Voorkant van Hogeschool Leiden

Verslag werkbezoek Estland

Op uitnodiging van het ministerie van Justitie van Estland reizen lector Peer van der Helm en onderzoeker Sophie de Valk van het Expertisecentrum Jeugd langs de jeugdgevangenissen en gesloten jeugdinrichtingen van dat land.

Op uitnodiging van het ministerie van Justitie van Estland reizen lector Peer van der Helm en onderzoeker Sophie de Valk van het Expertisecentrum Jeugd langs de jeugdgevangenissen en gesloten jeugdinrichtingen van dat land. Doel van het ministerie is het introduceren van een meer pedagogische benadering in de jeugdgevangenissen, net als die in Nederland ingezet is met behulp van Hogeschool Leiden. Dit verslag gaat over de eerste dag in Estland waarop we de Harku vrouwengevangenis en Tallina Laste Turvakeshus (Talin Centre for Children at Risk) bezoeken.

Hogeschool Leiden

Het project begint deze week in de instellingen met een introductie van het belang van het leefklimaat, het houden van interviews met jongeren en medewerkers en de afname van de leefklimaatvragenlijst bij de jongeren. Over een paar weken rapporteren we over de resultaten aan de medewerkers van de instellingen en lichten we mogelijke verbeterpunten toe. In het najaar reist de Hogeschool weer af om een tweede meting uit te voeren om te onderzoeken of er vooruitgang is geboekt. Het project is een samenwerking tussen de regering van Estland en Hogeschool Leiden. We doen verslag van onze impressies, want zoals Foucault al zei leer je een land kennen door zijn gevangenissen.

Harku vrouwengevangenis

Op de eerste dag gaan we naar de (beruchte) vrouwen- en meisjes gevangenis in Harku (zie foto's). Het gebouw is oud, uit de Russische tijd, maar wel met veel groen en de mensen zijn vriendelijk en open. De onderdirecteur vertelt dat er vroeger minder hekken waren maar met de komst van de mannen is inmiddels veel gescheiden. Hij geeft ook aan dat er weinig geld is voor resocialisatie en dat sommige meisjes die niemand meer hebben recidiveren om weer binnen te zitten. Het 'beruchte' wordt duidelijker als we het vrouwengebouw binnengaan. Circa 80 meisjes en vrouwen hebben met elkaar 4 wc's en de douche mogen ze maar eens per week gebruiken. Soms slapen de vrouwen wel met 18 vrouwen samen op stapelbedden. Hun enige privacy zijn dekens die ze voor de bedden hangen.
De meisjes en vrouwen dragen bruine slodderkleren met het woord 'gevangene' (Vangnis) in het Ests op hun rug en broek en moeten verplicht (voor de veiligheid volgens de bewakers) met hun handen op hun rug naar de eetzaal lopen. Ook de medewerkers dragen strenge uniformen. De meisjes klagen (terecht) over het gebrek aan privacy en hygiëne, want  - zo zei een meisje - als je geen familie buiten hebt (en dat hebben veel meisjes niet) dan krijg je maar 1 stuk zeep in de maand. De meisjes vertellen ons wel dat ze alles met elkaar delen en veel medewerkers doen hun best voor ze.

De contactofficier blijkt over heel veel inzicht te beschikken over het leefklimaat. Ze vertelt dat ze nooit een gordel (met knuppel, boeien en pepperspray) draagt omdat je ook gewoon met de meisjes kan praten en dingen samen kan oplossen maar dat niet iedereen dat zo ziet. Ook de onderdirecteur vertelt dat hij de Kalasjnikovs tegenwoordig in een kluis heeft opgeborgen: de regering wilde ze niet terug hebben. Even later als de meisjes de vragenlijsten invullen zien we ook dat de contactofficier een arm om een van de meisjes slaat en de ander die nauwelijks lezen kan helpt met invullen. Er is tevens veel belangstelling voor de screener voor LVB die lector Hendrien Kaal van Hogeschool Leiden ontwikkeld heeft.

Peer interviewt een meisje dat al voor de tweede keer een lange gevangenisstraf uitzit. Ze maakt een slimme maar geslagen indruk. Ze is momenteel druk bezig in een sneltreinvaart haar diploma’s te halen. Toen ze na de eerste keer vrij kwam en baantje als secretaresse kreeg had haar baas haar gegoogled en werd ze meteen weer ontslagen. Toen ging het weer mis. Haar 3 jarig dochtertje die bij haar moeder was overleed daar aan de gevolgen van verwaarlozing. Ze mocht alleen een uurtje op de begrafenis komen. Tranen biggelen over haar gezicht wanneer ze dit vertelt.

De jonge vrouw waar Sophie mee spreekt zit voor de eerste keer vast, maar tevens voor een zwaar delict. Ze is bezig haar diploma te halen en werkt de rest van de tijd. Het zwaarste aan haar verblijf in Harku vindt ze het gebrek aan privacy. Zij deelt een kamer met 15 andere vrouwen en doordat er veel verschillende karakters bij elkaar verblijven leidt dit regelmatig tot conflicten. Ze voelt zich wel gesteund door 3 medegevangenen en ook bij twee bewakers voelt ze zich prettig genoeg om persoonlijke zaken mee te bespreken. De regels ervaart ze als erg streng en ze vertelt dat ze gestraft wordt wanneer ze er tegen in gaat. Inmiddels heeft ze geleerd hoe ze dit kan voorkomen.

De jonge vrouw waar Sophie mee spreekt zit voor de eerste keer vast, maar tevens voor een zwaar delict. Ze is bezig haar diploma te halen en werkt de rest van de tijd. Het zwaarste aan haar verblijf in Harku vindt ze het gebrek aan privacy. Zij deelt een kamer met 15 andere vrouwen en doordat er veel verschillende karakters bij elkaar verblijven leidt dit regelmatig tot conflicten. Ze voelt zich wel gesteund door 3 medegevangenen en ook bij twee bewakers voelt ze zich prettig genoeg om persoonlijke zaken mee te bespreken. De regels ervaart Tallina Laste Turvakeshus als erg streng en ze vertelt dat ze gestraft wordt wanneer ze er tegen in gaat. Inmiddels heeft ze geleerd hoe ze dit kan voorkomen.

Het Laste Turvakeshus

Het Laste Turvakeshus is wat wij in Nederland een Jeugdzorg Plus instelling noemen. Tolerantie, empathie, vertrouwelijkheid en ruimte voor elkaar staan voorop. Als we binnenkomen worden we begroet door kinderen en de sfeer lijkt positief. Een groepsleidster begroet twee kinderen met een knuffel. Hier worden kinderen opgevangen met gedrags, drugs- en alcoholproblemen. Recentelijk is geprobeerd een ommezwaai te maken naar een minder bestraffende en een meer pedagogisch benadering (zie het recente artikel van Sophie de Valk in het tijdschrift Journal of Childrens Services, wat bij het ministerie gretig aftrek vindt), maar uit de interviews blijkt dat niet alle medewerkers daar achter staan. Werk aan de winkel voor de Hogeschool! Een psychologe vertelt enthousiast over het therapie-aanbod voor de kinderen en is blij met de ommezwaai, zelfs ouders worden momenteel betrokken bij de behandeling. Ze wil heel graag de uitkomsten van het onderzoek zien.

Terwijl de jongeren de vragenlijsteninvullen, interviewt Peer een 16 jarig meisje dat zich afsluit voor iedereen tijdens haar verblijf. Uiteindelijk is ze tijdens het interview verbazingwekkend open en geeft aan dat ze haar problemen niet begrijpen en haar een 'vieze verslaafde' noemen. Kennis over traumabehandeling is nog een aanbevelingspunt zo concludeert Peer na het interview. Ze doet het nu heel goed op school en wil graag psychologie studeren, maar geeft ook aan dat als ze op 9 juni weer ontslagen wordt het meteen weer mis zal gaan. Ook hier is nog een wereld te winnen.

Sophie merkt in het interview dat ze heeft met een van de pedagogisch medewerkers dat de eerder genoemde speerpunten van de organisatie in ieder geval door hem gedragen worden. Over het contact dat hij heeft met de kinderen vertelt hij dat hij in alle kinderen goede kanten ziet en dat hij ze als gelijke behandelt. Ook wanneer een kind opstandig gedrag laat zien blijft hij of zij onderdeel van de groep en wordt er middels praten naar een oplossing gezocht. Wat hij wel als lastig ervaart is dat er voor deze instelling geen duidelijke richtlijnen voor het handelen zijn: het is altijd zoeken naar wat ze als medewerker wel en niet mogen doen. Ondanks dat ziet hij dat kinderen tijdens hun verblijf vooruitgang boeken in hun gedrag: ze leren rekening met elkaar te houden en voor elkaar te zorgen. 

Hogeschool Leiden
Hogeschool Leiden