Leraar basisonderwijs kleine tafel

Pedagogisch Meesterschap

“Na de vakantie werden we verrast met een wijziging van onze instructie: in ‘t vervolg moeten we van onze klas een ‘register’ bijhouden, waarin van week tot week wordt aangetekend wat we behandelen en hoe de vorderingen der leerlingen zijn…….Maar ik vind het toch een geluk dat ons onderwijs niet afhangt van zulke controle. Stel je eens voor dat we geen andere reden hadden om met onze klassen te doen wat we doen – en geen andere reden dan dat we ‘t in een schrift moeten zetten… Wat hebben onze kinderen aan ons werk dat op papier staat? Op papier kan alles – op papier ga je desnoods in de vakantie gemoedelijk door met les, op papier kun je verslag doen van nooit gegeven onderwijs. Maar onze kinderen zullen ‘t moeten hebben van het wel gegeven onderwijs.”

Uit: Theo Thijssen, De gelukkige klas, 1926

In 1926 verwoordde Theo Thijssen al wat ons ook nu nog bezighoudt in onderwijsland. In het onderwijs is het niet het primaire doel om te beoordelen of kinderen, leerlingen of studenten onder of boven de maat zijn, maar om ruimte te maken voor persoonlijke (professionele) groei.

Conceptscholen, zoals vrijescholen en andere vernieuwingsscholen hebben een pedagogische visie en werken met een bijzonder curriculum, waarin kennis en kunde door kinderen van binnenuit ontwikkeld kan worden. Die scholen zoeken daarbij naar een vorm van evalueren en verantwoorden op basis van een verantwoordingscultuur van ‘high trust’.

De uitgangspunten, die in 1996 door de UNESCO zijn geformuleerd als de vier pijlers van goed onderwijs, voor alle kinderen over de hele wereld zijn: leren weten, leren doen, leren samenleven en leren zijn. Die pijlers worden zeker door alle conceptscholen en door vernieuwingsscholen in Nederland, waar bewust gewerkt wordt aan brede talentontwikkeling en het meegeven van gereedschap voor de toekomst, als basis voor goed onderwijs en goede onderwijsontwerpen gebruikt.

Tri-band Verantwoorden is het instrument dat is ontwikkeld om verantwoording te kunnen afleggen over de opbrengst van het onderwijs, het weten, doen, samenleven en zijn van kinderen. De kwaliteit van het concept en het bijbehorende onderwijs willen we in de school kunnen verantwoorden op alle lagen die het onderwijs kent. Die van de leerling, de school en het Openbaar Bestuur (inspectie).

Het gebruik van een pedagogisch evaluatieprogramma met verschillende assessmentvormen en toetsen, die zowel het persoonlijk leerproces als het resultaat in beeld brengen, is daarbij onontbeerlijk.

In samenwerking met verschillende kenniscentra en landelijke verenigingen is het programma Pedagogisch Meesterschap door Annemieke Zwart (Quartz, onderwijsontwikkeling en scholing) ontwikkeld, om het perspectief van de leraar uit te diepen en aan te vullen met een aantal begrippen en aanpakken die vorm geven aan een visie op evalueren en verantwoorden. Uitgangspunt is de persoonlijke leerroute van ieder kind en de vormgeving van het evaluatieprogramma. Hoe laat je met feiten zien wat een kind weet, kan, voelt en is?

Trajecten

Het programma Pedagogisch Meesterschap kent drie trajecten, namelijk de Masterclass Pedagogisch Meesterschap voor leerkrachten, de Teamscholing Pedagogisch Meesterschap voor schoolteams en de Collegereeks Beleid Pedagogisch Meesterschap voor schoolleiders en intern begeleiders.

Voor het programma Pedagogisch Meesterschap is Professionele Groei het uitgangspunt. Daarbij gelden dezelfde aanbevelingen uit het rapport van de UNESCO voor het onderwijs van de 21ste eeuw Learning: the treasure within. Leren weten, leren doen, leren samenleven en leren zijn vormen voor ons allemaal belangrijke pijlers van toekomstgerichte ontwikkeling. De drie trajecten van het programma Pedagogisch Meesterschap zijn opgebouwd aan de hand van deze vier pijlers.