Lectoraat Geestelijke Gezondheidszorg

Nut en noodzaak van het lectoraat

Hogeschool Leiden heeft sinds mei 2010 het lectoraat Geestelijke Gezondheidszorg ingesteld. Reden hiervoor was het ontbreken van specifieke aandacht voor het werkveld van de GGZ binnen de bestaande HBO-opleidingen. Met dit lectoraat hoopt Hogeschool Leiden de opleiding en de kwalificaties van HBO'ers in de GGZ te verbeteren en verschillende opleidingen hierin te laten samenwerken.

Bijeenbrengen van innovaties

Er is behoefte aan de ontwikkeling van een nieuwe visie op de rol van HBO-opgeleiden in de GGZ. Het vernieuwende van het lectoraat ligt echter niet in het ontwikkelen van nieuwe specialismen en bewezen effectieve methoden, hoewel dat ook zeker nodig is. De vernieuwing ligt in het bijeenbrengen van innovaties die zich in de afgelopen decennia in deze sectoren hebben voorgedaan. Tevens wil het lectoraat deze kennis integreren in een coherent en consistent geheel.
Integratie van bestaande innovaties kan in relatief korte tijd gebeuren, door het bijeenbrengen van losse onderdelen in een goed gestructureerd systeem. Dit systeem staat tevens open voor de blijvende ontwikkelingen binnen de zorgsector en de rest van de maatschappij.
Daarnaast is er in het werkveld behoefte aan een betere aansluiting van het HBO bij de GGZ. Het lectoraat heeft als doel deze aansluiting te bewerkstelligen door over opleidingsgrenzen heen te kijken en in gesprek te blijven met het werkveld.

Het lectoraat wil ook een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van 'goed hulpverlenerschap'. Dit is een algemene aanduiding voor de inhoudelijke kwaliteit van werknemers in de zorg. Binnen het lectoraat wordt daarvoor gewerkt volgens het zogeheten BASE-model, aangevuld met de specifieke richtlijnen en protocollen die landelijk en internationaal zijn vastgesteld.

Een vierde punt waaraan het lectoraat wil bijdragen, is de integratie van de psychiatrie en de verslavingszorg. Er bestaat een grote overlap tussen de doelgroepen en de behandelmethoden in deze sectoren, wat een betere integratie wenselijk maakt. Ook is het van belang deze integratie in het onderwijs aan toekomstige hulpverleners een plek te geven, om hen zo breed mogelijk inzetbaar te maken.