Hogeschool Leiden

Onderzoeksopzet

Dat natuurbeleving goed is voor de motoriek en concentratie voor jonge kinderen, is bekend. Maar in hoeverre is natuur van belang voor taalontwikkeling? Met het onderzoek Hoofd, schouders, knie en TAAL wil het lectoraat Natuur en Ontwikkeling hier een duidelijk beeld van krijgen. Het onderzoek bestaat uit twee trajecten: een exploratieve interventiestudie en een praktijkgericht actieonderzoek.

Onderzoekstraject 1: exploratieve interventiestudie

Het eerste onderzoekstraject is een exploratieve interventiestudie (looptijd: januari 2018 tot april 2019). Hierin worden in drie verschillende omgevingen de taaluitingen vergeleken die het handelen en ervaren begeleiden tijdens kindeigen activiteiten. De verwachting is dat het spelen in een groene buitenomgeving leidt tot een grotere diversiteit aan (sensomotorische) ervaringen en daarmee ook tot andere taaluitingen die het handelen en ervaren begeleiden.

Wie nemen deel aan de interventiestudie?

Aan het eerste traject doen 4 basisscholen met het onderzoek mee. Ieder van de deelnemende basisscholen biedt een voorschool (VVE) aan, in samenwerking met de peuterspeelzaal en/of kinderopvang. Op deze voorschool krijgen kinderen op een speelse manier extra les in de Nederlandse taal en is er aandacht voor opvoedingsondersteuning aan de ouders. In totaal nemen 250 leerlingen (van de voorscholen en de groepen 1 en 2), 16 pedagogisch medewerkers, 16 leerkrachten en 8 directieleden deel aan de exploratieve interventiestudie. Daarnaast worden er ook ouders bij het onderzoek betrokken.

Hoe is de interventiestudie opgebouwd?

Het eerste onderzoekstraject is verdeeld in twee fases. Hierdoor is het mogelijk om in de eerste fase nader te onderzoeken of er verschillen in taalgebruik waarneembaar zijn en wat die verschillen inhouden. Van daaruit kunnen er vervolgens hypotheses worden opgesteld die in fase 2 getoetst worden.

Per fase zijn er 4 scholen (met de bijbehorende voorschool) geselecteerd. De scholen hebben allemaal toegang tot een natuurrijke speelomgeving in de buurt van de school.

Tijdens de eerste fase van de interventiestudie spelen de twee groepen kinderen in verschillende speelomgevingen. Er zijn drie meetmomenten (om de twee weken waarin steeds in een andere soort omgeving wordt gespeeld. Hierbij worden geluidsopnamen en observaties van de spelende kinderen verzameld. Na afloop vinden er kleine ‘spontane’ gesprekken plaats met de kinderen over het buitenspeelmoment. Het doel hiervan is om inzicht te verwerven in welke ervaringen en belevingen betekenisvol zijn voor het kind.

De observatiegegevens worden zowel verzameld door onderzoekers als leerkrachten (in opleiding). Op deze manier leren de leerkrachten zelf relaties te zien tussen kindeigen activiteiten, ervaringen, conceptontwikkeling en de daarbij horende taaluitingen. 

"Taal heb je niet alleen om de wereld om je heen te kunnen benoemen. Door taal krijgt een kind ook grip op de wereld."

Jannette Prins

Onderzoekstraject 2: praktijkgericht actieonderzoek

Het tweede traject is een collaborative action research, een onderzoeksmodel gericht op de synergie van theorie- en praktijkontwikkeling. Professionals in het voor- vroegschoolse onderwijs (in opleiding) ontwerpen een visie op krachtig taalonderwijs waarin de kindeigen activiteiten en de daaraan gerelateerde ervaringen kunnen leiden tot het vergroten van de taalvaardigheid.

Wie nemen deel aan het actieonderzoek?

Aan het tweede traject doen er 4 basisscholen (met de bijbehorende voorschool) mee. 

Hoe is het actieonderzoek opgebouwd?

Het model dat aan het traject ten grondslag ligt, is ontworpen binnen het onderzoekstraject De ‘leer’kracht van groene schoolpleinen. Dit model is gericht op het versterken van de eigen handelingskracht van de professional. Conform dit model verricht het onderzoeksteam eerst een vooronderzoek. Hierna doorloopt het onderzoeksteam een innovatiecyclus met de 4 schoolteams. Deze cyclus bevat de volgende bouwstenen bevat: evaluatie, inspiratie en actie. Elke school doorloopt de cyclus 2 keer gedurende 2 jaar. Iedere cyclus bestaat uit 4 bijeenkomsten én uit de activiteiten die de professionals zelf ondernemen (in de perioden tussen de bijeenkomsten) om tot innovatie te komen.

Meer weten?

Wil je meer informatie over de onderzoeksopzet of heb je vragen op het gebied van taalontwikkeling van het jonge kind, neem dan contact op met Jannette Prins, j.prins@thomasmorehs.nl.

Bekijk overzichtspagina Hoofd, schouders, knie en TAAL

Spelen met bergen van blaadjes in het park