Hogeschool Leiden

Onderzoek vanuit zowel toeschouwers- als deelnemersbewustzijn

“Therapie vanuit deelnemersbewustzijn geven en vanuit deelnemers- en toeschouwersbewustzijn evalueren is voor mij een combinatie van het beste uit twee werelden. Ik streef naar deze integratie.” Aldus Anne Ponstein

Van onze onderzoeker Anne Ponstein

“Therapie vanuit deelnemersbewustzijn geven en ook vanuit toeschouwersbewustzijn evalueren is voor mij een combinatie van het beste uit twee werelden. Ik streef naar deze integratie. Twintig jaar werkte ik als natuurwetenschappelijk onderzoeker, alvorens ik startte met de opleiding Kunstzinnige Therapie (KT). Ik leerde beeldende werkwijzen vanuit de ervaring kennen. Ik leerde:

  • kwaliteiten te benoemen,
  • te luisteren naar mijn gevoel,
  • waar te nemen voorbij zintuiglijk waarneembare feiten en
  • te vertrouwen op mijn intuïtie.

Kortom, ik leerde de wereld vanuit deelnemersbewustzijn kennen. Dat was voor mij een waardevolle aanvulling op het nastreven van objectiviteit dat ik al goed kende uit het natuurwetenschappelijk onderzoek.”

Een brug slaan tussen subjectiviteit en objectiviteit?

“Parallel aan de ontwikkeling van deze nieuwe vaardigheden ontwaakte bij mij de ambitie om de waarde van KT (en eigenlijk van elke holistische vorm van gezondheidszorg) te beschrijven. Dit opdat de mogelijkheden van deze therapievormen duidelijk worden voor patiënten, verwijzers, onderzoekers, beleidsmakers en zorgverzekeraars, en dus ook voor mensen die de wereld vanuit toeschouwersbewustzijn benaderen. Ik wil helpen een brug te slaan.”

KICK-training effectief, ook volgens objectieve maatstaven

“De gangbare methodiek om het effect van een interventie op groepsniveau te bepalen (met doel- en controlegroep) pas ik toe binnen mijn werk voor het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg. Zo bestudeerde ik de effectiviteit van de training ' Kunst In Contact met Kinderen', een kunstzinnig sociale vaardigheidstraining die Marijke de Mare en Thea Giesen ontwikkelden. Beide trainers zijn razend enthousiast over het effect van de training in de praktijk. Nu de uitkomsten van het onderzoek ook aangeven dat kinderen van het speciaal onderwijs en het basisonderwijs baat hebben bij de KICK-training, hebben we een ingang bij jeugdzorg om de training erkend te krijgen.”

Zorgprogramma als basis voor vervolgstudies

“Samen met Anja de Bruin gaf ik een aanzet om de kwaliteit van de antroposofische gezondheidszorg bij de behandeling van patiënten met depressieve stemmingsstoornissen te bepalen. De basis hiervoor is het zorgprogramma depressieve stoornissen dat ik in samenwerking met experts uit het werkveld schreef. Momenteel werk ik de resultaten van deze veldstudie uit in een artikel. In de afgelopen periode deden we een studie om de effectiviteit van de beschreven zorg aan te tonen. Helaas is het aantal patiënten dat zorg volgens het zorgprogramma kreeg nog te klein om definitieve, wetenschappelijk verantwoorde, uitspraken over de effectiviteit te doen, maar de eerste resultaten zijn veelbelovend. Graag zou ik deze effectstudie aanvullen met verhalen uit de zorgpraktijk om de zorg ook vanuit het deelnemersbewustzijn (van de zorgverlener) te beschrijven.”

Casusbeschrijvingen met ook oog voor effectstudie

“Een andere ingang om de waarde van KT wetenschappelijk te onderbouwen is het opzetten van casuïstisch effectonderzoek. Een eerste stap in deze richting was een onderzoek samen met Nicole de Vries en Cisca Philipse ( pdf, 431 KB ). Op basis hiervan heb ik, samen met Wil Uitgeest en Odulf Damen, het onderwijs in onderzoeksvaardigheden op de opleiding KT aangepast:

  1. Alle studenten leren bewust behandeldoelen te formuleren en bewust te reflecteren op keuzes binnen het medium, interventies en professionele attitude in relatie tot dit behandeldoel (vanuit deelnemersbewustzijn).
  2. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het formuleren van observatie- en evaluatiecriteria waaraan het al dan niet behalen van het behandeldoel af valt te lezen (vanuit toeschouwersbewustzijn).”

Vervolgstappen

“In de loop van de tijd proberen we de kwaliteit van de casusbeschrijvingen (en de gebruikte meetinstrumenten) te verbeteren, zodat het leggen van relaties tussen de behandeling en het effect van de therapie meer aannemelijk of zelfs onomstotelijk wordt. Dit gebeurt op basis van ervaringen die we binnen de KT nationaal (samen met Annemarie Abbing) en internationaal (samen met Joop Hoekman) opdoen en de kennis en ervaring die er in brede zin op dit gebied aanwezig is binnen het lectoraat. Mijn interesse gaat op dit moment voornamelijk uit naar:

  • Het verzamelen van casussen (liefst over depressieve stoornissen) en
  • Het nadenken over aanvullende methoden van onderzoek om een bepaalde casus meer overtuigingskracht te geven."