Opleiding tot fysiotherapeut

Hoofdfase opleiding tot Fysiotherapeut

Na het behalen van je propedeuse begint de hoofdfase. Je werkt steeds zelfstandiger en leert meer verantwoordelijkheid te nemen. Je buigt je opnieuw over diverse thema's en ook nu weer zijn de werkvormen afgestemd op de beroepsrollen en de daaruit voortvloeiende taken. Regelmatig staan pakkende en interessante cases centraal. Kennis en vaardigheden worden verdiept en uitgebreid. In deze fase oefen je ook op simulatiepatiënten. Je loopt stages, verricht een praktijkgericht onderzoek en volgt een minor naar keuze.

Bekijk het overzicht met de opbouw van de periodes ( pdf, 67 KB )

Minor

Tijdens het derde of vierde studiejaarstudiejaar kies je een minor van 30 studiepunten. Met die minor geef je een eigen inkleuring aan je competenties en je persoonlijke beroepsprofiel. Je kunt kiezen uit verschillende soorten minoren (verdiepend of verbredend). Je kiest bijvoorbeeld voor een minor van de opleiding tot Fysiotherapeut zelf, maar het is ook mogelijk om een minor te volgen bij een andere opleiding of onderwijsinstelling. Dat kan in Nederland zijn of in het buitenland. Daarbij is het van belang dat de minor ook echt relevantie heeft voor de uitoefening van jouw toekomstige beroep als fysiotherapeut. Je bespreekt jouw keuze voor een minor met je studieloopbaanbegeleider.

Praktijkgericht onderzoek

Onderzoek is van belang voor de ontwikkeling van het beroep. Er worden steeds nieuwe feiten over ziekten ontdekt en collega’s beschrijven de effecten van behandelingen. Het is daarom belangrijk dat je jezelf continue blijft bijscholen. Tijdens je studie leer je hoe je wetenschappelijke literatuur opzoekt, leest en interpreteert. Je verricht ook zelfstandig onderzoek. Aan de hand van een praktijkgericht probleem ga je op zoek naar een wetenschappelijke onderbouwing. Je doorloopt alle fasen van het onderzoek.