Bij de Opleiding tot Fysiotherapeut leer jij precies datgene wat je nodig hebt om als professional je werk goed te kunnen doen. Je moet bijvoorbeeld voldoende theoretische kennis hebben, behandelwijzen goed in de vingers hebben en goed samenwerken. Je leert dat in realistische situaties, aan de hand van echte cases, door te oefenen met simulatiepatiënten en tijdens stages. Ook de manier van leren en studeren sluit zo goed mogelijk aan bij de latere praktijk; als fysiotherapeut moet je zelfstandig en samen kunnen werken, onderzoeken en beslissen. Tijdens je studie begin je daar al mee.
Fysiotherapie is een voltijd beroepsopleiding waar je vier jaar over doet. Je bent minstens 40 uur per week met de studie bezig. Elk jaar is verdeeld in twee semesters en een semester bestaat weer uit twee blokken van tien weken.
Je krijgt aan de start van je studie een eigen studieloopbaanbegeleider die je begeleidt in je ontwikkeling tot beginnend fysiotherapeut. In het begin gebeurt dat door middel van intensieve begeleiding en overleg, later krijg je in toenemende mate verantwoordelijkheid, passend bij je groei en ontwikkeling.
Bekijk hier het schematisch opleidingsprogramma en/of de studiegids 2012/2013.
JIn je eerste jaar (propedeutische fase) krijg je een goed beeld van de studie en van het beroep. Je doet indrukken op van het beroep en je kijkt of jij geschikt bent als fysiotherapeut. Je krijgt trainingen in sociale vaardigheden, je volgt colleges en je krijgt veel praktijklessen. Bij sommige praktijklessen werk je met simulatiepatiënten. Samen met je onderwijswerkgroep krijg je praktijkgevallen voorgelegd krijgt, die je aan de hand van literatuur oplost. Dit jaar loop je ook drie korte stages.
Halverwege het eerste jaar krijg je van ons een tussenadvies, aan het eind van het jaar geven we jou een officieel en bindend advies. Haal je minder dan 40 van de benodigde 60 studiepunten, dan krijg je een bindend afwijzend studieadvies. Dit betekent dat je de opleiding niet mag voortzetten aan Hogeschool Leiden. Als je je propedeuse niet binnen twee jaar haalt, geven wij je ook een bindend afwijzend studieadvies. Als blijkt dat Fysiotherapie toch niet de juiste opleiding voor je is, dan helpen we je een alternatief te vinden.
Na je propedeuse, begint de postpropedeutische fase. Je werkt steeds zelfstandiger en je neemt meer verantwoordelijkheid. Ook nu weer zijn de werkvormen afgestemd op de beroepsrollen en de daaruit voortvloeiende taken. In het tweede jaar loop je tweemaal een periode van 10 weken stage, één dag per week. In twee lange stages van drie dagen per week in het derde en/of vierde studiejaar ga je echt zelf actief aan de slag gaat. Je doet dus veel echte werkervaring op. Natuurlijk kom je geregeld terug naar de opleiding voor studieactiviteiten. Naast de stage werk je aan een innovatie- en een ondernemersopdracht. In je derde en/of vierde jaar voer je een praktijkonderzoek uit dat sterk met het beroep samenhangt.
In deze laatste fase kies je ook een minor van 30 studiepunten (30EC). Met die minor geef je een eigen inkleuring aan je competenties en je persoonlijke beroepsprofiel. Je kunt kiezen uit verschillende soorten minoren, er zijn verdiepende of specialistische minoren. Hiermee ga je vooral dieper in op het beroep van de fysiotherapeut. Maar er zijn ook minoren in samenwerking met andere opleidingen binnen de hogeschool. Je mag ook een minorprogramma samenstellen met vakken binnen of buiten de hogeschool of in het buitenland.
Onderzoek kunnen doen is belangrijk voor een fysiotherapeut; ontwikkelingen in de gezondheidszorg gaan snel. We leren je tijdens de opleiding hoe je wetenschappelijke literatuur opzoekt, leest en interpreteert, kritisch naar feiten kijkt, reflecteert en zelfstandig meewerkt aan onderzoek. Hogeschool Leiden heeft een speciale lector Fysiotherapie. Binnen het centrale thema 'eigen regie versterken' werken docenten en studenten van diverse zorgopleidingen samen met professionals uit de beroepspraktijk aan multidisciplinaire vraagstukken. Fysiotherapiestudenten kunnen tijdens hun studie ook deelnemen aan onderzoeks- en innovatieprojecten.