Voorkant van Hogeschool Leiden

No Guts, No Gains!

Leefklimaat jeugdinrichting van invloed op gedrag gedetineerde. Dit blijkt uit onderzoek waarop Evelyn Heynen, promovenda van lector Peer van der Helm, recentelijk is gepromoveerd aan Universiteit van Amsterdam.

Het leefklimaat van justitiële jeugdinrichtingen is van invloed op het gedrag van gedetineerde jongeren. Een repressief klimaat is gerelateerd aan meer agressie en geweten- en gevoelloze trekken. 

Invloed van leefklimaat

Hoewel de jeugdcriminaliteit in Europa daalt, neemt het aantal geweldsdelicten onder jongeren toe. Na het plegen van een geweldsdelict worden in de meeste Europese landen jongeren tussen 14-24 jaar opgesloten in de residentiële jeugdzorg oftewel jeugddetentie. Het doel hiervan is het voorkomen van de kans op herhaling (recidive) en het bevorderen van sociale rehabilitatie (terugkeer in de maatschappij). Een veel voorkomend probleem bij delinquente jongeren die een geweldsdelict plegen, zijn geweten- en gevoelloze, koudbloedige trekken (Callous-Unemotional traits) die gepaard gaan met een hoge mate van agressie. Heynen onderzocht of het leefklimaat (ondersteuning, groei, repressie, sfeer) in Nederlandse en Duitse justitiële jeugdinrichtingen van invloed is op het sociale gedrag van gedetineerde jongeren. Ze keek hierbij naar gedrag dat gerelateerd is aan het geweldsaspect zoals koudbloedigheid, agressie, gebrek aan empathie en de omgang met sociale probleemsituaties. Ook keek ze naar de verschillen in beleving van het leefklimaat tussen beide landen.

Verschillen tussen Nederland en Duitsland

Heynen toont met haar onderzoek aan dat er een relatie bestaat tussen het leefklimaat in Nederlandse en Duitse justitiële jeugdinrichtingen en het gedrag van gedetineerde jongeren. Opvallend zijn de verschillen in de beleving van het leefklimaat in Nederland en Duitsland. De gedetineerde Nederlandse jongeren beoordeelden de aspecten ondersteuning en sfeer positiever, terwijl in Duitsland het groeiaspect beter gewaardeerd werd. Heynen: ‘In Duitsland ligt de nadruk vooral op opleiding, er zijn daar diverse goed uitgewerkte opleidingsprogramma’s, terwijl in Nederland meer de nadruk ligt op behandeling van psychiatrische problematiek’. In Duitsland bleek meer sprake te zijn van een repressief klimaat met veel strikte regels, een negatieve en onveilige sfeer met weinig ondersteuning en groeikansen wat gerelateerd is aan meer reactieve (directe) agressie en geweten- en gevoelloze trekken bij de groep Duitse gedetineerde jongeren.

Dit heeft volgens Heynen te maken met de hiërarchische cultuur in Duitsland. ‘Medewerkers op de groep dragen een uniform en de taak van groepsmedewerkers in Duitsland is tweeledig, zowel opvoeding als beveiliging. In Nederland zorgen groepsmedewerkers enkel voor het opvoedingsaspect en neemt een beveiligingsdienst de taak van de beveiliging op zich. Deze voorbeelden geven een eerste indruk in de verschillende belevingen van de jongeren op basis van het systeem. Toekomstig onderzoek zou zich meer kunnen richten op de positieve competenties van elk systeem om gezamenlijk te werken aan een optimalisering van het leefklimaat’, aldus Heynen.

Leefklimaatonderzoek in Europa

Leefklimaatonderzoek is in Nederland verplicht voor alle jeugddetenties en word naast Duitsland ook gebruikt in andere Europese landen. Heynen voerde dit onderzoek uit in samenwerking met het Expertisecentrum Jeugd | lectoraat Residentiële Jeugdzorg, waar het landelijke leefklimaat onderzoek wordt gecoördineerd. Dit onderzoek is een van de eerste onderzoeken dat ingaat op de relatie tussen het orthopedagogisch leefklimaat en sociale gedragingen van jonge gedetineerden. Heynen: ‘Ondanks eerste positieve resultaten moeten we voorzichtig zijn met conclusies trekken. De huidige resultaten moeten gezien worden als basis voor toekomstige studies waarin we de effecten van het orthopedagogische leefklimaat op de rehabilitatie van jonge gedetineerden kunnen onderzoeken’.

Promotiedetails

Mw. E.J.E. Heynen: No Guts, No Gains! The Relation Between Living Group Climate and Social Development of Juvenile Delinquents in Detention. 

Promotoren zijn prof. dr. G.J.J.M. Stams (Universiteit van Amsterdam) en prof. dr. A.M. Korebrits (Radboud Universiteit)

Copromotoren zijn dr. G.H.P. van der Helm en dr. M.J. Cima (Radboud Universiteit).

Een samenvatting van het proefschrift is verkrijgbaar bij de UVA.