Kernwaarden Hogeschool Leiden

Drie kersverse lectoren Jeugd

Het afgelopen jaar zijn er drie lectoren bij het Expertisecentrum Jeugd gekomen: Anne Krabbendam, Aziza Mayo en Jan Dirk de Jong.

Lector Social Work in de Kinder- en Jeugdpsychiatrie

Sinds 1 oktober is drs. Anne Krabbendam als lector Social Work in de Kinder- en Jeugdpsychiatrie verbonden aan de hogeschool. Vanuit haar expertise als kinder- en jeugdpsychiater bij Curium-LUMC hoopt ze een waardevolle bijdrage te kunnen leveren aan het curriculum.

Het kan heel verrijkend zijn om uit je comfortzone te komen

Anne Krabbendam

Lector Waarde(n) van Vrijeschoolonderwijs

In april 2014 is Aziza Mayo gestart als lector Waarde(n) van Vrijeschoolonderwijs met als onderzoeksopdracht het blootleggen van de onderliggende waarden en de opbrengsten van het vrijeschoolonderwijs.

Wat is goed onderwijs? En hoe geef je daar vorm aan? Een antwoord op deze vragen is alleen mogelijk als je een visie hebt op wat je met onderwijs beoogt. Helder is dat onderwijs een duidelijke functie heeft in de ontwikkeling van kinderen: niet alleen in het bijbrengen van kennis, maar ook in de ontwikkeling van sociale vaardigheden en in de persoonsvorming. Juist wat dat laatste betreft is het Vrijeschoolonderwijs voorloper: daarin vormt de persoonsvorming het uitgangspunt.

Aziza Mayo

Lector ‘Aanpak jeugdcriminaliteit in buurt en wijk’

Jan Dirk de Jong is sinds 1 oktober lector ‘Aanpak jeugdcriminaliteit in buurt en wijk’.

Ik hoop over vijf jaar geen werk meer te hebben

Jan Dirk de Jong

‘Ik ben een echte praktijkonderzoeker. Ik heb vanaf 1998 een reputatie in kwetsbare buurten opgebouwd die ik nog altijd bewaak. Problematische jeugdgroepen zijn als paddenstoelen. Zolang je de bodem niet opschoont, zullen ze blijven opkomen. Daarom moeten alle leefgebieden en factoren in een probleemwijk worden bekeken om je een integraal beeld te kunnen vormen van het onderliggende probleem. Het is mijn ambitie om vele studenten op te leiden die dat, op hun eigen wijze, kunnen aanpakken.’

‘Soms ontbreekt bij professionals het inzicht dat die jongens vooral gezien willen worden. Daar spelen die zogenaamde jeugdbendes en Syriëgroeperingen slim op in. Zij drukken op de juiste knopjes, terwijl wij, met al ons geld en expertise, daar lang niet altijd in slagen. We hebben daarom ook pro-sociale rolmodellen nodig. Dit zijn mensen met aanzien in de gemeenschap die hun status eerlijk hebben verdiend en die jongeren het gevoel geven: ik zie jou staan, ik laat niet gebeuren dat je voor galg en rad opgroeit. Kinderen met een laag IQ noemen dat: boosheid met liefde. Helaas botert het niet altijd tussen de informele rolmodellen en de formele partijen. Ik ben op zoek naar manieren om die twee werelden duurzaam met elkaar te verenigen.'

'Mijn ambitie? Dat over vijf jaar het ministerie belt en zegt: dank voor al die leuke onderzoeken, maar iedereen zit op school, de gevangenis is leeg. Dan sta ik met een dikke ‘smile’ weer achter de bar, dan heb ik mijn bijdrage geleverd.’