Hoewel de opleiding toegankelijk is voor iedereen die voldoet aan de toelatingseisen, richt de lerarenopleiding GW zich vooral op studenten die al een beroepsopleiding hebben afgerond. Er zijn verkorte leertrajecten mogelijk met verschillende vrijstellingen, afhankelijk van uw vooropleiding.

Voor zowel GW als OK geldt dat de BA-opleiding en de Ad-opleiding starten met hetzelfde propedeuseprogramma. Wanneer u na het behalen van deze gemeenschappelijke propedeuse wilt overstappen van de BA naar Ad (of omgekeerd) dan kan dat. Datzelfde geldt voor overstappen tussen GW en OK.
In tegenstelling tot andere bacheloropleidingen, wordt binnen de lerarenopleiding gewerkt met leertrajecten. Hoe zo'n leertraject er uit ziet is afhankelijk van uw vooropleiding. De leertrajecten beschrijven de studiebelasting in European Credit (EC), de inhoud van het lesprogramma en de eisen die gesteld worden aan het werkplekleren. De vooropleiding is bepalend voor de mate waarin vrijstellingen worden verleend. Bij deze opleiding wordt niet gewerkt volgens de EVC procedure. Vrijstellingen zijn al verwerkt in de leertrajecten. Hoe de verschillende leertrajecten er uit zien kunt u bekijken in de tabel van de bacheloropleiding en de Associate degree.
Let op: voor zowel de voltijd als de deeltijdvariant geldt dat de inhoud van het studieprogramma gelijk is. Het tempo van de studie en de studiebelasting per week verschilt.
De lerarenopleiding Gezondheidszorg & Welzijn biedt u de mogelijkheid om werk en studie te combineren. Bij een deeltijdstudie besteedt u één dag per week aan werkplekleren, bij een voltijdstudie zijn dat twee dagen per week. U werkt dan als docent in het voortgezet onderwijs ( praktijkonderwijs, de onderbouw van havo en vwo), het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs), het mbo. Als praktijkopleider kunt u werken in een instelling voor Gezondheidszorg en/of Welzijn. U moet dan wel in de gelegenheid zijn om met regelmaat klassikaal onderwijs te verzorgen.
Als u niet over een relevante werkplek beschikt, dient u zelf een stageplaats te regelen. Uiterlijk 1 november dient u over een relevante werkplek of stage te beschikken.
Bij elk leertraject van de bacheloropleiding hoort daarnaast een korte tweede stage of werkplek variërend van 5 tot 15 dagen. U moet lesgeven aan minimaal twee verschillende niveaus. Bijvoorbeeld uw hoofdtaak is lesgeven in het vmbo. En tijdens de tweede stage of werkplekleren geeft u les aan een mbo-4 opleiding. Hiermee toont u aan dat u brede ervaring hebt opgedaan. Deze stage kunt u op elk gewenst moment plannen en hoeft niet aaneensluitend uitgevoerd te worden.
Het is mogelijk om een stage of werkbezoek te regelen in het buitenland. Het gebruik van Engelstalige literatuur is bij de bacheloropleiding verplicht en hiermee een onderdeel van een brede internationale oriëntatie.