Kernwaarden Hogeschool Leiden

Wat motiveert jongeren in jeugdgevangenissen?

Jesse Roest heeft onderzoek gedaan naar de motivatie voor de behandeling van jongeren met gedragsproblemen en de werkverbinding tussen hulpverlener en die jongere.

De resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift Child and Adolescent Social Work.

Hoe weten we wat werkt?

De therapeutische alliantie (werkalliantie) tussen en de motivatie voor behandeling worden gezien als belangrijke voorwaarden voor de behandeling van jongeren met gedragsproblemen. Er is nog weinig empirisch bewijs voor hoe deze factoren elkaar beïnvloeden tijdens de behandeling. Met het onderzoek van Jesse Roest worden hierin de eerste stappen gezet. In deze studie zijn bij 176 adolescenten op drie meetmomenten (na 3, 6 en 9 maanden) in verschillende jeugdzorginstellingen vragenlijsten afgenomen over alliantie en behandelmotivatie.

Sterke alliantie tussen hulpverlener en jongere verstevigt motivatie

Uit de resultaten kwam naar voren dat jongeren die in vrijwillig kader onder behandeling waren, hogere scores lieten zien op zowel alliantie als motivatie in vergelijking met jongeren in gesloten instellingen en jeugdgevangenissen. Daarnaast bleek dat de sterkte van de alliantie na 3 maanden voorspellend is voor de mate van behandelmotivatie na 6 maanden, en de sterkte van de alliantie na 6 maanden voorspellend is voor behandelmotivatie na 9 maanden. Echter, de mate van behandelmotivatie na 3 en 6 maanden bleek niet voorspellend te zijn voor de alliantie op latere meetmomenten. 

Een belangrijke implicatie voor de jeugdzorgpraktijk is dat het van belang is om te investeren in een sterke alliantie tussen hulpverlener en jongere, zeker in het beginstadium van behandeling, omdat dit van invloed kan zijn op de behandelmotivatie. Het artikel in Child and Adolescent Social Work Journal gaat in op literatuur uit het Sociaal Werk domein en biedt handvatten voor de wijze waarop een alliantie met deze moeilijke doelgroep tot stand kan worden gebracht.