Lectoraat Residentiële Jeugdzorg

Therapeutische Alliantie: CAQ

Door Hogeschool Leiden wordt onderzoek gedaan naar de therapeutische alliantie binnen de residentiële jeugdzorg waarbij met name wordt gekeken naar de beleving en percepties van de alliantie door kinderen en jongeren. Naast dit praktijkgerichte onderzoek wordt er ook gekeken hoe deze al dan niet overeenkomen met gangbare theorie en definities van alliantie. Daarnaast wordt gekeken naar obstakels bij de totstandkoming van de alliantie en factoren die kunnen leiden tot barsten en breuken in de alliantie met jongeren binnen de gesloten en forensische jeugdzorg.

Children Alliance Questionnaire (CAQ)

In het kader van dit onderzoek is onder meer een vragenlijst over alliantie – Children Alliance Questionnaire (CAQ) - ontwikkeld voor de doelgroepen jonge kinderen (4-8 jaar) en kinderen tussen de 8 en 14 jaar. Overige onderzoeken richten zich onder andere op de samenhang tussen alliantie en behandelmotivatie, het effect op de behandeluitkomst en het ontstaan en vooral het omgaan met breuken in de alliantie.

Doelgroep 4-8 jaar

Doelgroep 8-15 jaar

Achtergrond therapeutische alliantie

De therapeutische alliantie – ook wel werkalliantie genoemd – wordt doorgaans omschreven als de kwaliteit en de sterkte van de samenwerkingsrelatie tussen cliënt en hulpverlener. De alliantie bestaat uit de persoonlijke band tussen beiden, de overeenstemming over behandeldoelen en overeenstemming over taken binnen de behandeling (Bordin, 1994; Horvath, 2005).

Samenwerking tussen jongere en hulpverleners

Het is van belang om goed te begrijpen op welke wijze jongeren de alliantie ervaren om te bepalen hoe de hulpverlener zijn handelen kan aanpassen om deze optimaal te houden. Binnen de residentiële jeugdzorg is er sprake van een situatie waarin een jongere met meerdere hulpverleners moet samenwerken. Het omgekeerde geldt ook: de hulpverlener gaat een alliantie aan met de jongere én met zijn groepsgenoten. Er is nog weinig bekend over de invloed die deze processen op elkaar hebben. Daarnaast is de context waarin dit gebeurt van invloed: dwang en vrijheidsbeneming belemmeren de overeenstemming tussen jongere en hupverlener over de taken en doelen van behandeling. Bovendien zijn kenmerken van de doelgroep (ernst van de problematiek) en de eigenschappen van de hulpverlener (op zowel persoonlijk als professioneel vlak) van invloed op de totstandkoming van een alliantie. Wanneer tijdens de samenwerkingsrelatie problemen ontstaan, kan dit leiden tot een breuk in de alliantie, wat weer kan leiden tot het beëindigen van de behandeling. Daarom is het van belang om breuken in de alliantie te herkennen en op de juiste wijze in spelen op het ontstaan van een barst of breuk en om op juiste wijze in te spelen op de behoefte en wens van de jongere binnen een residentiële setting ontbreken vooralsnog wetenschappelijke inzichten.