Anna Dekker

Hogeschool Leiden

Achtergrond

Anna Dekker MSc is tijdens de bacheloropleiding Pedagogische Wetenschappen (UvA) betrokken geraakt bij het leefklimaatonderzoek van Peer van der Helm. De kennismaking met de forensische jeugdzorg door het afnemen van interviews en vragenlijsten maakte dat zij koos voor de master Forensische Orthopedagogiek. In het kader van een onderzoeksstage heeft Anna samen met, toen medestudent en nu collega, Veronique van Miert het werkklimaatonderzoek opgezet. Na het afstuderen in 2012 is Anna betrokken gebleven bij de lopende onderzoeksprojecten en is sinds 2013 in dienst van Hogeschool Leiden. Binnen het lectoraat houdt Anna zich sinds 2017 vooral bezig met het leefklimaat in gezinshuizen en de werkbeleving van gezinshuisouders. Naast coördinerende taken binnen het lectoraat (zowel leef-, leer-, en werkklimaatonderzoeken bij praktijkinstellingen uit onze kenniskring) is zij werkzaam als docent binnen de opleidingen Maatschappelijk Werk & Dienstverlening en Sociaal Werk (Faculteit Sociaal Werk en Toegepaste Psychologie). Daarnaast werkt Anna aan haar promotieonderzoek.

Promotieonderzoek

Dat het werkveld in (forensische) (jeugd)zorginstellingen hoge eisen stelt aan haar medewerkers krijgt nationaal en internationaal steeds meer de aandacht (zie bv. het werk van Lambert en de studiedag van Efcap-NL ‘hoe blijf ik bekwaam en gezond?’). Het werken met de complexe doelgroep doet een beroep op een scala aan kennis en vaardigheden, maar vraagt ook om incasseringsvermogen en veerkracht. Voor haar promotieonderzoek met de titel ‘Duurzame medewerkers binnen de muren – Op zoek naar een optimale fit tussen medewerkers en het werk binnen (forensische) residentiële instellingen’ heeft Anna in 2017 een NWO-promotiebeurs voor leraren gekregen.

Het promotieonderzoek vindt plaats aan de Vrije Universiteit (Management & Organisatie). Promotor: Prof. dr. Paul Jansen. 

Copromotoren: Dr. Peer van der Helm, Dr. Brian Spisak en Dr. Omar Sollinger.

Hoge werkdruk en veel verloop beïnvloedt effectiviteit behandeling

In deze instellingen is vaak sprake van een hoog arbeidsverzuim en groot verloop onder medewerkers. De medewerker en de werkomgeving sluiten niet altijd (meer) goed op elkaar aan, wat consequenties kan hebben voor een effectieve behandeling van cliënten, patiënten en gedetineerden. Bovendien kan het schadelijk zijn voor het welzijn van de medewerker. Een groot verloop en uitval van medewerkers verhoogt de werkdruk voor achterblijvend personeel.

Een optimale aansluiting tussen medewerker en de werkomgeving, met optimale uitkomst voor cliënten en medewerker

Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de Person-Environment fit in (forensische) residentiële instellingen, waardoor het onduidelijk is welke processen ten grondslag liggen aan het structureel hoge arbeidsverzuim en hoge verloop. Dit onderzoek beoogt handvatten te geven voor het optimaliseren van de P-E fit en zo een bijdrage te leveren aan de verbetering van leef- en werkklimaat binnen deze instellingen. Daarnaast gaat Anna op zoek naar aanbevelingen voor onderwijs van toekomstig beroepsbeoefenaars, werving- en selectieprocedures van instellingen en de organisatiestructuur en -cultuur.

Studenten betrokken bij onderzoek in het werkveld

Het onderzoek wordt uitgevoerd bij verschillende instellingen waar (forensische) jeugd en volwassenen voor een bepaalde periode intern verblijven en worden behandeld. Studenten Sociaal Werk en Toegepaste Psychologie worden betrokken bij dataverzameling. De verkregen data kunnen zij gebruiken voor hun afstudeeronderzoek. Het interviewen van professionals kan ook bijdragen aan de beroepsoriëntatie. Het promotieonderzoek zal leiden tot kennis over factoren die het werken in (forensische) residentiële instellingen beïnvloeden en de impact van het werk op medewerkers. Hoewel niet alle studenten van de Faculteit Sociaal Werk en Toegepaste Psychologie in (semi)gesloten instellingen gaan werken, zullen de opbrengsten van het onderzoek ook relevant zijn voor andere studenten die gaan werken met cliënten met ingewikkelde gedragsproblemen. De wens is om opbrengsten van het onderzoek op verschillende plekken in de opleidingen te kunnen verwerken.