Leden van de kenniskring van het lectoraat Waarde(n) van Vrijeschoolonderwijs

Kenniskring

In de kenniskring van het lectoraat Waarde(n) van Vrijeschoolonderwijs zijn vanaf september 2015 zeven mensen met verschillende functies binnen het onderwijs aan de slag gegaan met onderzoeksvragen die zij vanuit hun praktijkervaring hebben aangedragen. 

De kenniskringleden

De kenniskring wordt gevormd door vrijeschoolleraren Frans Schobbe (primair onderwijs), Frans Lutters (voortgezet onderwijs) en Arnout De Meyere (voortgezet onderwijs Vlaanderen), door lerarenopleiders Akke Faling (Vrijeschool Pabo, Hogeschool Leiden) en Rebecca van Ingen (Pabo, Hogeschool Leiden), door onderwijsbegeleider Saskia Snikkers (BVS-Schooladvies) en Ariëlla Krijger (onderzoek & begeleiding).

Onderzoek uit ervaringen in de onderwijspraktijk

Elk lid van de kenniskring gaat een vraag onderzoeken die is voortgekomen uit hun ervaringen in de onderwijspraktijk. Het betreft hier een aantal vragen over de bestaande en innovatieve praktijken binnen het vrijeschoolonderwijs:

  • het ontwikkelen van theoretische en praktische handvatten voor leerkrachten om vanuit het vrijeschoolontwikkelingsbeeld met hoogbegaafdheid om te gaan (Saskia Snikkers);
  • over hoe coöperatieve werkvormen verbonden kunnen worden met leren in beweging (Frans Schobbe);
  • naar hoe het (scheikunde-)periodeonderwijs en de vaklessen in de bovenbouw elkaar kunnen gaan versterken en hoe leerlingen de aangeboden lesstof verwerven en daarbij behorende inzichten gaan ontwikkelen (Frans Lutters);
  • een vergelijkend onderzoek naar het waartoe van beeldend kunstonderwijs in reguliere en vrijescholen en hoe oud-leerlingen de werking van dit aspect van het onderwijs op hun vorming hebben ervaren (Rebecca van Ingen). 

Naast het in kaart brengen van de betreffende onderwijsprocessen, beogen deze onderzoeken de processen ook te evalueren, door in kaart te brengen wat de mogelijke brede onderwijsopbrengsten (naast opbrengsten op het domein van de kwalificatie, dus ook opbrengsten op het gebied van socialisatie en persoonsvorming) voor de leerlingen zijn en hoe de processen worden ervaren door leerlingen en docenten.

Inzichtelijk maken van onderwijsopbrengsten

De overige onderzoeken richten zich expliciet op het zichtbaar en inzichtelijk maken van deze brede onderwijsopbrengsten in het basis- en voortgezet vrijeschoolonderwijs.

  • In het onderzoek van Ariëlla Krijger wordt gekeken waarop de brede vorming in het vrijeschoolonderwijs helder zichtbaar en inzichtelijk gemaakt kan worden met behulp van getuigschriften, periodeschriften, portfolio’s en toetsen.
  • Het onderzoek van Arnout de Meyere en Akke Faling richt zich op hoe inzichtelijk gemaakt kan worden hoe Nederlandse en Vlaamse (oud-)vrijeschoolleerlingen als volwassenen in het leven staan, hoe zij dit verbinden aan onderwijservaring in het vrijeschoolonderwijs gericht op kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming.

De onderzoeken gebeuren binnen basisscholen in Nederland, scholen uit het voortgezet onderwijs in Nederland en Vlaanderen, de lerarenopleidingen van Hogeschool Leiden en met oud-vrijeschoolleerlingen in Nederland en Vlaanderen. De kenniskringleden doen door middel van artikelen in vakbladen, lezingen en workshops bij onderwijsinstellingen en een gezamenlijk te organiseren conferentie rond het thema autonomie in verbondenheid, verslag van hun onderzoeksbevindingen.

Gezamenlijk onderzoek van de kenniskring

De kenniskring komt eens in de zes weken bijeen om gezamenlijk te studeren en aan de individuele onderzoeken te werken. Als kenniskring onderzoeken wij gezamenlijk de hypothese dat het, om vanuit de wil tot een volwassen subject te worden, noodzakelijk is dat onderwijsgemeenschappen en onderwijservaringen leerlingen de ruimte bieden om zich te oefenen hoe zij hun behoefte tot autonomie komen te verhouden tot het appel dat op ze wordt gedaan vanuit hun onherroepelijke verbondenheid met de wereld, om verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf, anderen en het andere in de wereld.

Wij gaan bijvoorbeeld nader onderzoeken op welke momenten en in welke contexten leerlingen/studenten en de leerkrachten/docenten in het vrijeschoolonderwijs autonomie ervaren, op welke wijze oefenruimte voor autonomie ontwikkeling vanuit de vrijeschoolonderwijsvisie vorm krijgt in het pedagogisch en didactisch leerplan van de Vrijeschool; waar en hoe zelfstandigheid wellicht juist begrensd wordt om te kunnen oefenen aan de onherroepelijke inperkingen van de autonomie die het leven met zich meebrengt; wat de invloed van deze ervaringen is op de ontwikkeling van kinderen en leerkrachten als individu en op de wijze waarop zij volwassen in de wereld (komen te) staan.