Kernwaarden Hogeschool Leiden

Presentaties Expertisecentrum Jeugd op het jaarcongres in Manchester

Lectoren Peer van der Helm, Chris Kuiper en Veronique van Miert, Anna Dekker en Sophie de Valk zijn op het jaarcongres van de IAFMH in Manchester. In dit verslag komen een aantal presentaties aan de orde.

Lector Peer van der Helm en lector Chris Kuiper zijn samen met onderzoekers/docenten Veronique van Miert, Anna Dekker en Sophie de Valk van dinsdag tot en met donderdag op het jaarcongres van de International Association of Forensic Mental Health in Manchester. In dit verslag komen een aantal bijzondere presentaties aan de orde alsmede de presentaties van de lectoren en onderzoekers van de hogeschool zelf op de woensdag. Maar de hogeschool gaat niet alleen, ook het werkveld is vertegenwoordigd bij de hogeschool presentaties: Petra Schaftenaar van Inforsa (forensische zorg in Amsterdam), Henrike van Kruistum van Roosenburg (Altra, Forensische zorg in Zeist) en Richard Broughton van de Engelse Cambian group met wie Peer van der Helm samenwerkt. Samen verzorgen zij een hele sessie met de naam: 'Bringing Research into Practice' oftewel onderzoek in de praktijk brengen, een belangrijk speerpunt van onze lectoraten en van de hogeschool.

IAFHMS conferentie Manchester dinsdag

Kleine psychopaatjes meteen maar opsluiten? Een langlopende discussie.

Openings keynote speech door professor Sheilagh Hodgins, een internationale expert op het gebied van psychopathie.

Onze genen blijken een belangrijke rol in te spelen bij aanleg voor psychopathie, maar liefst 25% van de kinderen heeft kennelijk die genen en dus een aanleg voor Hannibal Lecter in de dop te worden, maar enkel 3-4% ontwikkelt daadwerkelijk psychopathie.

Professor Hodgins begon haar openingsspeech met een sneltreinvaart-overzicht (alleen te volgen voor experts!) van neurobiologische studies en FMRI onderzoek (hersenscan) op het gebied van psychopathie. Ze onderscheidde daarin op basis van verschillende genen, epigenetische expressie, hersengebieden en hersenhormonen zoals serotonine, MAO-A enzym etc. twee soorten psychopaten, de ‘angstige’ en gevoelige psychopaat en de ‘koelbloedige’ psychopaat, zonder empathie. Gelukkig ging het niet alleen om erfelijkheid (vooral via de vaders) maar uit haar onderzoek bleek dat met name de gevolgen van mishandeling en misbruik leidden tot psychopathie en gebrek aan empathie. Het bio-psychosociale model was inmiddels ook doorgedrongen tot deze conferentie (vroegere studies keken alleen naar hersenhormonen en genen). Voor het eerst in deze reeks studies hoorden we ook iets over de invloed van beschermende factoren, namelijk (voornamelijk) een goede relatie met de moeder. Professor Hodgins ging vervolgens over tot mogelijkheden voor behandeling, waarbij de angstige psychopate kinderen vooral oudertraining werd aangeraden, het liefst voordat de pubertijd en voordat de fase van alcohol- en drugsgebruik was ingetreden. Na deze verstandige woorden was het wachten op de behandeling van de ‘koelbloedige’ psychopaatjes. Daar was even geen behandeling voor volgens professor Hodgins, het gehoor in verwarring achterlatend. Dan maar opsluiten en de sleutel weggooien?

In het tijdschrift ‘Kind en Adolescent review’ heeft Peer in 2011 al gewaarschuwd voor de gevolgen van labelling door het begrip psychopathie op kinderen van toepassing te verklaren. Kinderen zijn nog in ontwikkeling en een label ‘ongeneselijk slecht’ zou wel eens een selffulfilling prophesy kunnen betekenen voor deze kinderen met alle negatieve gevolgen van dien (wanneer je kinderen ‘slecht’ vindt ga je ze ook als zodanig behandelen, wat weer slecht gedrag uitlokt, iets wat we in het onderwijs het ‘Pygmalion effect’ zijn gaan noemen). Professor Hodgin heeft daar zelf in 2008 al een artikel over geschreven.

Gelukkig reageerde Maaike Kempes van het NIFP uit de zaal door te reageren dat het niet alleen de moeder betrof, maar dat ook een positief klimaat op school en de positieve behandeling bijvoorbeeld in de residentiele jeugdzorg (het leefklimaat) voor verbetering van gevoelloosheid kon zorgen. Dat is precies wat we in ons onderzoek aan Hogeschool Leiden in de jeugdgevangenissen vinden: betekenisvol contact met anderen kan bij kinderen op termijn zorgen voor meer empathie-ontwikkeling en minder gevoelloosheid.

Referentie: Helm, G.H.P. (2011). Voorzichtig met het label psychopathie bij adolescenten. Kind & Adolescent review, 4, 436-439.

IAFHMS conference woensdag

Zelfdoding in de gevangenis en in psychiatrische instellingen door prof. Jenny Shaw

Jenny Shaw doet in Engeland al jaren onderzoek naar zelfmoord in gevangenissen en in psychiatrische instellingen. De resultaten van haar onderzoek waren ook voor Nederland van belang (recentelijk beroofde Lau Geraerts zich van het leven in PI Vught). Samen met de toename (30%!) van het aantal suïcides in Engeland benemen ook steeds meet gevangenen en patiënten zich van het leven. De volgende uitkomsten waren het meest opvallend:

  1. de meeste zelfdodingen (50%) vinden plaats binnen een maand na binnenkomst of binnen een maand na vrijlating of ontslag door gebrek aan huisvesting, werk en financiële problemen. Transities blijken de grootste stressor te zijn.
  2. Suïcidale gedachten en depressies worden meestal niet tijdig herkend (meer aandacht gaat uit naar agressie), automutilatie wordt vaak afgedaan met ‘aandacht eisen’.
  3. Door ambulantisering vinden er momenteel meer suïcides plaats thuis dan in instellingen, gemeenten hebben onvoldoende zicht op deze problematiek, of willen er geen geld aan uitgeven (politieke keuzes).
  4. Binnen instellingen is een van de belangrijkste oorzaken een slecht leefklimaat als gevolg van personeelstekort en bezuinigingen

Wat te doen?

Jenny Shaw gaf aan dat verbeterde werkomstandigheden voor hulpverleners (genoeg geschoolde medewerkers en minder wisselingen), een beter leefklimaat in de instellingen een belangrijke preventiewerking zouden kunnen hebben. Om de negatieve gevolgen van transities op te vangen zou transitioneel casemanagement een bijdrage kunnen leveren. Probleem hierbij is geld volgens professor Shaw.

Wat kunnen wij hiervan leren?
Het leefklimaat en het werkklimaat zijn van cruciaal belang in instellingen, daar kan nog veel verbeterd worden. Buiten de instellingen zijn niet alle problemen op te lossen met een ‘keukentafelgesprek’, zo laat dit voorbeeld uit Engeland ons zien. Ambulantisering, hoe belangrijk ook bij lichte problemen herbergt ook risico’s, met name bij zorgmijders. De zorg voor mensen met zeer ernstige problemen kan beter over worden gelaten aan goed opgeleide (Hbo) professionals.

Veronique en Sophie bezochten op woensdagochtend een symposium over het nieuwe jeugdstrafrecht. Corine de Ruiter (University of Maastricht) legde uit dat adolescenten nu soms volgens het volwassenstrafrecht kunnen worden berecht en volwassenen volgens het adolescentenstrafrecht. Zij wilde met het publiek bediscussiëren of dit nou een goede of een slechte zaak was. Ze dacht dat het mogelijk ook een selffulfilling prophecy kon worden, wanneer een adolescent als zo gevaarlijk werd bestempeld dat hij als volwassenen kon worden berecht.

Symposium Hogeschool Leiden: ‘Bringing research into practice’.

Op woensdagmiddag werd samen met het werkveld een symposium georganiseerd door lector Peer van der Helm en lector Chris Kuiper, beide van het Expertisecentrum Jeugd. Voorzitter was lector Peer van der Helm.

Als eerste kwam Sophie de Valk aan het woord, onderzoeker bij het expertisecentrum. Sophie presenteerde recente uitkomsten, waaruit bleek dat agressie door cliënten binnen instellingen voor een belangrijk deel door repressie door medewerkers veroorzaakt wordt. Ze is daarom een literatuur studie gestart (wordt binnenkort gepubliceerd) naar de repressieve kanten van het systeem. Ze linkt deze aan beperkingen van vrijheid: aan de ene kant zorgen straffen en dwang voor een directe beperking van de vrijheid, terwijl een gebrek aan contact de zogenoemde positieve vrijheid inperkt. Vervolgonderzoek laat zien dat repressie samenhangt met attitudes van de medewerkers, waarop ze vervolgens aanbevelingen deed voor de werkvloer over hoe dit aan te pakken. Medewerkers in forensische instellingen worstelen namelijk vaak met een evenwicht tussen beheersing en contact maken. Dat was ook het thema van de tweede presentatie van Hogeschool Leiden docent-onderzoekers Anna Dekker, Veronique van Miert samen met een teamleider van Forensisch Psychiatrische Afdeling Roosenburg (Altrecht), Henrike van Kruistum.

Referentie: De Valk, S. , Van der Helm, G.H.P, Beld, M. Schaftenaar, P., Kuiper. C. & Stams, G. J. J. M. (2015). That will teach them to behave! Punishment in secure care. Journal of Children’s Services 10 (1) 3-16.

Bij de presentatie van Anna Dekker, Veronique van Miert en Henrike van Kruistum (FPA Roosenburg, Altrecht) ging het voornamelijk over op welke wijze team functioneren en leiderschap verbeterd kon worden.
Anna beet het spits af door kort de werkomgeving van social workers en ‘psychiatric nurses’ in forensisch psychiatrische instellingen te beschrijven als een ‘high risk and ambigue work environment’ vanwege de grote taakcomplexiteit waarin veiligheid en structuur geboden moet worden, maar men ook in contact moet zijn met de cliënten en hen ondersteunen. De invloed van de social workers op het leefklimaat van de cliënten is aanzienlijk, waardoor dysfunctionele teams onwenselijk zijn. Gezien de kenmerken van het werk (o.a. agressief gedrag van cliënten en de verschillende manieren waarop mensen van nature geneigd zijn om te gaan met stressvolle situaties), hebben de social workers en verpleegkundigen hebben ondersteuning nodig hebben in het kunnen uitvoeren van “misschien wel het moeilijkste werk dat er is”.

Promotieonderzoek

Hogeschool Leiden doet samen met Altrecht onderzoek naar een team dat rapporteerde over een zeer slecht werkklimaat scoorde op de medewerkersvragenlijst, maar waar de resultaten van het leefklimaatonderzoek onder patiënten wel positief waren. Dit maakte dat er op deze afdeling een pilot is gestart waarin enkele maanden achter elkaar vragenlijsten over het team functioneren en leiderschap zijn afgenomen en teruggekoppeld. Veronique heeft de zaal geïnformeerd over de opzet, de resultaten en de waarde van deze pilot. Het team werd door de onderzoekers van het lectoraat gestimuleerd om samen met de resultaten aan de slag te gaan. Het terugkoppelen van de resultaten heeft een discussie binnen het team op gang gebracht, waarna er eerst meer ruzie werd gemaakt, maar later medewerkers toch tot elkaar kwamen. De zaal reageerde enthousiast toen Henrike vanuit haar rol als teammanager van de betreffende afdeling heel eerlijk haar verhaal toelichtte. Openheid en transparantie zijn onontbeerlijke ingrediënten voor een goed leef- en werkklimaat in een forensische setting. Door het project met Hogeschool Leiden is dit team weer op de goede weg en wordt er op een ander niveau gecommuniceerd. Dit zijn hoopvolle en veelbelovende resultaten.

Peer van der Helm en Petra Schaftenaar Inforsa gaven in de volgende presentatie aan hoe het mis kon gaan in een instellingen (en hoe daar weer uit te komen) en wat de rol kan zijn van een de-escalatieondersteuner in Inforsa (zorg voor ernstig psychotische patiënten die gevangenis- en GGZ ongeschikt zijn). De de-escalatieondersteuner bemiddelt in een conflict tussen medewerker en patiënt en gunt daarmee beide een adempauze. Peer van der Helm liet zien dat de recente leefklimaatmetingen bij Inforsa zeer positief waren (evidence based handelen in de praktijk).

Daarna kwam Richard Broughton van de Cambian Group uit Engeland aan het woord die een instelling heeft gebouwd voor cliënten die volgens professor Sheilag Hodgins (zie eerder verslag van dinsdag) niet te behandelen zijn: mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis van het ergste soort. Trekkers van dit project zijn een architect (Richard) en een psychiatrisch verpleegkundige (Thomas Burns). Ze gingen naar Nederland om het TBS systeem te bestuderen en dachten ‘dat gaat goed maar het kan beter’. De nieuwe gebouwen van de Cambian Group ademen ruimte, licht en luxe uit. Richard: ‘daarom maken onze patiënten niks stuk, ze voelen zich hier thuis’. De behandeling wordt in nauw overleg met de patiënt bepaald (Thomas: ‘we zeggen meteen dat je niet in behandeling hoeft als je niet wilt, maar na een week komen ze allemaal, want we dwingen ze niet’). Hogeschool Leiden is uitgenodigd om een bezoek te komen brengen. De kliniek heeft een behandelduur die een jaar korter is dan bij vergelijkbare patiënten en 75% van de patiënten is inmiddels succesvol geresocialiseerd in de samenleving. Hoezo opsluiten en de sleutel weggooien?

Henrike was met haar praktijkervaringen een welkome aanvulling op het congres, waar toch vooral veel wetenschappers en beleidsmakers op af zijn gekomen. Henrike concludeert aan het eind van het congres: “Eigenlijk doen we het in Nederland zo slecht nog helemaal niet; als je ziet dat medewerkers uit andere landen nog met dingen worstelen die voor ons al vrij vanzelfsprekend zijn.” Ze gaf hierbij als voorbeeld dat we in Nederland al veel denken vanuit het besef dat medewerkers de sleutel zijn naar verandering, terwijl andere onderzoekers nog erg op de eigenschappen van patiënten aan het focussen zijn.

Na afloop van het symposium dat we zelf verzorgden, hebben we nog een ‘paper session’ bijgewoond. Eén van de presentaties was: ‘Using and abusing power: client interactions with people in positions of authority – Crystal Dieleman, Jean Hughes, Robin Campbell

Quote: “we are not looking for rocket sciences, but for kindness”

Een van de onderzoekers vertelde gepassioneerd over de bevindingen van interviews die zijn afgenomen met patiënten uit een Canadese forensisch psychiatrische kliniek over o.a. de interactie tussen de patiënt en alle verschillende soorten stafleden en andere professionals die zij in hun juridisch- en hulpverleningsproces hebben gehad. De verhalen van de patiënten waren overwegend negatief. Veel van hen voelden zich gestigmatiseerd en/ of gediscrimineerd. Daarnaast werd er aangegeven dat er – voornamelijk onder agenten – sprake was van ‘a lack of human compassion’ en vertoonden de professionals niet zelden onethisch, grensoverschrijdend gedrag, zoals seksueel misbruik maar ook een gebrek aan contact met psychiaters. Tenslotte was een laatste negatieve bevinding dat patiënten zich vaak erin geluisd voelen, waarbij hun kansen op een eerlijk proces gering voelen.
De onderzoekster zei uiteindelijk dat er gelukkig ook enkele positieve resultaten te delen waren. Patiënten gaven aan dat er ook ‘champions’ in hun leven waren en dat dat mensen zijn (geweest) die hebben gezorgd dat de patiënt zich menselijk behandeld voelde. Een aantal kernwoorden werden hierbij genoemd; vertrouwen, relatie, geduld, menselijk en oprecht. Eén van de lessen die de onderzoekers hebben geleerd van dit onderzoek is dat men in de forensisch psychiatrie en de gehele keten van justitie en hupverlening niet alleen reflectief moet zijn op behandeluitkomsten, geld, etc., maar ook op de interactie met patiënten i.a.w. ‘óns handelen’.
Ondanks de methodologische haken en ogen aan dit onderzoek, was het voor ons als toehoorders was dit goed om te horen dat dit inzicht op de Canadese agenda is gekomen. Het stimuleert ons om door te gaan met onze onderzoeken waarin we praktijk en wetenschap met elkaar in verbinding brengen en van elkaar leren.