Advanced Nursing Practice

Opbouw studie

Tijdens de duale masteropleiding krijgt u grondige kennis van gezondheidsproblemen en de behandeling daarvan. Het onderwijsprogramma is gericht op het verwerven van de competenties van de beroepsrollen die overeenkomen met de taakgebieden uit het competentieprofiel van de verpleegkundig specialist. Aan bod komen onder andere: Lichamelijk onderzoek, Klinisch redeneren, Multidisciplinair samenwerken, Zorgtrajecten en Wetenschappelijk onderzoek.

Praktijkopleider

De masteropleiding ANP is een duale opleiding, dit is een vorm van werkend leren. Studenten leren in de praktijk nieuwe vaardigheden toe te passen. Begeleiding op de werkvloer is daarbij essentieel. het is noodzakelijk dat u een medisch praktijkopleider heeft die gedurende de opleiding uw begeleiding bij het leren in de praktijk verzorgt. De praktijkopleider is werkzaam in de instelling waar u werkt en is een expert in zorg en behandeling van een specifieke patiëntencategorie. Bij voorkeur is hij of zij arts of verpleegkundige met een relevante wetenschappelijke opleiding.

Studieduur

De duur van de opleiding is 2 jaar. Het studieprogramma heeft een studiebelasting van in totaal 3360 studie-uren (120 european credits - EC's). Deze uren omvatten studieopdrachten voor opleiding, praktijk en lesdagen. Om de week is er een vaste onderwijsdag (meestal de woensdag). Soms moet er een extra dag worden ingepland.

Onderwijsvormen

Het onderwijsprogramma is opgebouwd uit een aantal modulen waarbij competenties de leidraad vormen. Afhankelijk van de stof wordt gekozen voor colleges, werkgroepen of vaardigheidstrainingen. Het onderwijs wordt verzorgd door deskundigen uit de praktijk en docenten van Hogeschool Leiden.

Aantonen van competenties

Elke beroepsrol van de verpleegkundig specialist kent eigen algemene en specifieke competenties. Het algemene deel maakt u zich eigen door onderwijs op de hogeschool. De specifieke competenties kunt u alleen verwerven in de beroepspraktijk met hulp van patiënten en praktijkopleider. U toont uw competenties op meerdere manieren en momenten aan. Tijdens zogenaamde Proeven van Bekwaamheid laat u in nagebootste of reële praktijksituaties zien dat u de vereiste competenties heeft verworven. Daarnaast laat u op vastgestelde momenten uw vorderingen met betrekking tot het verwerven van competenties zien. Met de praktijkopleider, de coach van de opleiding en medestudenten bespreekt u de competenties en overlegt u bewijzen van uw kunnen. Deze bewijzen neemt u op in uw portfolio.