Hogeschool Leiden

LVB-congres 15 september 2015

Op 15 september 2015 werd in Zwolle het zesde Jaarcongres LVB georganiseerd. Centrale thema’s dit jaar waren gedragsproblemen, verslaving en criminaliteit onder jongeren met een Licht Verstandelijke Beperking (LVB).

Het was een goedbezochte dag met lezingen, workshops en ontmoetingen met het werkveld. Lector Peer van der Helm (Lectoraat Residentiële jeugdzorg, Expertisecentrum Jeugd) was dagvoorzitter en opende met een sprekend praktijkvoorbeeld.

Een meisje met een LVB binnen een residentiële instelling kon niet naar haar les Groen omdat meester Mark die dag afwezig is. Zij kon de situatie niet overzien, denkt dat ze gestraft wordt en daarom niet naar de klas mag. Ze raakt in paniek en wordt uiteindelijk agressief.

‘Mensen met een LVB zijn gestrand zijn in het heden en overzien daardoor niet wat er morgen gaat gebeuren of wat de gevolgen van hun gedrag zullen zijn.’ aldus Van der Helm. Dit vraagt veel van de professionals die met jongeren met een LVB werken, omdat zij de wereld voor deze doelgroep begrijpelijk en overzichtelijk moeten maken. Juist om docenten niet alleen didactisch sterker te maken, maar ook op pedagogisch gebied, is het project Meester in de Klas gestart om VSO-scholen te kunnen ondersteunen.

Verslaving bij LVB’ers

Reinout Wiers (hoogleraar ontwikkelings-psychopathologie, Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen Universiteit van Amsterdam) ging in zijn bijdrage in op twee soorten processen die bepalen of iemand wel of niet middelen gebruikt of zelfs verslaafd raakt. Aan de ene kant de impulsiviteit (automatische processen) die graag middelen wil gebruiken, aan de andere kant de reflectieve, rationele processen die de impulsieve behoeftes kunnen afremmen. Bij een verslaving nemen de automatische processen de overhand.

De ruiter en het paard

Wiers schetst de metafoor van een ruiter en een paard. Bij een LVB’er is de ruiter relatief zwak (lage executieve functies) en slaat het paard makkelijk op hol (impulsiviteit). Het is erg lastig om de ruiter dan te verbeteren. Wiers toonde aan dat onderzoeken die zich richten op het temmen van het paard, positieve resultaten geven. Dit kan bijvoorbeeld door aandachtstraining (waarbij de aandacht wordt ‘weggetraind’ van de stimulus alcohol) of door actie-tendenstraining (waarbij de verslaafde leert om afstand te nemen van de stimulus alcohol), waardoor er minder automatische positieve associaties met alcohol ontstaan, als aanvulling op de standaard cognitieve gedragstherapie.

Effectiviteit van behandeling

Robert Didden (bijzonder hoogleraar ‘Intellectual Disabilities, Learning and Behaviour’, Behavioural Science Institute en Vakgroep Orthopedagogiek Radboud Universiteit Nijmegen; GZ-psycholoog, Trajectum) nam ons mee in de effectief bewezen behandelingen voor mensen met een LVB. Er wordt van de instellingen verwacht dat ze kunnen aantonen dat hun behandeling effectief is; anders koopt het Ministerie hun behandeling niet in. Sommigen menen dat er voor LVB weinig effectieve behandelingen bestaan, maar Robert Didden was hier positiever over: behandeling bij LVB’ers kost veel tijd (tenminste drie jaar) en het is belangrijk dat de behandeling integraal is, waarbij een veilige positieve leef- en leeromgeving cruciaal is. Alleen dan is het mogelijk om vooruitgang te boeken.

Straatjongens en wilde paarden

Jan-Dirk de Jong (lector Aanpak Jeugdcriminaliteit, Hogeschool Leiden, Expertisecentrum Jeugd) vertelde over zijn ervaringen met de jongens van de straat in Amsterdam-West, of – in analogie met Wiers - de “wilde paarden”. Maar, stelt De Jong, eigenlijk is dit een hele normale groep bijzondere mensen die alleen maar ergens bij willen horen en gezien willen worden. Rolmodellen (“passionados”) zijn voor deze jongens erg belangrijk waarbij ze succeservaringen opdoen en, door middel van herhaling, nieuwe vaardigheden kunnen aanleren.

Workshops

Peer van der Helm verzorgde met Jacqueline van der Linden (trajectcoach Schakenbosch) en Marjorie Beld (docent en onderzoeker Windesheim) een workshop over lastige, complexe casussen waar instellingen mee kunnen worstelen. Bij deze jongeren is vaak al vroeg op meerdere levensgebieden iets misgelopen waardoor er inmiddels een opeenstapeling van problematieken is. Waar moet je dan beginnen? En is het eigenlijk wel op te lossen? Ook hier werd het belang van een integrale benadering onderstreept, maar ook de afhankelijkheid (en beperkingen) van netwerk en de gemeente werd aangestipt.

Marjorie Beld verzorgde een workshop samen met Sanne Pronk en Esmé van der Ley (beide medewerkers van School2Care, Altra). Ze gingen in op hun methodiek waarin zorg, onderwijs en vrijetijdsbesteding geïntegreerd worden in een 8-tot-8 programma. Dit kan voorkomen dat jongeren in een residentiele instelling moeten worden geplaatst. Reacties uit de zaal waren positief en er werd ook gevraagd om uitbreiding zodat ook jongeren buiten Amsterdam hier gebruik van konden maken.

Multi Systeem Theorie als alternatief voor uithuisplaatsing

Katrien de Vuyst (supervisor MST - Prisma) had een hoopgevende boodschap in haar workshop over de behandeling van LVB-jongeren met ernstige gedragsproblemen. In plaats van uithuisplaatsing is het mogelijk voor kinderrechters om jongeren en hun ouders MST (Multi Systeem Theorie) op te leggen. Daarnaast kan uithuisplaatsing ook vroegtijdig worden onderbroken op voorwaarde van deelname aan MST. Het doel is dan ook om uithuisplaatsing te voorkomen, door in zes maanden heel intensief met gezinnen en alle andere systemen om de jongere heen veranderingen teweeg te brengen.

Ter illustratie: een MST-therapeut werkt fulltime en heeft maximaal vier gezinnen als caseload. Hoewel een behandeling van zes maanden 14.000 euro kost, is gebleken dat er bij 90% van de jongeren daadwerkelijk succes wordt geboekt (politiecontacten zijn aanzienlijk afgenomen of uitgebleven, succesvolle dagbesteding of schoolgang opgestart, ouders laten meer opvoedkundige vaardigheden zien, en minder antisociaal gedrag bij de jongere).

Doe mee aan de pilot

Prisma werkt samen met De Koraalgroep en De Viersprong aan een officiële adaptatie van het MST naar een variant voor jongeren met een LVB (met veelal ook ouders met een LVB). De zaal werd opgeroepen om na te gaan of er op andere plekken in het land dan Brabant instellingen deel willen nemen aan de pilot, opdat er meer gezinnen geholpen kunnen worden en onderzoek naar de effectiviteit kan worden uitgebreid.

Sophie de Valk