Hogeschool Leiden

Van weten naar doen

Leren omgaan met aanvaardbaar risico bij het gebruik van de buitenruimte in de kinderopvang

De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in groene kinderdagopvang. Toch blijft er een duidelijk verschil in het handelen van pedagogisch medewerkers binnen in vergelijking tot buiten. Pedagogisch medewerkers nemen binnen een actieve, stimulerende en ontwikkelingsgerichte rol aan. Die rol verandert buiten in een meer passieve, toezichthoudende rol.

Belemmerende factoren

Kinderopvangorganisaties benoemen een aantal belemmerende factoren om naar buiten te gaan. Er spelen zorgen rondom risico's of medewerkers hebben zelf weinig inspirerende buitenervaringen. Er is ook onzekerheid in de communicatie met derden (zoals met ouders en de GGD) over de pedagogische waarde van de buitenruimte voor de ontwikkeling van jonge kinderen.

Van weten naar doen

Vanuit de gedachte om positief bij te dragen aan het gebruik van de buitenruimte heeft het lectoraat samen met Kober en Korein, twee kinderopvangorganisaties, het IVN (Instituut voor Natuurbevordering) en Ecologische pedagogiek van de Hogeschool Utrecht een samenwerkingsproject opgezet. 

Het onderzoek richt zich op de vraag hoe het samenwerken van pedagogisch medewerkers met ‘natuurexperts’, IVN vrijwilligers met hart voor en kennis van natuur, het pedagogisch handelen in de buitenruimte beïnvloedt. Meer in het bijzonder richt het onderzoek zich op:

  • hoe en hoe vaak de buitenruimte wordt gebruikt;
  • welke factoren voor pedagogisch medewerkers motiverend of juist belemmerend werken;
  • welke exploratieruimte kinderen buiten krijgen, inclusief de risico’s die zij mogen nemen;
  • hoe de communicatie over de buitenruimte naar derden verloopt.

Vanuit de regeling Raak Publiek van de Stichting Innovatie Alliantie is hiervoor subsidie verkregen. Het project is begin januari 2015 van start gegaan en heeft een looptijd van twee jaar.

Samen werken

Het project werkt met een ‘community of practice’ waarin gezamenlijk aan een verandering wordt gewerkt. Het onderzoek focust zich, naast de verandering van het gedrag van de pedagogisch medewerkers, op de vraag of deze wijze van werken een basis legt voor een duurzame samenwerking en of dit model als basis kan dienen voor het uitbreiden van de samenwerking van kinderdagverblijven met IVN vrijwilligers.

Na een vol jaar van samenwerking achter de rug te hebben zijn de eerste geluiden van de kinderdagverblijven en de vrijwilligers erg positief. Vrijwilligers en pedagogisch medewerkers hebben samen voor de kinderen modderpoelen gemaakt, slakken bestudeerd, plantjes geplant, blotevoetenpaden aangelegd en veel meer. De samenwerking wordt als verrijkend ervaren en de pedagogische medewerkers geven aan anders naar het gebruik van de buitenruimte te kijken.