Antroposofische gezondheidszorg (AG) is aan het begin van de twintigste eeuw ontstaan als een verruiming van de bestaande geneeskunde. AG is een vorm van integratieve gezondheidszorg waarbij er naast de reguliere behandelmogelijkheden gebruik gemaakt wordt van aanvullende antroposofische diagnostiek, geneesmiddelen en therapieën.
Binnen de AG wordt aandacht geschonken aan de samenhang tussen lichaam, ziel en geest in relatie tot ziekte en gezondheid. Ook is er veel aandacht voor leefstijl, de relatie tussen aandoening en persoonlijk functioneren, omgevingsfactoren en betekenisgeving. Veelgenoemde en gewaardeerde kenmerken van de antroposofische gezondheidszorg zijn de sterk individugerichte aanpak, het ondersteunen en actief stimuleren van het zelfgenezend vermogen van de mens, een gelijkwaardige relatie tussen zorgvrager en zorgverlener, meer tijd en aandacht voor de zorgvrager en een verantwoorde voorkeur voor natuurlijke medicatie. De antroposofische zorgverlening kent vele therapieën waarmee de patiënt actief de eigen gezondheidstoestand kan beïnvloeden. Naast de klassieke, maar tegelijkertijd antroposofisch verruimde therapieën, zoals psychotherapie en fysiotherapie, zijn dat onder meer kunstzinnige therapie (muziek en beeldend), spraak- en euritmietherapie, ritmische massage, verpleegkundige begeleiding en begeleiding en behandeling op gebied van voeding. Deze therapieën worden zowel in de eerste- als in de tweedelijnszorg toegepast.
Voor vrijwel alle beroepsgroepen geldt dat de zorgverleners in eerste instantie regulier opgeleid zijn en daarnaast een aanvullende antroposofische, erkende beroepsopleiding hebben gevolgd.
De AG bestaat uit meerdere sectoren: de huisartsgeneeskunde (eerste lijn), consultatiebureaus, bedrijfsgeneeskunde en schoolartsendiensten naast een rijkgeschakeerde tweedelijnszorg. De huisartsen werken in zelfstandige praktijken, of in zogeheten therapeutica (multidisciplinaire gezondheidscentra), samen met verschillende, andere disciplines. Er zijn zo≠n 160 praktiserende antroposofische (huis)artsen en specialisten in Nederland. Daarnaast zijn er 15 consultatiebureaus voor zuigelingen en kleine kinderen tot vier jaar, deels ingebed in regionale instituties. Naar schatting maken ongeveer 200.000 cliënten gebruik van deze diensten.
De antroposofische tweedelijnszorg strekt zich uit van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en verslavingszorg (VZ) tot aan ouderenzorg en zorg aan cliënten met een ontwikkelings-, verstandelijke en/of lichamelijke stoornis (VGZ).