Hogeschool Leiden

Blijf in Beweging ondersteuning Zorgprofessionals (BiBoZ)

Gezond bewegen is belangrijk, maar niet iedereen is in staat om dit zelfstandig te initiëren en vol te houden. Ondanks de inspanningen van zorgprofessionals wordt ingeschat dat meer dan de helft van de cliënten binnen een jaar terugvalt in ongezond beweeggedrag. Daarom hebben Hogeschool Leiden, De Haagse Hogeschool en Hogeschool Rotterdam de BIBOZ-methode ontwikkeld. BiBoZ staat voor ‘Blijf in Beweging ondersteuning Zorgprofessionals’. Deze methode ondersteunt zorgprofessionals bij het op maat begeleiden van hun cliënten naar duurzaam gezond beweeggedrag.

Het BiBoZ-team

De methode is in co-creatie met de praktijk en met behulp van ontwerpgericht onderzoek ontwikkeld (2019-2021). Om dit te kunnen doen hebben we een RAAK Publiek subsidie ontvangen. Tijdens het onderzoek zijn we ondersteund door een enthousiast en deskundig consortium waaronder de gemeente Leiden, Ouderenberaad Zuid-Holland Noord, LUMC, Universiteit Leiden, Basalt, TU Delft en MEE Rotterdam.

De methode

De methode bestaat uit zes beweegprofielen en een beslismodel. Beweegprofielen zijn verhalen van fictieve personen die de cliënt gebruikt ter voorbereiding op het consult.  Deze voorbereiding wordt door de professional samen met de cliënt besproken om vervolgens met behulp van het beslismodel een interventie op maat te kiezen.

Starten bij de cliënt

Om de methode te ontwikkelen zijn we gestart bij de cliënt. Met behulp van generatieve onderzoekstechnieken zoals contextmapping en storytelling hebben we data opgehaald. Na een eerste analyse van de data is deze gekoppeld aan het gedragsveranderingswiel van Mitchie (2018) en de uitkomsten van een scoping review naar effectieve beweeginterventies. In co-creatie met cliënten en (zorg)professionals hebben meerdere ontwikkel- en uitprobeersessies plaatsgevonden. 

Het heeft me wel inzicht gegeven in waarom ik eigenlijk niet beweeg. En dat ik naar mezelf kon kijken in plaats van dat iemand anders maar altijd gaat vertellen wat ik kan doen, wie ik ben en wat ik niet doe en dat soort dingen. Dat het nu uit mezelf kwam en dat vond ik heel prettig.

Cliënt, haalbaarheidsstudie, 11-2020

Onderzoek

Gedurende het hele onderzoek zijn 104 cliënten, 48 (zorg)professionals, 72 studenten en 14 docentonderzoekers betrokken. Het onderzoek bestond uit meerdere ontwerpcycli gevolgd door het uittesten van prototypes in de praktijk. Uit deze onderzoeken blijkt dat de BiBoZ methode een actieve rol van de cliënt stimuleert, helpt bij het inzichtelijk maken van de behoeften en zorgt voor aansluiting van de ondersteuning van de fysiotherapeut bij de brede context van de cliënt. De methode wordt door fysiotherapeuten en cliënten enthousiast ontvangen.

Patiënten worden al in actiestand gezet ...Door de uitgebreide zelfstandige en gezamenlijke voorbereiding en bespreking had mevrouw het idee eigenaar te zijn van haar plan.

Fysiotherapeut, haalbaarheidsstudie, 10-2020

Vervolg

Zowel de eerste- als tweede lijn heeft interesse om de BiBoZ-methode te implementeren. Door het grote enthousiasme bij de eerstelijns fysiotherapiepraktijken is ervoor gekozen de methode daar als eerste te implementeren. Om dit moment van enthousiasme te benutten is ervoor gekozen naast het ontwikkelen, uitproberen en aanpassen van een generieke implementatiestrategie van de BiBoZ-methode ook de effecten te meten (door middel van een hybride implementatie effectonderzoek). Samen met zes fysiotherapiepraktijken, een zorginnovatiebedrijf (Zorg1), een cliëntenorganisatie (DVN), een beroepsvereniging (KNGF) hebben we daartoe in september 2021 een RAAK-MKB aanvraag ingediend. 

Deelnemers BiBoZ maken collages

Meer weten?

Wil je meer weten over het BiBoZ project of heb je interesse in een samenwerking? Neem dan contact op met Arlette Hesselink (senior onderzoeker van het lectoraat Eigen Regie bij Fysiotherapie en Beweegzorg).

Hogeschool Leiden

De RAAK-publiek regeling van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA financiert onderzoeksprojecten van hogescholen in samenwerking met de publieke sector. De regeling creëert ruimte voor de ontwikkeling van praktische innovaties die direct aansluiten op de dienstverlening door de sector.