Hogeschool Leiden

Leefklimaat: GCI

Binnen residentiële (forensische) instellingen verblijven jongeren, adolescenten en volwassen een groot deel van de tijd op de leefgroep of afdeling. Naast therapieën en trainingen, is het leefklimaat op deze leefgroepen dus van groot belang voor hun ontwikkeling. Binnen dit leefklimaat gaat het om het ervaren van eigen verantwoordelijkheid, gelijkwaardige communicatie, elkaar kunnen aanspreken op gedrag vanuit een opbouwende invalshoek, het nastreven van individuele groei, respect hebben voor elkaar en experimenteerruimte voor de jongeren. 

Open leefklimaat

Uit onderzoek is gebleken dat een open leefklimaat bijdraagt aan een afname van agressie incidenten (Ros, Van der Helm, Wissink, Stams, & Schaftenaar, 2013). Daarnaast kan een open leefklimaat bijdragen aan een hogere behandelmotivatie, een positief behandelresultaat, meer empathie, een interne locus of control, een afname van agressiviteit en meer emotionele stabiliteit bij patiënten (Van der Helm et al., 2011a; Van der Helm et al., 2009; Van der Helm, Stams, Genabeek, & Van der Laan, 2012; Van der Helm, Stams, van der Stel, Van Langen, & Van der Laan, 2011c; Wilson & Lipsey, 2007, zie voor een volledig overzicht: Soeverein, Van der Helm, & Stams, 2013).

In het kader van het leefklimaatonderzoek worden verschillende verdiepende onderzoeken gedaan, bijvoorbeeld naar het element  repressieverschillen tussen jongens en meisjesonderlinge beïnvloeding, de invloed van etniciteit, maar ook naar  Kinderrechten in gesloten jeugdzorg

Vragenlijsten

Er zijn vragenlijsten voor verschillende doelroepen / leeftijdscategorieën ontwikkeld:

Doelgroep 4-8 jaar

Doelgroep 8-15 jaar of LVB

Doelgroep kinderen vanaf 15 jaar en (jong)volwassenen

Doorontwikkeling GCI: GCI revisited

In samenwerking met de praktijk heeft het lectoraat zich ingezet om de GCI (36 items) te vereenvoudigen om deze geschikt te maken voor een grotere doelgroep, namelijk ook voor jongeren van 12-15 jaar en (jong)volwassenen met een LVB. Kenmerkend voor deze vragenlijst is dat de factorstructuur overeenkomt met de GCI en dat de vragenlijst iets korter is. Op dit moment wordt deze vragenlijst afgenomen op verschillende locaties ten behoeve van validering. U kunt de revisited GCI voor jongeren ( pdf, 242 KB ) inzien.

Historisch perspectief en achtergrond leefklimaat

Aandacht voor de context waarin kinderen en (jong)volwassenen functioneren is niet nieuw, zeker niet als het gaat om forensische contexten. In het buitenland schreef Trieschman in 1969 al de 'andere 23 uur', waarin hij betoogde dat dat ene uurtje therapie misschien wel minder affect had dan de kwaliteit van die andere 23 uur waarin een kind met emotionele problemen ook functioneert. Ook Nederlandse pedagogen als Langeveld en Kok maar ook Houweling-Meijer en Visser waren wegbereiders van de gedachte dat klimaatverbetering een positieve invloed zou kunnen hebben op ontwikkeling en herstel. Probleem echter was dat instrumenten om dit klimaat te meten vaak onvoldoende valide en betrouwbaar waren of te lang en te ingewikkeld voor de doelgroep.

Prison Group Climate Inventory

Met de ontwikkeling van het leefklimaatinstrument in 2007 (toen Prison Group Climate Inventory, PGCI, genoemd) door Peer van der Helm en Geert-Jan Stams is er voor het eerst een betrouwbaar en valide instrument beschikbaar dat ook in de praktijk gebruikt kan worden en waarvan de resultaten worden herkend en erkend in het werkveld. Het leefklimaatinstrument wordt momenteel in een groot aantal instellingen en in verschillende landen gebruikt voor kwaliteitsverbetering. In het kielzog hiervan zijn ook instrumenten ontwikkeld voor het meten van het leerklimaat in de klas, zinvolle dagbesteding en het werkklimaat dat medewerkers ervaren. Recent is aangetoond dat meten in combinatie met het geven van feedback aan medewerkers (en jongeren) over de resultaten ervan en vervolgens opnieuw meten een positief effect heeft op de ontwikkeling van het leefklimaat.