Studenten Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn aan het werk

Opbouw studie

De lerarenopleiding kenmerkt zich door activerend onderwijs waarbij de beroepspraktijk centraal staat. Met actieve werkcolleges maak je je samen met medestudenten de lesstof eigen. Er is een directe koppeling met praktijksituaties uit je stage. Al vroeg in de opleiding ga je dan ook aan de slag in de beroepspraktijk. Zo leer je alle voorkomende taken van een leraar zelfstandig uit te voeren. De kennis en kunde vanuit de modules op school neem je mee naar je stage en vice versa.

Het eerste jaar: docent in beroepspraktijk

Het eerste halfjaar volg je lessen en maak je opdrachten ter oriëntatie op het beroep van docent. Hierbij oriënteer je je op het onderwijs, de onderwijsinstelling en de leerlingen van je stageschool. Zo verdiep je je in de beroepspraktijk. Ook breng je je eigen onderwijstalenten in kaart. Je leert onder andere hoe je leerlingen moet begeleiden, de talenten van leerlingen kan vergroten, je een veilig leerklimaat schept en hoe je je goed voorbereidt op het geven van lessen. Daarnaast volg je vakinhoudelijke modules, zodat je de lessen op je stage ook inhoudelijk diepgang kan geven.

Bindend studieadvies

Aan het eind van het eerste jaar krijg je een studieadvies. Het wordt een bindend studieadvies, wanneer je minder dan 40 van de 60 studiepunten hebt behaald. Je mag deze opleiding aan Hogeschool Leiden dan niet voortzetten.

Het tweede jaar: verdieping van docentschap

In het tweede jaar leer je hoe je om kan gaan met verschillen in de klas en hoe je je lessen hierop kunt afstemmen. Aan het eind van het tweede jaar ben je in staat om onderwijs te ontwikkelen dat aansluit bij de verschillende behoeftes van leerlingen. Daarbij laat je zien dat je activerende werkvormen inzet die aansluiten bij het doel van de les.

Het derde jaar: eigen kleur en keuze

Het derde jaar ga je je specialiseren in een bepaald aspect van het docentschap, zoals coaching, ict-toepassingen in het onderwijs of passend onderwijs. In deze fase is er ook ruimte om je eigen creativiteit en innovatietalent te ontwikkelen. Als aanvulling van je major volg je in het derde jaar ook een minor naar keuze, aansluitend bij het beroepsprofiel van de docent Omgangskunde.

Het vierde jaar: afstudeerfase

Het vierde jaar is gericht op het afstuderen. Je loopt een stage in het mbo of in het vmbo en laat zo zien dat je een startbekwame docent bent. Verder werk je als afsluiting van de opleiding aan een beroepsproduct waarin je je competenties als docent laat zien.

Combineren werk en studie

Je kunt jouw baan bij een onderwijsinstelling gebruiken als leerwerkplek (stage), als de werkzaamheden gericht zijn op het lesgeven en begeleiden van leerlingen en/of stagiaires. Als je nog niet over een relevante werkplek beschikt, regel je zelf een stageplaats. In de meeste gevallen biedt een stage of werkplek bij een onderwijsinstelling, die het vak op de lessentabel heeft staan, de meeste mogelijkheden om de benodigde beroepscompetenties te ontwikkelen.