Een bio-informaticus heeft in zijn werk veel met anderen te maken. Samenwerken moet je dus liggen. Ook moet je projectmatig kunnen werken en met softwareprogramma's kunnen omgaan. Je vindt het bovendien uitdagend om in je eigen virtuele laboratorium (de pc) te werken. Daar combineer je nieuwe resultaten met bestaande kennis en informatie.

"Op de havo wilde ik iets doen met biologie en scheikunde. De medische kant trok me wel, maar computers ook. Toen kwam ik de studie Bio-informatica tegen. Binnen de opleiding is veel aandacht voor de rol van biologie in computersystemen. We combineren verschillende vakgebieden met leuke projecten. Een groot verschil met de middelbare school is de zelfstandigheid. Door de vele samenwerkingsprojecten leer je om in teamverband te werken. Docenten staan altijd klaar om te helpen en ik ken hen vaak persoonlijk. Bio-informatica kun je heel goed in de praktijk toepassen. We hebben bijvoorbeeld, na een bezoek van een bierbrouwer, zelf bier gemaakt. Er zijn ook serieuzere toepassingen van deze opleiding. Ik wil later graag een medische richting op. Het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam heeft een afdeling waar bio-informatici werken. Je kunt dan bijvoorbeeld kankercellen analyseren en een geschikte behandelmethode adviseren. Dat lijkt me een mooi beroep."
Een van de belangrijkste eigenschappen van een bioinformaticus is creativiteit. Je zoekt namelijk op verschillende manieren naar een oplossing voor de vragen die je van bedrijven en instellingen krijgt. In het onbegrensde doolhof van databanken leg jij de juiste verbanden. Je werkt breed wetenschappelijk en denkt niet in een vast stramien. Daarbij weet je zaken slim te combineren.
Regelmatig contact met het bedrijfsleven is kenmerkend voor de opleiding. Je krijgt hierdoor al snel een idee wat de praktijk van bioinformatica is. Je zult ontdekken dat daarover verschillende inzichten bestaan. Belangrijk dus om al snel je eigen oordeel te vormen.