Hogeschool Leiden

Leefklimaatonderzoek in Estland - vervolg

Lector Peer van der Helm en docent-onderzoekers Veronique van Miert en Anna Dekker in Estland geweest in het kader van leefklimaatonderzoek. Het ging om het ter plaatse toelichten van de onderzoeksresultaten van hun bezoek vorig jaar.

Van 30 januari tot en met 2 februari zijn lector Peer van der Helm en docent-onderzoekers Veronique van Miert en Anna Dekker in Estland geweest in het kader van leefklimaatonderzoek. In oktober 2016 is er in drie jeugdzorginstellingen en verschillende afdelingen van drie gevangenissen leefklimaatonderzoek uitgevoerd. Lees meer over dit voorgaande bezoek aan Estland 

Het bezoek in februari stond in het teken van het terugkoppelen van de resultaten aan directie, stafleden en jongeren / gevangenen en het bespreken van de huidige situatie. De meting van oktober jl. was de derde meting op rij; sinds 2015 helpt het lectoraat op uitnodiging van het Estse ministerie van Justitie bij het verbeteren van het leefklimaat.

Verbeteringen zijn zichtbaar maar nog niet genoeg

In de drie gevangenissen doen we onderzoek op drie verschillende afdelingen, namelijk een voor meisjes en vrouwen, een voor mannen met een verslavingsachtergrond en een voor jongens tussen de 12-23 jaar. Uit de resultaten van het onderzoek bleek dat er nog flinke stappen te maken zijn in het verbeteren van het leefklimaat, ondanks dat er hier en daar kleine verbeteringen zichtbaar zijn. Net als in Nederland zien we vooral tussen units binnen specifieke afdelingen verschillen in het ervaren leefklimaat. In alle drie de gevangenissen was er minstens één unit binnen de onderzochte afdeling waar sprake was van een open leefklimaat. Dit betekent dat binnen de gevangenis mogelijkheden zijn om van elkaar te leren, door na te gaan waar de verschillen in het ervaren leefklimaat vandaan komen. Net als bij de vorige bezoeken zijn we overal met open armen ontvangen.

Personeelstekort remt verbetering

Tijdens de gesprekken met stafleden en gevangenen bleek dat er naar aanleiding van de vorige bezoeken wel positieve veranderingen zijn ingezet als het gaat om de geboden ondersteuning van de medewerkers, het verbeteren van de atmosfeer en het herzien van geldende regels. De omstandigheden maken dit echter niet gemakkelijk; verschillende gevangenissen kampen met ernstig personeelstekort en een gevangenis is gehuisvest in een erg verouderd gebouw. Toch is het bewonderingswaardig dat men binnen de grenzen van de mogelijkheden op zoek gaat naar manieren om het leefklimaat voor de gevangenen te verbeteren. Dit is niet alleen belangrijk voor de kwaliteit van leven en behandeluitkomsten van de gevangenen, maar ook voor het werkklimaat van de stafleden.

Van het ‘waarom’ naar het ‘hoe’

We merken dat de gesprekken met stafleden veranderen; steeds meer gaan gesprekken over hoe er welke veranderingen ingezet kunnen worden, in plaats van waarom veranderingen nodig zijn. Dit zien we vooral terug in de jeugdzorginstellingen, waar het leefklimaat gedurende de onderzoeksactiviteiten duidelijk is verbeterd. In een enkele instelling wordt er zelfs een beter leefklimaat ervaren dan de Nederlandse referentiegroep! In deze instelling hoorden we dan ook terug dat er nu een uitdaging zit in het borgen van de pedagogische visie en dito aanpak door alle teamleden. Dit wordt wel bemoeilijkt doordat teamleden vaak ook letterlijk niet dezelfde taal spreken; een deel spreekt alleen Estisch of alleen Russisch. Ook voor de kinderen is dit lastig, omdat ook zij niet goed met elkaar kunnen communiceren. In de jeugdzorginstellingen is het bevorderen van een positieve groepsdynamiek dan ook een aandachtspunt. Daarnaast is ook hier het consistent toepassen van de dezelfde regels een blijvend aandachtspunt.

In de verschillende gesprekken met gevangenen en jongeren hebben we gesproken over de resultaten van de meting van oktober, maar vooral over hoe zij het leefklimaat nu ervaren. Het meest interessant waren de antwoorden op de wonder-vraag; wat zou je doen als je de directeur van de instelling was? Opvallend is dat de kinderen, jongeren en volwassenen allemaal graag willen leren en het zo ‘normaal mogelijk’ willen hebben tijdens het verblijf. Dit is ook wat we bespraken met de stafleden; vergeet nooit dat het voor hun voor ene lange periode hun ‘thuis’ is.

Op woensdag hebben we een gesprek gehad met de Prison Service, vergelijkbaar met Dienst Justitiële Instellingen van Nederland. Hier heeft Peer op basis van wetenschappelijke kennis gepresenteerd waarom een open leefklimaat en goede leefomstandigheden belangrijk zijn voor het gevangeniswezen. Op de laatste dag van ons verblijf is Peer geïnterviewd door een journalist van een lokale krant die gratis verkrijgbaar is en dus door veel mensen wordt gelezen. Het interview ging over de verbetering van het leefklimaat die te zien is in de jeugdzorginstellingen. Verbeteringen als gevolg van door hun zelf gemaakte veranderingen. De journalist was erg verheugd te horen dat er positief nieuws te melden was over deze instellingen.

Kennisoverdracht over de grens

Als afsluiting van het verblijf hebben Peer van der Helm en Veronique van Miert een college verzorgd aan de Estonian Academy for Security Sciences. In oktober hebben zij ook een goed ontvangen presentatie gegeven, waardoor zij nogmaals waren uitgenodigd. In de zaal zaten toekomstige agenten, gevangenismedewerkers en andere geïnteresseerden. De presentatie van Peer ging in op licht verstandelijke beperking. Veronique heeft een presentatie gegeven over haar promotieonderzoek naar professioneel handelen in hoog risico werkomgevingen. De presentaties zijn met veel enthousiasme ontvangen. Er wordt nagedacht en gekeken naar mogelijkheden voor nog meer kennisuitwisseling tussen met de academie.