Peter de Heus Lectorale rede Onderzoeksmethoden en technieken

Lectorale rede Peter de Heus

Op donderdagmiddag 20 juni 2013 heeft dr. Peter de Heus zijn lectorale rede uitgesproken.

Donderdagmiddag 20 juni 2013 heeft dr. Peter de Heus zijn lectorale rede uitgesproken.

De groei van toegepast onderzoek en kritische geluiden vanuit de buitenwereld over het niveau van afstudeerscripties dwingen tot nadenken over onderzoeksvaardigheden op de hogeschool. Is toegepast onderzoek technisch eenvoudiger dan fundamenteel onderzoek, of juist niet? En als we willen dat hogeschoolstudenten hieraan deelnemen, welke vaardigheden op het gebied van onderzoek en statistiek hebben zij dan nodig? En wat voor eisen stelt dit aan hun begeleiders? Aan de hand van ervaringen bij de studie Toegepaste Psychologie heeft Peter enkele knelpunten rondom onderzoeksvaardigheden, hun oorzaken en mogelijke oplossingen besproken.

Onderzoeks- en statistiekvaardigheden op de hogeschool: mogelijkheden en moeilijkheden

Meer toegepast onderzoek en meer lectoren: het zijn belangrijke veranderingen in de afgelopen vijftien jaar op hogescholen. Lectoren komen (bijna allemaal) uit een toepassingsveld en worden verondersteld via toegepast onderzoek en praktijkgericht onderwijs de contacten met dat veld te versterken. Deze toegenomen aandacht voor toegepast onderzoek biedt nieuwe mogelijkheden, maar stelt ook nieuwe eisen aan staf en studenten van hogescholen, onder andere op het gebied van onderzoeksvaardigheden.

Vanuit een lectoraat zonder veld en zonder eigen toegepast onderzoek, maar met als belangrijkste opdracht onderzoeksvaardigheden bij staf en studenten van Toegepaste Psychologie te bevorderen, zullen de volgende punten worden belicht:

  1. Is toegepast onderzoek moeilijk? Men zou kunnen denken dat toegepast onderzoek "makkelijker" is dan fundamenteel onderzoek, maar dat is niet zo. Ook bij toegepast onderzoek willen we meestal causale conclusies trekken, maar omdat experimentele controle in het veld vaak problematisch is, rest ons in zulke gevallen alleen statistische "controle" (waarbij "controle" niet voor niets tussen aanhalingstekens staat). Jammer genoeg is statistische controle technisch lastig en kwetsbaar voor misleidende interpretaties, wat hoge eisen stelt aan de onderzoekers.
  2. Begeleiding van (toegepast) onderzoek. Begeleiding van studenten bij onderzoeksactiviteiten is doorgaans moeilijker voor docenten op de hogeschool dan op de universiteit (hoewel dat sterk van afdeling tot afdeling kan variëren). Omdat de meeste hogeschooldocenten primair geselecteerd zijn op kennis en vaardigheden behorend bij een beroepspraktijk, ontbreekt een gemeenschappelijke socialisatie tot onderzoeker, waardoor het moeilijker is dan op universiteiten om één lijn in eisen en beoordelingscriteria te handhaven. Daar zijn prima oplossingen voor, maar die stellen wel extra eisen aan bijscholing en onderling overleg.
  3. Wat moeten studenten kunnen? Diverse ontwikkelingen (meer toegepast onderzoek, Dublin-indicatoren, kritiek op hogescholen vanuit de buitenwereld) leiden tot de vraag welke onderzoeksvaardigheden studenten nu eigenlijk nodig hebben. Aan de hand van enkele (voorgenomen) veranderingen in de studie Toegepaste Psychologie hoop ik de mogelijkheden hierbij te laten zien.

Je kunt hier de  lectorale rede Onderzoeks- en statistiekvaardigheden van dr. Peter de Heus bekijken.