Opleiding tot fysiotherapeut

Praktijkgericht leren

Om je zo goed mogelijk voor te bereiden op het werk als fysiotherapeut leer je tijdens de opleiding problemen op te lossen die voorkomen in het toekomstige werkveld. Je krijgt trainingen in communicatieve vaardigheden, je volgt colleges en je krijgt veel vaardigheidslessen. Bij sommige vaardigheidslessen werk je met simulatiepatiënten. Zij spelen de rol van een echte patiënt met een bepaalde aandoening en hulpvraag. Je probeert aan de hand van vragen over hun klachten erachter te komen wat die patiënt mankeert en hoe jij daarop kunt inspelen. De simulatiepatiënten geven je na afloop een terugkoppeling van jouw aanpak.

Stages

Tijdens je hele studie doe je ervaring op in de praktijk via verschillende stages. In het eerste jaar loop je drie korte stages. Het tweede jaar loop je tweemaal een periode van tien weken stage, één dag per week. Tijdens het derde en vierde jaar loop je twee lange stages van drie dagen per week. Daarin ga je echt aan de slag in de praktijk. De stage in de eerstelijnspraktijk vindt plaats in de fysiotherapeutische praktijk ergens in een wijk. De stage in de tweede- en derdelijns vindt plaats in een ziekenhuis, een revalidatiekliniek of andere instelling. Tijdens de stage werk je aan de hand van verdiepingsopdrachten aan de competentie ondernemen en ondernemend vermogen. Natuurlijk kom je geregeld terug naar de opleiding voor studieactiviteiten.

Praktijkgericht onderzoek

Ontwikkelingen in de gezondheidszorg gaan snel. Dat vraagt een grote mate van nieuwsgierigheid van een fysiotherapeut. Wetenschappers ontdekken nieuwe feiten over ziekten en collega-fysiotherapeuten beschrijven de effecten van een nieuwe behandeling bij een aandoening. Je moet je zelfstandig blijven bijscholen. Tijdens de opleiding leer je hoe je toegang krijgt tot de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke artikelen leert te interpreteren. In een onderzoeksgroep met nog drie medestudenten ga je aan de slag met een probleem uit de praktijk. Aan de hand van een wetenschappelijke onderbouwing zoek je een oplossing voor het probleem. Je doorloopt alle fasen van het onderzoek en komt tot een conclusie en een aanbeveling voor de praktijk. Je werkt onder begeleiding van een researchdocent, maar je bent heel zelfstandig met je onderzoeksgroep bezig.