie. “Ik was slim genoeg om het zelf uit te zoeken, maar het was intensief.” Later werd ze twee keer geopereerd voor cochleaire implantaten, waardoor haar gehoor verbeterde.
Nog steeds vraagt het energie. “Stage lopen betekent continu aanstaan. Gesprekken volgen. In een multidisciplinair team zitten met veel omgevingsgeluid. Zelfs in de pauze ben je eigenlijk nog aan het luisteren.” Aan het einde van de dag is ze vaak moe. “Om tien uur lig ik nu echt in bed.”
Ze praat er nuchter over, maar haar ervaringen hebben haar veel geleerd. “Ik weet hoe het is als je moet schakelen omdat je leven verandert. Dat neem ik mee in mijn werk.” Juist daardoor kan ze zich goed verplaatsen in patiënten bij wie alles ineens anders is dan daarvoor.
Via een tegenstander naar Oranje
Het zaalvoetbal kwam op haar pad via een tegenstander tijdens een reguliere veldwedstrijd. “Blijkbaar speelde ik tegen iemand die ook slechthorend was en al in het Nederlands doven zaalvoetbalteam zat. Ze zag mijn gehoortoestel en heeft mij via Facebook benaderd.” Ze lacht. “Zo ben ik er eigenlijk een beetje ingerold.”
Inmiddels speelt ze al vier à vijf jaar in het Nederlands team en kwam ze in landen als Spanje, Italië, Zweden en Hongarije. Komende week reist ze af naar het EK in Kroatië. Als het team in de top zes eindigt, plaatsen ze zich voor de volgende editie van de Deaflympics, het internationale sportevenement voor doven en slechthorenden.
“Wij vallen niet onder de Paralympics. Fysiek mankeert ons niets, dus daarvoor zijn we ‘te goed’. Maar in de reguliere sport komen we net tekort. De Deaflympics is echt onze eigen tak.”
Plannen, praten, doorgaan
De combinatie studie en topsport vroeg in het begin om scherpe keuzes. In haar eerste jaar werkte ze nog bij de supermarkt. “Dat ging niet meer. Werken, studeren én sporten was te veel. Dus ben ik gestopt met werken.” Ze woont thuis en krijgt steun van haar ouders.
Haar kracht zit in plannen. “Ik werk vooruit en maak het bespreekbaar. Voor dit EK heb ik extra stage-uren gemaakt en mijn verlof slim ingezet.” Ook tijdens eerdere stages zorgde ze dat ze vóór een toernooi al klaar was met haar uren. “Het is geen hogere wiskunde. Gewoon regelen.”
Ze leerde ook om praktische oplossingen te vragen. Praktijktoetsen maakt ze in een aparte ruimte vanwege omgevingsgeluid. “Maak het bespreekbaar. Er zijn genoeg mensen die met je mee willen denken.”
Maak het bespreekbaar. Er zijn genoeg mensen die met je mee willen denken.
Meer zelfvertrouwen
In haar eerste weken op de opleiding twijfelde ze. “Ik dacht echt: dit is te moeilijk, ik ga stoppen.” Haar zus gaf haar dat zetje om door te gaan. Nu, in jaar drie, voelt ze groei. “Ik ben best introvert en onzeker, maar ik merk dat ik steeds zekerder word. Laatst nam ik een anamnese af en dacht ik: het ging best goed.”
Wat ze andere studenten wil meegeven? “Volg je gevoel. En combineer je studie met iets wat je energie geeft. Alleen maar studeren maakt niet gelukkig.”
Student Support
Een opleiding combineren met topsport vraagt om de nodige flexibiliteit. Stel samen met Student Support een haalbare studieplanning op.
Lees meer over Student Support