Hogeschool Leiden

Boekrecensie: Trauma en persoonlijkheidsproblematiek, door Martijn Stöfsel en Trudy Mooren

5 september 2020 - Trauma en persoonlijkheidsproblematiek van Martijn Stöfsel en Trudy Mooren, een fris boek op basis van moderne inzichten, ook voor HBO-studenten (Toegepaste Psychologie, Pedagogiek en Social Work).

Door Peer van der Helm. 

Het boek is al vier jaar oud maar heeft nog niet aan actualiteit ingeboet. Al te beginnen met de titel, nu eens niet ‘persoonlijkheidsstoornis’ maar persoonlijkheidsproblematiek (de term stoornis wordt gereserveerd voor als iemand vastloopt op persoonlijkheidsproblematiek). Ook in het voorwoord van Arnaud Arntz meteen een duidelijke stellingname op basis van moderne inzichten, dat persoonlijkheidsproblematiek gezien moet worden als een copingmechanisme voor traumatische ervaringen in de kindertijd en dat de huidige eendimensionale DSM categorieen tekortschieten met vaak ernstige consequenties voor de behandeling. Die zit. Ook zijn opmerking dat een meta-model van therapie in een geintegreerde behandeling nodig is voor herstel is helpend omdat we inmiddels weten uit de onderzoeken van Weisz dat een enkele therapie maar weinig bijdraagt aan herstel.

Dit is een rake karakterisering van de inhoud van het boek.

Na een inleiding over persoonlijkheid en trauma en verschillende behandelmethoden doen de auteurs op pagina 58 een belangrijke constatering, namelijk dat voor complexe problematiek een goede diagnose, een goede theorie over de samenhang van symptomen (verklarende probleemanalyse), consensus met de client (gezamenlijke besluitvorming), een overzicht van verschillende behandelinterventies (1 behandeling heeft meestal weinig effect), gerichtheid op trauma en een adequate therapeutische relatie (werkalliantie) nodig zijn. Nieuwe behandelmethoden maken van persoonlijkheidsproblematiek geen ‘nothing works’ fenomeen meer. Sinds de promotie van Marjoleinvan Wijk Herberink in 2018, waar ik ook bij betrokken was, weten we dat schematherapie ook goed werkt voor jongeren. Ik zou daarbij ook nog aan willen toevoegen een veilig en positief thuis- school- of leefklimaat in een instelling en zingeving (Dings, 2020).

Veel aandacht wordt verder gegeven aan verschillende modellen gericht op samenhang van klachten en levensloop (H6).

Over sommige zaken is inmiddels de discussie wel verder, zoals bijvoorbeeld over de noodzaak van eerst stabiliseren en dan pas traumatherapie. In de praktijk zien we echter dat herbelevingen, PNEA’s (psychogene niet-epileptische aanvallen) en frequente nachtmerries met dito slaapgebrek juist voor verdere destabilisering en co-morbiditeit zorgen. Op pagina 90 wordt bijvoorbeeld dreiging van loverboyproblematiek als een contra-indicatie voor traumabehandeling gezien. Bij het landelijke expertisecentrum Fier zien we juist dat snelle Intensieve Traumabehandeling de poorten opent voor verder herstel, ook bij loverboy-slachtoffers.

Verfrissend is ook de gekozen integrale insteek in het boek met de interventiecirkel (H7, p. 91), waarbij het jammer is dat opleiding en zingeving niet als afzonderlijk segment worden opgenomen. Martijn1 denkt dat opleiding bij het ‘integratie-segment’ hoort. Volgens Roy Dings (proefschrift uit 2020) is zingeving juist een fundamenteel onderdeel van herstel.

Deze segmenten worden in de hoofdstukken 8 t/13 verder praktisch uitgewerkt. Daarmee overstijgt het boek het ‘bij therapie alleen’ verschijnsel, dat soms in de GGZ nog steeds gemeengoed is en geeft het tips voor de beroepspraktijk op basis van doorleefde ervaring (‘practice based’).

Het boek eindigt bij de therapeutische relatie, een veel onderschat fenomeen. Eigenlijk zou dit aan het begin van het boek moeten staan omdat de therapeutische relatie minstens zo belangrijk is als alle waardevolle technieken en analyses. Wat heb je er immers aan als clienten weglopen omdat ze geen ‘klik’ hebben met jou of die niet gemotiveerd zijn als gevolg van een lange historie van veel dwang, wisselende hulpverleners, verkeerde diagnoses en behandelaren?

Suggesties voor een volgende druk:

Het zou misschien zinnig kunnen zijn aandacht te besteden aan de recente onderzoeken op het gebied van Adverse Childhood Experiences en het Tessera-model voor persoonsvorming van Wrzus & Roberts. Ook zou de Functionele en Betekenisanalyse (FABA) van gedrag niet moeten ontbreken. Aandacht voor hertraumatisatie door repressie in instellingen kon ik niet vinden. Het gaat dan om autonomie frustrerende praktijken zoals uithuisplaatsing en de effecten van gedwongen behandeling 2, langdurig separeren en opsluiten, vastbinden, dwangvoeding etcetera. Een beschouwing over het leefklimaat in instellingen, maar ook het thuisklimaat en het leerklimaat op school (pesten als belangrijke probleemfactor) zouden niet misstaan. En inmiddels zijn er meer veelbelovende therapieën op basis van een meta-model ontwikkeld die bij kunnen dragen aan herstel van complexe persoonlijkheidsproblematiek op basis van trauma.

Binnen de forensische sector zou implementatie van de inzichten uit dit boek welkom zijn, zodat trauma niet meer gezien wordt als een ‘proceshouding’ (een poging om een lagere straf te krijgen), maar als een bijdrage aan een valide delictanalyse en evidence based interventies voor recidive-reductie en herstel in het kader van het RNR model (Risks, Needs & Responsivity) dat goed aansluit bij dit boek.

Met het voortschrijdend inzicht uit dit boek hoeven cliënten dan niet meer te leven alsof ze ‘gestrand zijn in het verleden’: dan hoeft oud zeer niet langer het huidige leven te belasten (p. 254).

 

Martijn Stöfsel heeft ook net een nieuw boek geschreven: Trauma en Verwerkingstechnieken. Nog niet gelezen, maar gezien zijn ervaring waarschijnlijk interessant.

Actueel in verband met de nieuwe Wet verplichte GGZ, de Wet zorg en dwang en de komende wet rechtspositie minderjarigen in gesloten instellingen.

Interesse in het boek?